NederNed 7: Haymarket

Tweeëneenhalf jaar geleden was ik voor het laatst te gast aan de Universiteit van Massachusetts. Net als nu woonde ik toen een paar maanden in Northampton. Een van de grootste genoegens werd destijds geboden door de 'Haymarket', een tweedehandsboekwinkel waar je ook koffie kon drinken. De sfeer was er op zijn minst informeel: meubilair en servies waren bij een opkoperij bij elkaar geraapt en de boeken waren voor een belangrijk deel marxistisch van inslag. Wie wilde kon de winkel binnenlopen, ergens gaan zitten, een boek van de planken pakken en lezen. Consumptie niet verplicht en als je een boek uit had kon je het ook weer terugzetten. Soms zaten er promovendi de hele dag achter hun laptop, die ze gratis aan het lichtnet konden aansluiten.

Helaas is er in die drie jaar een en ander veranderd. De Haymarket is geen boekwinkel meer. Althans, in naam verkoopt men er nog wel boeken, maar het aantal planken is tot het absolute minimum teruggebracht. Wat er staat lijkt weinig verkoopbaar en nodigt in ieder geval uit tot lezen. Nooit, nee nooit heb ik iemand een van die boeken zien pakken. De Haymarket is nu een koffiehuis met een paar boeken als decor.

Wie in een koffiehuis in Northampton nog iets anders wil doen dan praten, moet tegenwoordig bij JavaNet zijn, een Internet-café, waar je een latte kunt drinken achter een computer die op het Internet is aangesloten. Er staan vier grote Macintosh-computers op computertafels en er is één gemakkelijke stoel waarop een laptop is gemonteerd. Voor zes dollar per uur kun je van die computers gebruik maken, bijvoorbeeld om NRC Handelsblad te lezen. Die zes dollar worden overigens per minuut afgerekend: wie elke dag alleen een paar minuten zijn elektronische post komt lezen, betaalt die zes dollar misschien pas na een week.

Het is een merkwaardige gewaarwording dat je vanaf Brussel binnen acht uur naar Boston kunt vliegen, vervolgens een bus nemen die je ettelijke uren later diep in West Massachusetts afzet, om ten slotte in een koffiehuis neer te strijken waar de NRC, Teletekst, Neder-L en de elektronische berichten van Nederlandse vrienden je kunt lezen. In de Westerse wereld is het niet meer mogelijk ver weg van huis te gaan.

Overigens vallen al die genoegens vanzelfsprekend ook in de eigen woning te smaken. Internet-aansluitingen zijn hier zeer goedkoop en omdat je de lokale telefoonkosten per maand voor een paar dollar kunt afkopen, kun je hier zelfs als particulier voor dertig gulden per maand zonder extra kosten dag en nacht aan het Internet hangen.

Toevalligerwijs was ik vanuit Northampton drie jaar geleden getuige van de geboorte van De Digitale Stad, op dit moment de beste en meest levendige Nederlandstalige Internet-plaats ter wereld. Toen was de Stad nog niet op het Web te zien, alleen via Telnet. Voor de niet-kenners: er waren nog geen plaatjes, alleen letters. Wel kon je er de NRC al lezen en de Groene en er was een donker steegje waar informatie over drugs werden verstrekt. Nu ik hier weer ben, besef ik pas hoe sterk de Stad sindsdien gegroeid is. Toen was er één plein, en nu zijn er zeker twintig, waaronder een Boekenplein, een Homoplein, een Sportplein en een Plein van de Dood.

Alleen een Taalplein is er nog altijd niet. Wie zou er ook moeten zitten? Wilde visioenen doemen op van informatieplaatsen van de Taalunie, van het Genootschap Onze Taal, van de SDU -- uitgever van de Schrijfwijzer --, de verzamelde onderzoeksscholen van de taalwetenschappen en van Neder-L. Duizenden geïnteresseerden in binnen- en buitenland die elke dag deze Internet-plaatsen bezoeken, om te genieten van hun taal en van de inzichten die de taalkunde biedt. Van populair-wetenschappelijke rubrieken, van testjes, spelletjes. Nooit is het gelukt om in Nederland een serieus en langlopend televisieprogramma over taal van de grond te krijgen. Op het Web lukt het, met een eigen plein.

Ik wil best meebouwen aan zo'n plein, het mag duidelijk zijn. Of ik het nu vanuit een bureaustoel in Nederland moet doen of van achter een café latte in Northampton, Massachusetts. Als men mij toelaat, ben ik erbij.

Marc van Oostendorp
Met ingang van deze aflevering is de naam van deze rubriek licht gewijzigd om verwarring met
de Internet-aanbieder Neder-Net te vermijden.