Tijdens het Onze Taal-congres in november zullen Gerdinand Wagenaar en Mindy Brown enkele liedjes vertolken in de Nederlandse Gebarentaal. Zingen in een taal die vooral gebruikt wordt door mensen die niet kunnen horen - hoe doe je dat? En waarom?

Zingen in gebarentaal

Doventolken op het concertpodium

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Onze Taal, september 2001)

Hoe maak je een dove vriend duidelijk hoe een fluit klinkt? Dat hangt van je persoonlijkheid af. Mindy Brown houdt haar armen hoog, trekt een vrolijk gezicht en imiteert een vogel. Gerdinand Wagenaar zegt in gebarentaal: zoals een stok met gaatjes. Als je muziek wilt omzetten in gebarentaal, moet je niet alleen vertalen, maar vooral interpreteren.

Wagenaar en Brown treden dit jaar op met het theaterprogramma Zipper. Daarin proberen ze uit te vinden hoe ze liedjes moeten vertolken voor doven. Ze hebben verschillende opvattingen en die laten ze zien: Brown legt de nadruk op het gevoel dat een muziekstuk oproept; ze gebruikt behalve gebarentaal ook zang en mime. Bij Wagenaar ligt de nadruk meer op de teksten van de liedjes, op het verhaal en de taal. Het programma is toegankelijk voor horenden én doven, en bevat liedjes van onder anderen Jacques Brel, David Bowie en Whitney Houston. Tijdens het congres van Onze Taal op 3 november zal een deel van Zipper te zien zijn.

Banjosolo's

De Amerikaanse Mindy Brown vertaalt al sinds eind jaren tachtig muziek in gebarentaal. Tijdens haar theateropleiding in New York volgde ze uit nieuwsgierigheid ook een cursus Amerikaanse Gebarentaal. Ze raakte er steeds bedrevener in. Op een dag werd haar gevraagd te tolken bij een folkbandje. Ze besloot zich niet tot de teksten te beperken. Brown: "Zo'n liedje had minutenlange banjosolo's, en dan wilde ik niet met mijn armen over elkaar staan. Voor ik het wist, stond ik op het podium te dansen."

Na het eerste optreden kwamen er al snel nieuwe opdrachten. Wat daar een belangrijke rol bij speelde, was een wet die begin jaren negentig in de Verenigde Staten werd aangenomen. Brown: "Volgens die wet mogen er geen beperkingen zijn bij de deelname van gehandicapten aan het openbare leven. Als een dove een concert wil bijwonen, moet er een tolk geregeld worden."

Brown trad geregeld op met het Los Angeles Philharmonic Orchestra. Brown: "Ik sprak met de dirigent over zijn visie op het stuk, welke beelden hij erbij zag, wat voor een verhaal hij erbij had. Dat verhaal vertelde ik dan op het podium. En ik probeerde de klankkleur van de muziek in mijn gebaren te vangen." Behalve met het klassieke orkest trad ze ook op met popgroepen als Van Halen, en met jazzbands.

In het diepe

Voor Gerdinand Wagenaar is de gebarentaal letterlijk zijn moedertaal. Hij werd geboren als horende zoon van dove ouders, en groeide tweetalig op - op school, op straat en van horende familieleden leerde hij Nederlands. Wagenaar is nu een van de succesvolste gebarentaaltolken van Nederland. Hij tolkt onder meer voor het Jeugdjournaal en voor een aantal Europese instanties.

Voor hij Brown leerde kennen, had Wagenaar nog nooit in het openbaar gebarentaal 'gezongen': "Alleen als puber, op mijn eigen kamer, waar ik de muziek die mijn ouders niet konden horen, aanzette en zowel in gesproken als in gebarentaal meezong." Wagenaar begon pas liedjes te tolken nadat hij Brown had ontmoet. Wagenaar: "Ik was bij Mindy op bezoek in New York toen ze me in het diepe gooide. De rapper Malcolm Warner trad op bij een manifestatie tegen drugs. Toen heeft ze me het podium op gestuurd. Ik moest er maar wat van zien te maken, al kon ik het slang en het accent nauwelijks verstaan."

Amerikaans accent

Enkele jaren later trouwden de twee tolken met elkaar. Brown kwam bij Wagenaar in Den Haag wonen. Ze voelt zich in Nederland inmiddels beter thuis onder de doven dan onder de horenden: "Mensen kunnen natuurlijk aan me horen dat ik uit Amerika kom, en ik blijf daardoor een buitenstaander. In de dovenwereld word je veel eerder geaccepteerd - zeker als je je best doet Nederlandse Gebarentaal te gebruiken."

Ook als ze Nederlandse Gebarentaal gebruikt, heeft Brown een accent - er zijn grote verschillen met de Amerikaanse Gebarentaal. Wagenaar: "In het Amerikaans worden woorden die naar mannen verwijzen vaak boven aan het gezicht gemaakt, en woorden die naar vrouwen verwijzen aan de onderkant. De Nederlandse Gebarentaal heeft zo'n onderscheid niet. Daar had Mindy in het begin weleens moeite mee."

Geheimtaal

Brown en Wagenaar delen vier talen - de twee gebarentalen, het gesproken Nederlands en het gesproken Engels. Ze gebruiken ze alle vier als ze met elkaar praten: "Gebarentalen zijn heel handig in de trein, je kunt zeggen wat je wilt zonder dat iemand je verstaat. Het is nog nooit gebeurd dat iemand ons ineens in gebarentaal aansprak."

Die combinatie van talen speelt ook een rol in Zipper, waarin op een band Nederlands- en Engelstalige liedjes te horen zijn, die tegelijkertijd worden getolkt. Wagenaar speelt in Zipper een horende man die het kind is van dove ouders - iemand als hijzelf. Hij kan wel liedjes vertolken, maar richt zich daarbij vooral op de tekst. Een horende die hem een liedje als 'Het vlakke land' van Jacques Brel ziet vertolken, herkent sommige gebaren als hij weet waarover het gaat: Wagenaar spreidt de palmen van zijn hand en strijkt ermee voor zich uit. Brown verbeeldt de expressieve, de muzikale kant, die door Wagenaar wel bewonderd en begeerd wordt, maar uiteindelijk toch niet kan worden bereikt: hij kan zich niet losmaken van de taal. Wagenaar valt vooral terug op de sterke verhaalcultuur die er in de dovengemeenschap is: "Op verjaardagen komen mensen met de mooiste verhalen. Er wordt veel aandacht besteed aan de vorm en daardoor heb ik me laten inspireren."

Wagenaar en Brown kregen vorig jaar een subsidie voor dovencultuur, waarvoor ze een professionele producente hebben ingehuurd. Ook is er inmiddels een videoversie van de voorstelling gemaakt. Wat willen ze met de voorstelling laten zien? Wagenaar: "Gebarentaal wordt vaak gezien als de taal van dove mensen. Dat is het voor een belangrijk deel natuurlijk ook. Maar het is ook m’jn taal, een taal waarin ik mij kan uitdrukken."

Het programma Zipper is ook op video verkrijgbaar. Informatie hierover en over optredens van Wagenaar en Brown is te vinden op www.talkinghands.nl.

De erkenning van de Nederlandse Gebarentaal

Toen de door de regering ingestelde Commissie Nederlandse Gebarentaal in 1997 in het rapport Méér dan een gebaar de aanbeveling deed de gebarentaal zo snel mogelijk te erkennen, beloofde de regering zich inderdaad voor die erkenning in te spannen. Sindsdien is er, ondanks herhaalde Kamervragen en ondanks allerlei inspanningen van de dovengemeenschap (die bijvoorbeeld in januari van dit jaar een grote betoging op het Binnenhof hield), nog weinig gebeurd.

De argumenten waarom er nog niet tot erkenning kan worden overgegaan, veranderen van moment tot moment. Zo werd er enkele jaren geleden gezegd dat de taal eerst gestandaardiseerd moest worden - de verschillen tussen de op de verschillende dovenscholen gebruikte 'dialecten' moesten worden overbrugd. De laatste tijd wordt er beweerd dat erkenning niet mogelijk zou zijn volgens het Europees Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden, dat alleen erkenning van talen met een regionale basis (zoals het Fries en het Catalaans) zou toestaan.

Beide argumenten worden overigens door de meeste deskundigen van de hand gewezen. De dialecten van de Nederlandse Gebarentaal liggen niet zo ver uit elkaar dat ze onderling onverstaanbaar zouden zijn en standaardisering is daarom zeker niet noodzakelijk. En zelfs als het waar is dat het Europees Handvest geen erkenning van de gebarentaal toestaat - wat door sommigen wordt betwijfeld - hoeft dat erkenning buiten dat handvest om natuurlijk niet in de weg te staan. Wel heeft staatssecretaris Margo Vliegenthart van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in juli van dit jaar een brief aan de Tweede Kamer gestuurd waarin ze aankondigt dat er binnenkort een 'actieplan' komt.

Tegelijkertijd is erkenning van de Nederlandse Gebarentaal minstens even belangrijk als van het in Nederland al wel erkende Fries, Nedersaksisch en Limburgs. Al is het maar omdat de Nederlandse Gebarentaal sterk verschilt van het Nederlands, en het Nederlands voor doven ook om andere redenen veel moeilijker te leren is dan voor Friezen of Limburgers.