Taal en literatuur op de digitale snelweg

Marc van Oostendorp

Geschreven voor Vaktaal, 1996.

Wat zou de neerlandistiek zijn zonder boekdrukkunst? Hoe zou ons vak eruit zien wanneer we bij ons onderzoek en bij ons onderwijs geen gebruik zouden kunnen maken van boeken? Op middelbare scholen waren leeslijsten praktisch onmogelijk geweest, en hadden we scholieren moeten verplichten om oneindig lange diktaten bij te houden omdat er van leermetoden geen sprake zou zijn. Ook wetenschapsbeoefening was een stuk moeilijker geworden. De primaire bron voor studie in elke vorm van taal- of literatuurwetenschap is immers het boek.

Wat zou de neerlandistiek zijn zonder de fotokopieermachine? Het vak zou er op zijn minst een stuk minder massaal door worden. Niemand kan ooit alle boeken kopen, al is het maar omdat voor sommige literaire werken de laatste bruikbare editie alleen nog antiquarisch te verkrijgen zijn. Niemand kan zich ooit op alle tijdschriften abonneren, al is het maar omdat veel uitgevers hun prijzen speciaal instellen op verwerving door financieel draagkrachtige bibliotheken. Veel stukken die thuis worden bestudeerd hebben daarom eerst het licht van de kopieermachine gezien.

Wat zal over twintig jaar de neerlandistiek zijn als we ons nu niet serieus met het Internet bezighouden? Ik ben bang dat de situatie een stuk minder rooskleurig is dan wanneer we dat nieuw medium wèl serieus beginnen te gebruiken. Het wereldwijde computernetwerk biedt zoveel mogelijkheden dat het een onvergeeflijke vergissing zou zijn om ze allemaal te negeren. In dit artikel wil ik uitleggen waarom. Het is daarbij niet eens nodig om uit te gaan van mogelijke scenario's voor de verre toekomst. We kunnen best uitgaan van de zaken die er op dit moment al gebeuren. Af en toe mogen we ons de vrijheid gunnen hier en daar wat te extrapoleren, maar ver van de werkelijkheid hoeven we nergens afdwalen. Het is verbazingwekkend wat er nu al mogelijk is.

Om het overzicht te bewaren heb ik het beroepsveld van neerlandici verdeeld in drie deelvelden: wetenschappelijk onderzoek, populariserend en advieswerk, en onderwijs. Naar mijn persoonlijke overtuiging betekent die driedeling weinig, en zal ze in een digitale wereld steeds minder betekenen. Maar in de onderstaande uiteenzetting heeft ze een zeker nut.

Onderzoek en communicatie

In het wetenschappelijk onderzoek heeft de afgelopen tien jaar al een kleine revolutie plaats gevonden: de algemene introductie van elektronische post. Iedereen die op het Internet is aangesloten kan met iedere andere aangeslotene via dit systeem communiceren. Het systeem werkt snel: in de regel is een bericht al binnen enkele seconden op de plaats van bestemming. Bovendien blijkt het zeker voor veel alledaagse informatie-uitwisseling gemakkelijker te hanteren: de stijl is al snel wat minder formeel dan die in een brief op papier, en een belangrijk voordeel boven de telefoon is dat een elektronisch bericht iemand niet hoeft te storen in zijn of haar bezigheden.

Alle universiteiten en vrijwel alle hogescholen bieden hun medewerkers reeds sinds jaar en dag elektronische-postvoorzieningen aan. Er zijn nog mensen die, al dan niet uit principe, weigeren zich van dit nieuwe medium te bedienen, maar deze groep is de laatste paar jaar tot een minimum geslonken. Binnen veel vakgroepen en secties verloopt zelfs een deel van de interne communicatie via dit medium.

De meeste elektronische post gaat van één afzender naar één geadresseerde. Het is ook mogelijk om een elektronisch equivalent van een tijdschrift op deze manier te verspreiden. Een en hetzelfde bericht wordt dan naar enkele honderden mensen tegelijkertijd verspreid. Er zijn op dit moment meerdere van dit soort tijdschriften in omloop. Het belangrijkste in het huidige verband is ongetwijfeld Neder-L, een elektronisch zusje van VakTaal , dat de lezers gemiddeld driemaal per maand een aantrekkelijke mengeling van columns, mededelingen en tijdschriftoverzichten geeft op het gebied van de Nederlandse taal- en letterkunde(zie het artikel van Ben Salemans in VakTaal x.x). Andere (Engelstalige) elektronische nieuwsbrieven die door neerlandici geraadpleegd worden zijn LOWLANDS, LINGUIST en HUMANIST (de adressen van alle in dit artikel genoemde Internet-lokaties vindt u in en apart kader).

Vooralsnog ontbreken de wetenschappelijk tijdschriften. De uitgevers van de gevestigde 'papieren' bladen zijn huiverig om elektronische edities uit te geven, waarschijnlijk in verband met de grote onduidelijkheid die er nog altijd heerst over auteursrechten en over betalingen via het netwerk. Onderzoekers die zelf een dergelijke publikatie willen beginnen, worden met andere problemen geconfronteerd. Bijvoorbeeld is er in de meeste academische prestatietellingen nog geen ruimte voor puur digitale publikaties. Zolang plaatsing in elektronische media nog niet hetzelfde prestige geniet als plaatsing in een papieren tijdschrift, zullen redacties van de eerstgenoemde media grote moeite hebben goede artikelen te trekken en hun tijdschriften het vereiste prestige te geven.

Dat het uiteindelijk zou moeten lukken, leert ons een blik op de stand van zaken in de exacte wetenschappen, waar al enkele succesvolle -- op beoordeling door vakgenoten gebaseerde -- elektronische tijdschriften bestaan.

Een interessant aspect van alle genoemde communicatiemiddelen is dat ze niet langer exclusief gebruikt kunnen worden door de academische onderzoeker. Iedereen met een Internet-aansluiting heeft toegang tot de meest actuele informatie. Of hij of zij nu Nederlands doceert aan de universiteit van Bukarest, of een scriptie moet schrijven voor de Havo: de meest actuele informatie is slechts enkele toetsaanslagen verwijderd. Het Internet democratiseert daarmee de kennis die aan onze wetenschappelijke instituten vergaard wordt.

Voorlichting

Hoewel academische kennis bereikbaarder gemaakt wordt voor een breder publiek, blijven er voor datzelfde publiek natuurlijk nog altijd barrières bestaan. Een academicus die zijn artikels op het Net plaatst, gaat daarmee niet meteen toegankelijker schrijven.

Ook voor de voorlichting aan dat bredere publiek biedt het Internet de neerlandistiek aantrekkelijke mogelijkheden. Mogelijkheden die al ten dele benut worden.

Op het gebied van de Nederlandse taal (en spelling) zijn er op het moment van schrijven grote plannen bij commerci'le ondernemeningen, zoals Van Dale en de Sdu (van het Groene Boekje en de Schrijfwijzer), maar ook bij bijvoorbeeld de Taalunie en het Genootschap Onze Taal. De drie laatstgenoemde organisaties zullen waarschijnlijk eind 1997 gezamenlijk een grote lokatie op het Internet publiceren, terwijl Van Dale als het goed is al zijn deuren geopend heeft op het moment dat u dit leest; hier zal de gebruiker door deskundige redacteuren van taaladvies worden voorzien, zal hij of zij taalspelletjes kunnen spelen en nog veel meer activiteiten ondernemen. Ook zijn er al enkele kleinere taalbureautjes op het Internet aanwezig.

Op het gebied van de Nederlandse literatuur is er ook het een en ander aan de hand. Zo is in het voorjaar van 1996 SchrijversNet van start gegaan, een dochter van de uitgeverij van de Bulkboeken. Op deze lokatie kan de genteresseerde leek korte biografische schetsen vinden van de populairste schrijvers van dit moment, alsmede literaire agenda's, literaire wandelingen en andere informatie.

Daarnaast heeft het particulier initiatief van liefhebbers en vrijwilligers in de loop van de afgelopen anderhalf jaar een verbluffende hoeveelheid tekstmateriaal verzameld. Een nagenoeg volledig overzicht van alle teksten (van gedichten tot en met complete romans) wordt bijgehouden door de Amsterdamse antikwaar Piet Wesselman; deze lijst vormt overigens sinds enige tijd onderdeel van het eerder genoemde SchrijversNet.

De grootste verzameling elektronische literatuur is te vinden in het Project Laurens Janszoon Coster in De Digitale Stad Amsterdam. Hier zijn veel klassieke werken te vinden, zoals Vondels Gijsbreght, Max Havelaar en de Idee'n van Multatuli, de Mei van Gorter, Karel ende Elegast en nog veel meer. Daarnaast is er een uitgebreide bloemlezing uit de Nederlandse po'zie van de middeleeuwen tot het begin van de twintigste eeuw te vinden. De teksten worden aangeleverd door vrijwilligers met zeer verschillende achtergronden (van universitair docenten Nederlands, tot en met eerstejaarsstudenten natuurkunde) en daarom is de wetenschappelijke kwaliteit van het materiaal wisselend. De genteresseerde leek vindt echter bij elke tekst een korte verklaring en zo mogelijk koppelingen naar verdere informatie op het Internet.

Internet in het onderwijs

We eindigen op school en in de collegebanken. Het netwerk kan daar allereerst worden gebruikt als een reusachtig naslagwerk, een boekenkast zonder weerga. Elke student kan er nu al gratis de complete tekst van Gijsbrecht van Aemstel opslaan en alle eerdergenoemde werken. Gedeeltelijk zijn deze werken bovendien geanoteerd. Het naslaan van anotaties is op een computer bovendien prettiger dan in een boek: waar men in de laatste al snel vruchteloos heen en weer zit te bladeren, kan in de eerste met één druk op de knop (of één klik van de muis) heen en weer worden gesprongen tussen tekst en annotatie.

Misschien ten overvloede moet hierbij aangetekend worden dat hiermee niet het einde van het boek wordt aangekondigd. Wie voor zijn plezier een roman of een dichtbundel tot zich neemt, zal dat voorlopig nog niet vanaf een beeldscherm doen. Rustig papier is nu eenmaal prettiger voor de ogen van een flakkerend beeldscherm. Maar studieboeken, en vooral naslagwerken, zullen vermoedelijk in de komende decennia niet bestand blijken tegen de verlokkingen van het elektronische medium. De eerder genoemde Van Dale doet nu al goede zaken met de CD-ROM versies van hun woordenboeken.

Een interessant aspect van het Internet is bovendien dat het zo goedkoop is om er zaken op te publiceren. Zoals bekend hebben veel leraren op de middelbare school te kampen met een gebrek aan bruikbare tekstedities van bekende literaire werken. Het probleem is dat uitgevers liever niet aan dit soort publicaties beginnen, omdat ze onvoldoende zeker zijn hun investeringen terug te verdienen. Op het Internet hoeft dit geen probleem te zijn, omdat de investeringen nagenoeg gelijk zijn aan nul. Zelfs betrekkelijk onbekende teksten kunnen op deze manier uiteindelijk een aantrekkelijke editie krijgen -- een editie waaraan zelfs hertalingen, samenvattingen, videofragmenten van uitvoeringen, en zo meer kunnen worden toegevoegd.

Het zal geen verbazing wekken dat er op dit moment al een levendige 'handel' op het Internet is in samenvattingen van De Aanslag en andere populaire boeken voor de lijst. Een omvangrijk overzicht van dergelijke boeken wordt gegeven door de Digitale School, een project dat in de zomer van 1995 werd gestart door enkele leraren van een Haagse Dalton-school, maar waaraan ondertussen ook leerkrachten van andere scholen deelnemen. Verder vindt de leerling hier onder andere werkstukken van andere leerlingen, en veel koppelingen naar andere interessante plaatsen op het Internet. Een nieuwsgierige leerling kan zich in elk onderwerpen net zo veel verdiepen als hij of zij wil -- desgewenst zelfs in de taalkunde die hem of haar door de politiek ontzegd is.

Grenzen vervagen

In het bovenstaande heb ik een onderscheid gemaakt tussen onderzoek, voorlichting en onderwijs, maar het zal duidelijk zijn dat dit onderscheid in de digitale wereld enigszins onduidelijk wordt. Grenzen vervagen, omdat alle informatie voor iedereen precies even toegankelijk wordt. Er staan ons dan ook ongetwijfeld nog veel interessante ontwikkelingen te wachten.

In dit artikel heb ik slechts zeer kort de bestaande mogelijkheden besproken. Er is nog veel meer te doen, en vooral: er zou nog meer mogelijk moeten zijn. Daarvoor is het nu in de eerste plaats nodig dat meer neerlandici zich actief met het Internet gaan bemoeien. Alle in dit artikel genoemde niet-commerci'le projecten -- NederL, de Digitale School, Laurens Janszoon Coster -- kunnen nog veel medewerking gebruiken. Een enorme computerkennis hoeft u daar niet voor te hebben. Wie met een gewone tekstverwerker om kan gaan en op zijn minst een e-mailaansluiting heeft, kan al meewerken. Er is wat idealisme voor nodig, maar er ligt dan ook een mooi ideaal in het verschiet.

De auteur publiceerde onder andere de boeken Internet voor Windows, Effectief E-Mailen en Effectief Werken met Netscape, allen bij Uitgeverij Buna Informatica in Utrecht.