Elke week komen er enkele honderden nieuwe vaktermen bij. Hoe kunnen bedrijven aan die stroom het hoofd bieden? Begin november werd in Antwerpen de vereniging NL-term opgericht, een platform voor iedereen die met vaktermen werkt. Terminologisch ondernemer Helmi Sonneveld was een van de oprichtsters van NL-term. 

Een vereniging op zoek naar het juiste woord

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in Onze Taal, 1997.

Hoeveel woorden heeft een moderne taal? Als we alle vaktermen meetellen, moeten het er ettelijke miljoenen zijn. Het valt dan ook niet mee om voor elk begrip de passende term te vinden. Met dat probleem worstelen vertalers van technische documenten, maar ook wetenschappelijke en industriële onderzoekers, bijna elke dag. ``Het lukt alleen met voldoende vakkennis en de juiste contacten,'' zegt Helmi Sonneveld.

Sonneveld kan het weten. Zij verdient haar brood door anderen te helpen het juiste woord te vinden. Ze is oprichtster en directeur van Topterm, een bedrijf met kantoren in Amstelveen en Columbus (Ohio) dat terminologische hulp biedt aan onder andere de farmaceutische en de chemische industrie. Bovendien is ze onlangs gekozen tot voorzitter van de Europese Vereniging voor Terminologie (EAFT) en voert ze de redactie over het Engelstalige vakblad Terminology. Begin november richtte ze samen met collega's en andere belanghebbenden de vereniging NL-term op, een Nederlands-Vlaamse poot van de EAFT.

Interface

Als een Nederlandse medewerker van een scheikundig concern met zijn collega uit Amerika correspondeert over een nieuwe chemische stof, moeten ze dezelfde termen gebruiken om elkaar goed te begrijpen. Voor die termen hebben ze bovendien niet genoeg aan de vage, meerduidige beschrijvingen uit een gewoon handwoordenboek. Een goede vakterm heeft een expliciete en eenduidige betekenisomschrijving. Veel grote internationale bedrijven bouwen daarom aan databanken waarin voor alle termen die in het bedrijf gebruikt worden een vertaling in meerdere talen te vinden is. Terminologen assisteren in de bouw en het onderhoud van dat soort databanken.

Zijn er veel bedrijven zoals Topterm? ``Volgens mij zijn wij het enige. Wel zijn er bijvoorbeeld veel vertaalbureaus en universiteiten die ook terminologische diensten bieden.'' Grote bedrijven die vaak vertalingen nodig hebben, zetten bovendien een eigen terminologische afdeling op. Softwarebedrijven maken bijvoorbeeld regelmatig nieuwe versies van hun producten. Die computerprogramma's krijgen in eerste instantie een Engelse interface, maar deze wordt zo snel mogelijk in andere talen omgezet. Om de gebruiker daarbij niet onnodig in verwarring te brengen, is het belangrijk dat elk Engelse woord elke keer op dezelfde manier vertaald wordt. Ook hier biedt de bouw van een goede terminologische databank uitkomst.

ZIEKTES

Ook de overheid probeert greep te krijgen op het woordgebruik. Zo heeft Sonneveld een grote opdracht uitgevoerd voor het Rijksinstituut Historische Documentatie, dat een standaardterminologie wilde invoeren voor de beschrijving van museumcollecties. Elk kunstwerk en elk historisch monument moesten in dezelfde woorden beschreven kunnen worden, zodat een beter overzicht ontstond van de beschikbare museumschatten. Ook de Nationale Raad voor de Volksgezondheid maakte gebruik van Sonnevelds diensten toen een Nederlandse vertaling gemaakt moest worden van de International Classification of Diseases, een uitgebreid systeem om menselijke ziektes te benoemen.

Onder auspiciën van de Nederlandse Taalunie werd onlangs een groot project gestart om de terminologieën van de Nederlandse en de Vlaamse overheid beter op elkaar af te stemmen. Het was volgens Sonneveld de hoogste tijd voor een dergelijk project want de terminologieën van de twee regeringen liggen te ver uit elkaar``Neem het woord wetsvoorstel. In Nederland is dat een voorstel van de regering voor een nieuwe wet, maar in Vlaanderen noemt men zoiets een wetsontwerp. Het woord wetsvoorstel kent men ook wel, maar betekent daar een wet die juist door het parlement is voorgesteld. Dat noemt men in Nederland nu juist weer een initiatiefwet.'' Het nieuwe project zou een einde moeten maken aan deze bronnen van verwarring.

70.000 termen

De Taalunie is ook betrokken bij de nieuwe vereniging NL-term. Deze vereniging moet volgens medeoprichtster Sonneveld in de eerste plaats een forum bieden aan alle terminologen in het Nederlandse taalgebied. ``Ons vakgebied is nog erg versnipperd en het is vaak moeilijk om de informatie te vinden die je zoekt. In de toekomst moet iemand met een terminologisch probleem contact op kunnen nemen met onze vereniging, die zo iemand dan doorverwijst naar de juiste instantie of de juiste databank.''

Sonneveld hoopt daarnaast dat de vereniging het prestige van haar vak kan vergroten. ``Klanten begrijpen vaak niet hoeveel werk er in een terminologische opdracht zit. Een paar maanden geleden had ik nog iemand die kwam met een lijst van 70.000 Engelse termen. Er was geen enkele informatie over het vakgebied waar deze termen gebruikt werden, of wat ze ook maar zouden kunnen betekenen. Maar die klant wilde wel dat we die lijst in drie maanden zouden vertalen. Dat komt neer op bijna duizend termen per dag!'

NL-term zal hopelijk een einde kunnen maken aan dit soort misverstanden. Degene die het juiste woord zoekt, kan voortaan bij deze vereniging terecht.