David Bowie voor doven

Marc van Oostendorp

Onze Taal, 1997.

Als kind werd Gerdinand Wagenaar een paar weken lang elke avond om acht uur uit zijn bed gehaald. De Amerikaanse president Nixon nam na een slepende Watergate-affaire zijn ontslag en hierover werd in het journaal uitvoerig bericht. Vader en moeder Wagenaar wilden dit nieuws zo goed mogelijk volgen. Welk kind wil er niet uit bed gehaald worden voor iets zo gewichtigs? Dus vertaalde Gerdinand in zijn pyjamaatje de Nederlandse woorden die op de televisie gesproken werden in de taal van zijn ouders -- de Nederlandse Gebarentaal.

De vaardigheden die hij indertijd als horend kind van dove ouders heeft opgedaan, kan Wagenaar in zijn huidige vak goed gebruiken. Hij geldt als een van de meest vooraanstaande tolken voor de Nederlandse gebarentaal. Hij was waarschijnlijk de eerste die van het tolken een voltijdse betrekking maakte en hij heeft gewerkt in de Tweede Kamer en het Europees parlement. Ongeveer een jaar geleden stond hij op het podium naast David Bowie en vertaalde wat er op het podium gezegd en gezongen werd voor het aanwezige dove publiek.

Hoe begint zo'n carrière? `In 1983 studeerde ik sociologie in Amsterdam,' vertelt Wagenaar, 'toen een groepje dove mensen uit Zoetermeer mij vroeg of ik kon tolken bij hun contacten met de gemeente. Ze wilden een vereniging voor doven oprichten en hadden daarvoor subsidie nodig. Mijn vader was een van de oprichters van die vereniging, dus die contacten waren snel gelegd.'

Baantje

Kennelijk verliep het tolkwerk succesvol, want de subsidie werd verleend. 'Vrijwel de eerste brief die bij de Zoetermeerse dovenclub binnenkwam, was van de toenmalige Stichting Nederlandse Dovenraad. Die hadden geld gekregen om een tolkendienst op te zetten, en ze informeerden of de verschillende dovenclubs geen geschikte mensen kenden. Nou, mijn vader wist natuurlijk wel iemand te noemen. En zo kon ik al snel aan mijn eerste baantje beginnen.'

Niet lang daarna begon Wagenaar ook aan de tolkenopleiding die toen net was opgezet. Hij deed drie dingen tegelijkertijd: hij werkte als tolk, hij volgde de tolkenopleiding en hij was ook nog ingeschreven als student aan de Universiteit van Amsterdam. De wetenschap verloor echter hoe langer hoe meer Wagenaars belangstelling en in 1986 besloot hij al zijn tijd te wijden aan zijn werk als tolk.

Subsidiariteitsbeginsel

Johan Wesemann, de directeur van de Europese belangenorganisatie voor doven (de European Union of the Deaf) en voorzitter van de Europese Gehandicaptenraad, is tegenwoordig een van Wagenaars belangrijkste klanten. Wesemann is doof en gebruikt bij zijn werk de Nederlandse Gebarentaal. Als Wesemann gaat lobbyen bij een Europees politicus, als hij een vergadering van de Gehandicaptenraad voorzit, of een congres bezoekt van een van de aangesloten organisaties, schakelt hij meestal Wagenaar in als tolk.

Dat Wesemann de enige dove Nederlander is op een dergelijke post, levert interessante taalproblemen op voor zijn tolk. De gebarentaal kent geen uitgebreide Europese politieke terminologie. Vertalingen moeten daarom vaak ter plekke bedacht worden. 'Neem een begrip als subsidiariteitsbeginsel', zegt Wagenaar. 'Dat begrip is indertijd geïntroduceerd door Ruud Lubbers en nog steeds populair in politieke kringen. Ook in Europa. Maar hoe vertaal je het in gebarentaal?' Hij laat zien welke oplossing hij uiteindelijk gevonden heeft: met alle vingers van zijn rechterhand wijst hij naar beneden: het gebaar voor 'zaken afschuiven naar lagere regionen'.

Werktalen

Een andere complicatie is dat de dove Europeanen voor hun eigen Babylonische spraakverwarring hebben gezorgd. In elk van de vijftien lidstaten wordt een andere officiële gebarentaal gebruikt, en die talen zijn niet zonder meer onderling verstaanbaar. 'Ik was onlangs op een groot congres voor dovenorganisaties met mensen uit alle landen van de Europese Unie', vertelt Wagenaar. 'We hadden daar achttien werktalen: de vijftien gebarentalen, plus het Frans, het Engels en het Spaans. Als een Spaanse afgevaardigde iets zei, werd dat eerst door een tolk van de Spaanse Gebarentaal vertaald in het Spaans, vervolgens door een andere tolk van het Spaans naar het Engels, en tenslotte vanuit het Engels naar elk van de veertien andere gebarentalen.'

Zou het niet makkelijker zijn als alle dove mensen in Europa bij hun geboorte dezelfde gebarentaal zouden leren? 'In theorie wel, maar in de praktijk lukt dat niet. Gebarentalen zijn gewone, natuurlijke talen, en men nu eenmaal niet van hogerhand een hele gemeenschap dwingen een andere taal aan te nemen.'

'Dat is duidelijk te zien in Afrika. De Amerikanen zijn in veel Afrikaanse landen bijzonder actief geweest bij de opzet van dovenscholen. Op die scholen werd meestal de Amerikaanse gebarentaal onderwezen, maar deze heeft de autochtone gebarentalen nooit kunnen laten verdwijnen. Die talen bleven gewoon gebruikt worden in het café, op het voetbalveld en tijdens alle informele contacten die de doven hadden. Zoals het Vlaams in Vlaanderen ook nooit is verdwenen toen iedereen daar op school Frans moest spreken.'

David Bowie

Behalve de serieuze Europese vergadertaal oefent Wagenaar zich sinds een tijdje ook in een wat luchtiger genre -- de popmuziek. Zijn vriendin, Mindy Brown, is Amerikaanse en ook gebarentolk, maar dan voor de Amerikaanse gebarentaal. Toen zij nog in Los Angeles woonde, tolkte ze regelmatig tijdens popconcerten. 'Zij kan dat ontzettend goed,' zegt Wagenaar. 'Ze tolkt niet alleen de liedteksten, maar ze kan ook bij een gitaarsolo een heel verhaal vertellen dat het gevoel van zo'n solo overbrengt.'

In Amerika zijn dit soort doventolkoptredens bij popconcerten al niet meer ongewoon. Samen met Brown probeert Wagenaar ze ook in Europa te introduceren. Zo hebben ze vorig jaar samen de optredens van David Bowie in Nederland begeleid. Dit najaar waren op de Vlaamse televisie een aantal videoclips te zien waarin Brown tolkte. Wagenaar zelf treedt af en toe op in een bijzondere band die bestaat uit drie muzikanten en drie doventolken. De muzikanten staan achteraf op het podium, en de doventolken vertolken in wisselende formaties vooraan solo's. Zo verzorgt de band optredens die zowel voor een horend als voor een doof publiek interessant zijn.

Gebarenpostzegel

Een paar maanden geleden bracht de Commissie Erkenning Nederlandse Gebarentaal een rapport uit aan de Nederlandse regering over de beste manier om de positie van de gebarentaal te verbeteren. Wat moet er volgens Wagenaar verbeterd worden aan de positie van de doven en de doventolken in Nederland? 'Het is heel belangrijk dat de doven recht krijgen op meer tolkuren. In hun privé-leven kunnen ze nu maar achttien uur per jaar gebruik maken van een tolk. Daarmee moeten ze onder andere alle bezoekjes aan een huisarts, alle huwelijken en begrafenissen, alle bezoekjes aan openbare gelegenheden als het theater vertaald zien te krijgen. Daarvoor zijn die achttien uur veel te weinig.'

'Nog belangrijker is dat de maatschappij opener wordt voor dove mensen. Een land als Engeland zou een voorbeeld voor ons moeten zijn. In sommige theaters in dat land geldt de regel dat een voorstelling die langer dan een week gespeeld wordt, minstens één dag in de week een gebarenvertolking krijgt. Of er nu dove mensen in de zaal zitten of niet. En de publieke en de private omroepen hebben daar onlangs een verdrag gesloten waarin een aantal voorzieningen voor doven is getroffen. In het jaar 2005 zal minstens 50% van alle uitzendingen van alle Engelse omroepen ondertiteld zijn -- al dan niet via Teletekst -- en zal minstens 5% van een 'gebarenpostzegel' worden voorzien, zo'n hoekje in het scherm waarin een tolk zijn werk doet. Nu al wordt bij belangrijke gebeurtenissen in dat land vaak getolkt. De begrafenis van prinses Diana werd bijvoorbeeld zowel bij de BBC als bij de private zender ITN simultaan vertaald. Vergelijk dat nu eens met Nederland. Het enige programma waarbij hier structureel getolkt wordt, is de Troonrede!'

Als gebarentaal vaker op de televisie gebruikt wordt, zal dat volgens Wagenaar vanzelf leiden tot meer begrip bij de horende Nederlander voor de taal en de problemen van onze dove medeburgers. Bovendien: als er uitgebreide journaals voor doven komen, zullen horende kinderen van dove Nederlandse ouders niet meer uit bed hoeven te worden gehaald als er een belangrijke gebeurtenis plaats vindt. De Gerdinand Wagenaar van de toekomst kan rustig in zijn bedje blijven liggen.