Van vreemdelingen zonder papieren is het lastig te achterhalen waar ze precies vandaan komen. Analyse van hun moedertaal kan uitkomst bieden. Sinds 1999 heeft de Immigratie- en Naturalisatiedienst daarvoor taalkundigen in dienst, die uitzoeken welke taal of welk dialect een vreemdeling spreekt. Hoe gaat dat precies in z’n werk?

Hoe spreekt een vrouw uit Kirkuk?

Bureau Taalanalyse achterhaalt de herkomst van asielzoekers

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Onze Taal, november 2002)

In augustus vond de politie van Amsterdam een jongetje op het Centraal Station. Hij was ongeveer vijf jaar oud en droeg een halsketting met de naam Luca. Waar hij vandaan kwam, wist niemand. In de weken die volgden, probeerde de politie te achterhalen welke taal Luca sprak door hem met allerlei tolken te laten praten — vergeefs.

Geor Hintzen had de kwestie-Luca graag aangepakt. Sinds 1999 leidt hij het Bureau Taalanalyse van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in Den Haag. Het bureau onderzoekt of asielzoekers en criminele illegalen inderdaad uit het land komen waaruit ze beweren afkomstig te zijn. De medewerkers gebruiken daarvoor taalkundige middelen: zo precies mogelijk wordt de moedertaal van de betrokkene vastgesteld. "We willen kwaliteit leveren", zegt Hintzen. "Soms kunnen we iemand plaatsen tot in het dorp waar hij vandaan komt."

Muntstukken

Het Bureau Taalanalyse wordt ingeschakeld als er twijfel bestaat of een asielzoeker wel de waarheid spreekt. De laatste tijd is het leven in Sierra Leone bijvoorbeeld zo gevaarlijk dat Nederland asielzoekers uit dat land altijd opneemt. Het wordt dan voor mensen uit andere landen aantrekkelijk om te zeggen dat ze uit Sierra Leone komen.

Als nu de ambtenaar die de asielprocedure begeleidt of de politieagent die de criminele illegaal verhoort, vermoedt dat een asielzoeker niet de waarheid spreekt, wordt er een apart gesprek gehouden van ongeveer een uur. Een bandopname daarvan wordt naar Bureau Taalanalyse opgestuurd voor onderzoek. Hintzen: "In dat gesprek vragen we naar dingen die iedereen die uit een bepaald land komt, zou moeten weten. Wat voor muntstukken heeft men er? Hoe ziet de buurt waar die persoon gewoond heeft eruit? Het bandje is volkomen anoniem. Als het gaat om een criminele illegaal, wordt er niet over het misdrijf gepraat."

Fysiek gevaar

Hintzen heeft een kaartenbak met ongeveer zeventig ‘taalanalisten’, mensen die uit hetzelfde gebied komen als waaruit de geïnterviewde zegt afkomstig te zijn, en die de plaatselijke talen en dialecten goed kennen. Als het bureau een opname binnenkrijgt, wordt deze doorgestuurd naar een van deze analisten. De analist bestudeert in detail het taalgebruik van het interview. Worden er woorden gebruikt die kenmerkend zijn voor een bepaald gebied? Zitten er fouten in de zinsconstructies die lastig onder de knie te krijgen zijn voor buitenstaanders? Ook op de inhoud van het interview wordt ingegaan: hoe goed kent de betrokkene het land en de streek?

Hintzen: "Ook onze taalanalisten zijn anoniem; dat moet ook, want ze lopen soms persoonlijk fysiek gevaar. De uitkomst van hun analyse kan beslissend zijn in een procedure." Daarom probeert Hintzen analisten te vinden die zo goed mogelijk geschoold zijn, maar het belangrijkst is volgens Hintzen "dat ze uit het land van herkomst komen. In Duitsland doen ze dat bijvoorbeeld heel anders, daar zijn ze veel meer gesteld op academische titels en laten ze de analyses meestal doen door professoren van de universiteit. Ze vergeten daarbij dat die hoogleraren bij het maken van hun woordenboeken zelf ook gebruikmaken van informanten. Bovendien hebben ze vaak weinig tijd, zodat de analyse in de praktijk door een student wordt gedaan. En iemand uit het land van herkomst kent de nuances tussen dialecten toch het best."

Shoarmatent

Ook in Nederland komen er overigens taalkundigen te pas aan het uiteindelijke rapport. Op het Bureau Taalanalyse werkt een team van taalkundigen die elke taalanalist ‘debriefen’. In een gesprek proberen zij zo goed mogelijk te achterhalen hoe deugdelijk de argumenten van de taalanalisten zijn en hoe een en ander zo goed mogelijk kan worden onderbouwd in een officieel rapport. In voorkomende gevallen kan ook een beroep worden gedaan op deskundigen van universiteiten en bij andere Europese taalbureaus in bijvoorbeeld Zweden en Zwitserland.

Op dit moment komen de meeste asielaanvragen uit Afrikaanse landen als Sierra Leone, Soedan en Angola, maar ook uit de Arabische wereld. De geïnterviewden zijn soms heel inventief in het om de tuin leiden van de taalanalist. Hintzen: "Je hebt dan een hier illegaal verblijvende Marokkaan die een tijdje in een Egyptische shoarmatent heeft gewerkt en Algerijnse vrienden heeft, en zo heel vaardig allerlei Arabische dialecten met elkaar mengt. Je moet dan wachten tot zo iemand moe wordt en zich verspreekt, of je moet hem over onderwerpen laten praten die in een shoarmatent niet zo snel aan de orde komen."

In een enkel geval lukt het ook om met een klein beetje gezond verstand iemand te ontmaskeren: "We hadden een keer een Egyptenaar die beweerde dat hij uit Irak kwam, uit Bagdad. Maar toen hij die stad moest beschrijven, beschreef hij gewoon Caïro. Alleen had hij van het Sadatplein het Saddam Hoesseinplein gemaakt."

Democratie

Al met al lukt het volgens Hintzen in meer dan negentig procent van de gevallen om de geïnterviewde vrij nauwkeurig te plaatsen. In meer dan zestig procent van de gevallen die het bureau behandelt, blijkt de persoon uit een ander land te komen dan hij beweerde, waardoor bijvoorbeeld de asielaanvraag wordt afgewezen. Vindt Hintzen dat geen vervelend idee? "Nee, want de beslissing wordt uiteindelijk door iemand anders genomen en mensen kunnen ook altijd op humanitaire gronden asiel krijgen. Bovendien leven we in een democratie en als loyaal ambtenaar moet je dan je taak zo goed mogelijk volbrengen. Ook in Nederland kunnen we nu eenmaal niet iedereen toelaten, en we moeten de asielprocedure zo veel mogelijk openlaten voor degenen voor wie ze bestemd is. En er speelt een aspect van veiligheid: met het oog op terrorisme wil je toch ook weten wie er zoal ons land binnenkomt."

Bovendien kan de taalanalyse soms ook iemand te hulp komen voor wie de situatie bijna hopeloos was: "Ik herinner me een Koerdische vrouw die beweerde uit Irak te komen, uit de stad Kirkuk, een gevaarlijke stad, net buiten de no-flyzone. De ambtenaar vertrouwde het niet, want die vrouw wist niet wie de president van Irak was, niet wat voor geld ze daar hadden, niets. Ze was misschien ook niet een van de slimsten, maar onze taalanalist kwam zelf uit Kirkuk en herkende haar dialect en haar beschrijving van haar buurtje meteen. Zonder taalanalyse hadden we waarschijnlijk nooit ontdekt dat ze wel degelijk de waarheid sprak."