De taalkundige Hein van der Voort trok naar het tropisch regenwoud van Brazilië om daar de grammatica vast te leggen van het Kwaza, een taal waarvan nog maar 25 sprekers over zijn. Hoe kwam Van de Voort bij die indianen? Wat vonden zij van de blanke onderzoeker die hun cultuur kwam bestuderen? En wat is het belang van dit soort onderzoek?

Oliebollen in het regenwoud

De grammatica van een taal met 25 sprekers

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in december 2000 in Onze Taal.)

Een jaar lang woonde de taalkundige Hein van der Voort in het tropisch regenwoud van Rondônia, een deelstaat in het westen van Brazilië. Hij leefde er met zijn vriendin in een houten huisje in een reservaat en probeerde er zo veel mogelijk Kwaza te leren, een taal die nog gesproken wordt door slechts twee families, die bovendien verwikkeld zijn in een langdurige vete. In totaal zijn er ongeveer 25 sprekers van het Kwaza. Nooit eerder was er een tekst in het Kwaza geschreven en de taal is over honderd jaar waarschijnlijk uitgestorven, maar Van der Voort heeft haar grammatica nu vastgelegd in een zevenhonderd pagina's dik boek.

Vrijwilliger

Lange tijd dachten taalkundigen en antropologen dat het Kwaza uitgestorven was. In 1938 had de antropoloog Claude Lévi-Strauss nog een woordenlijstje van de taal gemaakt met wat woorden die hij onder een paar oude mensen verzameld had. Dat waren de laatste sprekers geweest, meende men. Maar toen een Amerikaanse taalkundestudent in 1984 onderzoek deed naar een andere indianentaal, het Aikana, ontdekte hij in hetzelfde reservaat nog vijf sprekers van de uitgestorven gewaande taal.

De begeleider van die student schreef een brief aan een Nederlandse collega aan de Universiteit van Amsterdam: kende hij niet iemand die een tijdje onderzoek wilde doen naar deze bijzondere taal? Om een lang verhaal kort te maken: tien jaar later maakte Van der Voort voor het eerst kennis met Mario, de Kwaza-indiaan die hem in de volgende maanden zou inwijden in de geheimen van zijn taal.

"Hoe kwam u in contact met de Kwaza-indianen?

"In het midden van de jaren negentig werkte er een Braziliaanse onderzoekster in dat gebied. Zij heeft een goed woordje voor me gedaan. De indianengemeenschap in het reservaat - die uit ongeveer tweehonderd mensen bestaat, dat zijn dus niet allemaal sprekers van het Kwaza - heeft toen vergaderd. Onder elkaar hebben ze iemand aangewezen die mij moest begeleiden. En Mario had zich min of meer als vrijwilliger gemeld."

"Hij bleek een heel prettig iemand om mee samen te werken. We zaten soms dagen achter elkaar, vijf uur per dag, over het materiaal gebogen: teksten te analyseren en nieuwe opnamen te maken. In de handboeken voor taalkundigen staat dat je na elk half uur werken drie uur pauze moet nemen om de mensen met wie je werkt niet te overbelasten, maar Mario had daar geen behoefte aan."

Bleke slungel

"Soms zag ik hem wekenlang niet. Hij had een eigen plantage waarop hij onder andere maniok en mais verbouwde en soms moest hij een tijdje op jacht. Dan ging ik bijvoorbeeld naar de oudere mensen toe, die me vertelden over de geschiedenis van het volk en over hun cultuur. Ik heb ook verschillende liedjes op band opgenomen."

Betaalde u Mario ook?

"Natuurlijk."

Wat vonden de andere Kwaza-indianen ervan dat u hun taal onderzocht?

"Ze vonden het wel amusant, zo'n bleke slungel die naar het afgelegen Rondônia kwam, waar geen elektriciteit of stromend water is en de mensen apen en rupsen eten. En die niet, zoals de andere blanken daar, kwam om Jezus te brengen, hout weg te halen of goud te zoeken. Die met oudjes praatte en hen urenlang kon doorzagen over hoe ze vroeger door het oerwoud liepen. Op onze manier hebben we trouwens ook geprobeerd onze gastheren en -vrouwen kennis te laten maken met onze cultuur. Zo hebben we met oudjaar een keer oliebollen gemaakt, met rozijnen."

"Ze zagen het belang van mijn werk wel. Ik kon ze uitleggen dat alle volken hun cultuur en geschiedenis opschrijven. Ik liet ze zien hoe je het Kwaza kon noteren. Bovendien zeiden ze me zelf af en toe, als we weer urenlang over een ingewikkelde grammaticaregel hadden gepraat: 'Je leert onze taal toch nooit, die is nog moeilijker dan het Portugees!' Ze konden wel begrijpen dat dit betekende dat hun taal dus ook niet minderwaardig was."

Hoe goed is uw Kwaza nu?

"Ik heb de grammatica van die taal geschreven, maar ik spreek haar nauwelijks. De beste manier om een taal te leren is door je erin onder te dompelen, maar dat is nauwelijks mogelijk met zo weinig sprekers. In het reservaat spreekt iedereen Aikana met elkaar. Kwaza spreken de leden van de twee families hooguit onder elkaar. Daar kom je niet genoeg tussen om het echt goed te leren spreken."

Te laat

Hoe erg is het als talen verdwijnen?

"In het noordoosten van BraziliŽ hebben de meeste indianen, net als in de Verenigde Staten, hun oorspronkelijke talen al verloren, omdat de kolonisatie daar veel eerder begonnen is. Bij die mensen begint het besef door te dringen dat ze de taal van hun voorouders kwijt zijn. Zij vragen soms aan taalkundigen hun hun talen terug te geven, maar als er niets over is, kunnen ook die taalkundigen niet veel meer doen. In Rondônia is het misschien nog niet te laat."

"Bovendien beseffen te weinig mensen dat op dit moment honderden talen en culturen op sterven na dood zijn. Zo snel is het in de geschiedenis van de mensheid nooit eerder gegaan. In het tropisch regenwoud gaat dat hand in hand met het vernietigen van de ecologische omgeving van deze mensen. Ze raken alles kwijt wat ze hadden, inclusief hun identiteit, en wat krijgen ze ervoor terug? Een plaats in de sloppenwijken, waar ze jonger sterven en waar ze gediscrimineerd worden omdat ze ondanks al hun pogingen zich aan te passen toch indianen blijven."

"Elke taal vormt een deel van het cultureel erfgoed van de mensheid en een inkijkje in de menselijke geest. Al die talen sterven zonder een spoor achter te laten. We zullen later niet eens weten wat er allemaal weg is."

Maar veel van die mensen wŪllen toch Portugees leren?

"Dat is waar. We kunnen de veranderingen van de moderne tijd ook niet meer terugdraaien. Ze hebben het Portugees daarom ook nodig en ze moeten dan ook in die taal onderwezen worden."

"Als taalkundige kun je die mensen wel vertellen dat hun eigen taal niet minderwaardig is aan de westerse talen en dat eentaligheid niet per se de norm is. Dat ze hun eigen taal niet hoeven op te geven om Portugees te kunnen leren."

Rijkdom

Hoe staan de andere Brazilianen tegenover deze talen?

"Als je aan de gemiddelde Braziliaan vraagt hoeveel talen er in zijn land gesproken worden, zegt hij: één, het Portugees. Dat er nog steeds ongeveer 180 onderling sterk verschillende indianentalen zijn, gelooft hij niet. Ook Braziliaanse taalkundigen denken trouwens zo: ik heb zelf een taalkundige horen beweren dat al die indianentalen primitieve verzamelingen kreten waren. De meeste taalkundigen in Brazilië bestuderen het Engels of het Portugees - talen met prestige."

"Ze beseffen niet op wat voor rijkdom ze zitten. Terwijl we van die talen zoveel kunnen leren. Elke taal geeft je weer een andere blik op de manier waarop de menselijke hersenen werken. Als Jan en Piet tegen Marie in het Nederlands zeggen: 'We gaan weg', is het zonder context niet onmiddellijk duidelijk of het de bedoeling is dat Marie wel of niet meegaat. Het Kwaza heeft daarvoor twee soorten wij: het ene betekent 'ik, jij en eventueel nog anderen' en het andere 'ik en anderen, maar jij niet'. Dat zoiets mogelijk is in taal, kun je niet bedenken als de talen waarin het voorkomt uitgestorven zijn zonder een spoor achter te laten."

Is het de belangrijkste taak van taalkundigen om dit soort talen te beschrijven?

"Het belangrijkst is de sprekers te helpen hun taal levend te houden en in ieder geval vast te houden voor later. Dat kun je doen door bijvoorbeeld een schriftsysteem voor ze te ontwerpen, ze te helpen leermiddelen te ontwikkelen en ze voor te lichten over de waarde van hun taal. Van het Kwaza zijn overigens helaas waarschijnlijk te weinig sprekers over; die taal valt waarschijnlijk niet meer in leven te houden."

Hoogbejaard

Wat gaat u nu doen? Op naar de volgende taal?

"Begin volgend jaar ga ik hopelijk terug naar Rondônia. Ik wil een andere taal bestuderen: het Arikapu. De situatie is voor die taal nog een stuk ernstiger: er zijn nog maar vier sprekers bekend, die alle vier hoogbejaard zijn. In 1968 kwamen er opeens veertien sprekers van deze taal uit het regenwoud tevoorschijn; tien van hen keerden daar weer naartoe terug. De toekomst van het Arikapu is dus heel somber. Zo'n uitgebreide grammatica als van het Kwaza kan ik er waarschijnlijk niet van schrijven, maar ik wil in ieder geval iets vastleggen van de structuur en het lexicon. Het interessante is dat deze taal, in het uiterste westen van Brazilië, verwant lijkt aan talen aan de oostkust. Er zijn theorieŽn dat die oostelijke talen ooit in heel Brazilië gesproken werden, dat de westelijke pas later gekomen zijn. Meer inzicht in deze taal zou misschien licht kunnen werpen op die theorie."

"Maar ik moet er eerst maar eens naartoe, om te zien of ze me willen ontmoeten en met me willen werken. En of ik voldoende informatie van ze kan krijgen om iets van de structuur van die taal te beschrijven."

Enkele sieraden die Van der Voort uit Rondôia heeft meegenomen zijn hier te koop.