Haus, karde en kitsje.

Over de uitspraak van Engelse woorden in het Nederlands

Marc van Oostendorp

(Samenvatting praatje Wetenschapsdag Meertens Instituut, oktober 2000)

Nederlanders gebruiken steeds meer Engels in steeds meer situaties. Bovendien is er in de afgelopen decennia een relatief grote hoeveelheid leenwoorden van Engelse oorsprong in het Nederlands gekomen. Voor sommige mensen zijn deze ontwikkelingen een bron van zorg; zij vrezen dat het Nederlands aan deze sterke vreemde invloed ten onder zal gaan. Er zijn echter veel aanwijzingen dat Engelse leenwoorden moeiteloos worden ingebed in het grammaticale systeem van het Nederlands. Dat geldt bijvoorbeeld voor de uitspraak. Het Nederlands heeft een eigen klanksysteem en leenwoorden zoals 'computer' en 'Internet' worden volgens dat systeem uitgesproken; ze klinken in onze taal heel anders dan in het (Amerikaans) Engels. Er ontstaat dus bij wijze van spreken een huis-tuin-en-keuken-Engels, aangepast aan het Nederlandse klanksysteem.

Hoe het klanksysteem van het Nederlands eruit ziet kunnen we juist heel goed leren begrijpen door te bestuderen hoe Nederlanders Engelse woorden uitspreken. De uitgang [ûn] wordt in bijna alle variëteiten bijvoorbeeld uitgesproken als [û]; de neiging is heel sterk om dit zelfs in Engelse woorden te doen en [kitsjû] te zeggen in plaats van 'kitchen'.

Aan het eind van de lezing zal kort worden ingegaan op de vraag of dit alles nu betekent dat er een Nederlands dialect van het Engels zal ontstaan.