Het Groene Boekje dient te worden afgeschaft

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in NRC Handelsblad, 14 november 2002); het is ook te lezen op de website van de krant; daar is ook een discussieforum ingericht. Lees ook de reactie van Anneke Neijt, 'Spelling heeft een flexibele wet nodig', die op 26 november in de krant verscheen.)

In het spellingdebat dat de laatste week weer is opgelaaid na uitspraken van de Vlaamse minister van Cultuur Van Grembergen kunnen twee kampen worden onderscheiden, die allebei onzin verkopen. De ene groep, waartoe Van Grembergen behoort, vindt dat we de spellingregels moeten veranderen. De andere groep, onder wie de Nederlandse staatssecretaris voor Cultuur Van Leeuwen, vindt dat we ze moeten laten zoals ze zijn.

Veel te zelden hoor je dat we die spellingregels helemaal niet nodig hebben, dat er geen enkele reden is om de overheid te laten interveni‘ren in dit soort zaken, en dat het Groene Boekje beter kan worden afgeschaft. Zo'n afschaffing bespaart een hoop debat en ergernis, en heeft geen noemenswaardige nadelen.

Vaak stellen tegenstanders van spellinghervorming ons het buitenland ten voorbeeld. ,,In Engeland hebben ze het heel wat beter voor elkaar'', zei de schrijver Harry Mulisch onlangs. ,,Daar verandert men bijna nooit iets en kan men nog steeds Shakespeare lezen in de oorspronkelijke taal uit de zestiende eeuw.'' Het opmerkelijke is dat er in het Engelse taalgebied helemaal geen tegenhanger is van het Groene Boekje, de spelling is daar nooit het onderwerp van een wet, maar wordt terecht overgelaten aan een vrij spel van maatschappelijke krachten, zonder dat dit kennelijk voor de ondergang van de Engelse taal zorgt.

In Duitsland is enkele jaren geleden voor het eerst een offici‘le spelling ingevoerd; het gevolg ervan is vooral dat er in het Duitstalige gebied sindsdien net zoveel gekrakeeld wordt over spelling als bij ons.

Een vaak genoemd argument voor spellingregels is dat woordenboekmakers behoefte hebben aan vaste afspraken. Maar in culturen zonder spellingwet vormen woordenboekmakers vaak de norm zoals de Grote Van Dale bij ons in de praktijk de norm is voor woorden die niet in het Groene Boekje staan. Bovendien bieden elektronische woordenboeken nu al de mogelijkheid om snel en gemakkelijk in uitspraakvarianten te zoeken; dat zou voor spellingvarianten ook kunnen.

Een ander argument luidt dat we zonder wettelijke regels in een chaos ten onder zouden gaan. De huidige toestand van het Engels laat al zien dat dit niet klopt. Bovendien: zouden mensen echt ineens allemaal op de meest uiteenlopende manieren beginnen te schrijven als de overheid niet intervenieerde?

Voor de uitspraak bestaan ook geen wetten en geen Groen Boekje en toch kunnen de meeste Nederlandstaligen als ze hun best doen elkaar behoorlijk verstaan. Hooguit zou er zonder wet wat marginale variatie komen: de ene persoon schreef produkt en de andere product. Je vrienden kun je herkennen aan het feit dat ze hier de juiste keuze maken - de jouwe. Dat is precies de manier waarop taal werkt, van zinsbouw tot en met uitspraak. Je hoort nooit iemand pleiten voor een overheidsstandaard op deze niveaus omdat anders een totale chaos dreigt.

Mensen die per se een norm willen hebben, kunnen zich bovendien altijd richten op goede taalgebruikers, op schrijvers en journalisten bijvoorbeeld. Dat vindt Harry Mulisch overigens ook: ,,Schrijvers zijn degenen die met de taal omgaan. Het is volgens mij dan ook beter dat schrijvers zich over de taal buigen dan een stel taalkundigen. Je laat politicologen toch ook geen politiek bedrijven?''

Mulisch heeft daar gelijk in. Schrijvers zullen het overigens waarschijnlijk nooit eens worden over alle details van de spelling. Mulisch zelf schrijft woorden als 'nederlands' en 'duits' met kleine letters, waar anderen hoofdletters gebruiken, maar dat is niet erg. Integendeel, het maakt het mogelijk in je spelling te laten zien waar je staat.