Op 16 oktober wordt in Utrecht tijdens een feestelijk `Taalgala' een prijs uitgereikt aan de taalkundige die vorig jaar het beste proefschrift heeft geschreven. Twee van de drie kandidaten zijn buitenlanders die naar Nederland gekomen zijn vanwege de aantrekkingskracht van de Nederlandse taalwetenschap. De Nederlandse taalkundigen internationaal een goede reputatie. Hoe komt dat?

De beste taalkundigen ter wereld

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen eerder in Onze Taal, oktober 1998

Wat is het land met het grootste aantal taalkundigen per hoofd van de bevolking? De Amerikaanse taalwetenschapper Barbara Partee wist een aantal jaren geleden het antwoord op die vraag. ``Ik ben blij dat ik Nederlands geleerd heb'', schreef zij in het voorwoord van een cursusboek voor taalkundestudenten -- een boek dat geschreven was door een groep Nederlandse geleerden en dat vertaald was voor de Amerikaanse markt.

Ook NWO, de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, stelde niet al te lang geleden vast dat de Nederlandse taalwetenschap internationaal in hoog aanzien staat. Geen enkele andere groep Nederlandse wetenschappers --met uitzondering van de sterrenkundigen -- werd door de collega's in het buitenland zo hoog aangeslagen als de taalgeleerden.

TAALGALA

De Nederlandse taalkundigen reiken elk jaar een prijs uit aan degene die in het voorafgaande jaar het beste proefschrift heeft geschreven aan een Nederlandse universiteit. Elke taalkundehoogleraar aan een Nederlandse universiteit kan een kandidaat voordragen voor de prijs. Een jury van deskundigen kiest een aantal laureaten, van wie er tijdens een feestelijk `Taalgala' uiteindelijk één als winnaar wordt aangewezen. Dit jaar wordt het gala gehouden op 16 oktober. Twee van de drie laureaten van dit jaar zijn vanuit het buitenland gekomen om in Nederland taalkunde te studeren. Gezien de grote internationale status van de Nederlandse taalwetenschap hoeft dat geen verbazing te wekken.

De Tilburgse hoogleraar Roeland van Hout was lid van de jury. ``Er worden in Nederland in vrijwel alle takken van de taalkunde proefschriften geschreven die een rol spelen in de internationale wetenschappelijke discussie'', zegt hij. ``De Nederlandse taalkundigen horen tot de beste ter wereld.''

SAMENWERKEN

Het succes trekt studenten uit het buitenland aan. De Griekse Anastasia Giannakidou besloot naar Nederland te komen om haar proefschrift te schrijven nadat ze was afgestudeerd aan de Aristoteles-Universiteit van Thessaloniki. ``Er waren voor mij drie mogelijkheden'', zegt ze nu in vloeiend Nederlands: ``Amerika, Engeland of Nederland. Hoewel de eerste twee landen natuurlijk het praktische voordeel hadden dat er Engels gesproken werd, koos ik uiteindelijk toch voor Groningen. Er was daar een groep taalkundigen van wie ik het werk goed kende en met wie ik graag wilde samenwerken.'' Giannakidou schreef een proefschrift over de relatie tussen zinsstructuur en betekenis in onder andere het Grieks, het Engels en het Nederlands. Ze roemt de goede infrastructuur van het Nederlandse onderzoek. ``Ik denk dat er steeds meer Griekse taalkundestudenten naar Nederland zullen komen.''

Ook de in Duitsland geboren Chris Reintges besloot in Nederland te blijven. Hij schreef in Leiden een proefschrift waarin hij moderne taalkundige inzichten toepast op het Koptisch, een oude Egyptische taal. Hij had in Duitsland, zijn geboorteland, al Egyptologie gestudeerd, toen hij de Nederlandse taalkunde leerde kennen. ``Ik wilde laten zien dat die taal eigenlijk heel gewoon is, met grammaticale verschijnselen die we ook nog in moderne talen vinden. Maar in Duitsland had ik iets dergelijks nooit kunnen doen.'' Reintges heeft ondertussen zelfs de Nederlandse nationaliteit aangenomen.

OVERGEWAAID

Jenny Doetjes is de enige laureaat die ook in Nederland geboren is. Toch heeft ook zij de internationale status van de Nederlandse taalkunde aan den lijve ondervonden. Na haar studie Frans vertrok ze om een tijdlang in Parijs aan de universiteit te werken. Uiteindelijk keerde ze terug naar Leiden, waar ze haar proefschrift schreef over telwoorden en andere hoeveelheidsaanduidingen in onder andere het Nederlands en het Frans. ``De verhoudingen zijn aan Franse universiteiten veel hiërarchischer'', zegt ze nu. ``In Nederland is de werksfeer prettiger. Daardoor werkt men beter.''

Hoe komt de Nederlandse taalkunde aan haar internationale status? Volgens Roeland van Hout liggen de wortels van het huidige succes in de jaren zeventig. ``Toen stond de taalkunde enorm in de belangstelling bij studenten. Er kwamen uit Amerika allerlei nieuwe ideeën overgewaaid. Ook was de taalkunde voor die tijd nog niet erg sterk vertegenwoordigd aan de Nederlandse universiteiten. De nieuwe lichting kon haar gang gaan. Bovendien heeft ons land een sterke traditie in het bestuderen van vreemde talen.'' Nederland kon zo een internationaal centrum worden van de taalwetenschap, zonder dat de meeste Nederlanders het wisten. Van Hout: ``De Nederlandse taalkundigen hebben één fout gemaakt: ze hebben te weinig aan voorlichting gedaan, niet goed laten zien wat hun vak eigenlijk inhoudt. Als we niet uitkijken, zal zich dat wreken.''

De eerste tekenen van die neergang zijn al zichtbaar. Van Hout: ``Mijn studenten hebben steeds minder belangstelling voor taalwetenschap. Deze generatie laat zich sterk leiden door een zucht naar het snelle succes en door de vraag `wat kun je ermee?' Daarin schuilt volgens mij een groot probleem. Nu al zie je dat universiteiten moeite hebben Nederlandse kandidaten te krijgen voor onderzoeksplaatsen. Als dat zo doorgaat, heb je de kans dat in Nederland allerlei taalkundig onderzoek wordt gedaan -- maar niet naar het Nederlands.''