Waarom het Fries wel en de gebarentaal niet?

Nederlands taalbeleid is willekeurig

Marc van Oostendorp

(Dit stukje verscheen op 20 maart 2008 in Trouw, onder de in mijn ogen misleidende kop 'Er is wel geld voor Fries, maar niet voor gebarentaal'. Het gaat natuurlijk niet om geld)

Nederland is rijk aan autochtone minderheidstalen: van het Fries tot het Zeeuws, van het Limburgs tot de Nederlandse Gebarentaal. Helaas hebben we geen idee wat het met al die talen aanmoeten. Ze worden soms opgevoerd als een teken van de culturele rijkdom van ons land, maar in de praktijk meestal als een hinderpaal beschouwd. Een samenhangend overheidsbeleid bestaat niet. Het wordt tijd dat daar verandering in komt.

In maart 1998, precies tien jaar geleden, trad in Nederland het zogenoemde Europese Handvest voor Regionale Talen of Talen van Minderheden in werking. In dat verdrag van de Raad van Europa is vastgelegd hoe landen hun 'eigen' minderheidstalen moeten beschermen. Bij ondertekening van het Handvest in de vroege jaren negentig dacht men in Nederland alleen aan het Fries. Die taal is ook de enige die volledige erkenning gekregen heeft. Al voor de inwerkingtreding zijn echter door intensieve lobby's ook het Nedersaksich (de groep dialecten die van Groningen tot de Achterhoek gesproken worden) en het Limburgs erkend. Die laatste erkenningen zijn niet meer dan een loos gebaar: er worden geen consequenties aan verbonden. Terwijl de rijksoverheid geld uittrekt voor onderwijs en radio en tv in het Fries, gebeurt er niets dergelijks voor het Limburgs of het Nedersaksisch.

Het is een curieus lijstje waarop de willekeur regeert. Dat valt makkelijk te illustreren als we het het Nedersaksisch vergelijken met het Zeeuws. De enige reden waarom de eerste wel erkend is en de tweede niet, is dat men in het Nedersaksische gebied al vroeg een groep politici gemobiliseerd heeft, waaronder de VVD'er Henk Kamp. In Zeeland is men te laat gaan lobbyen. Bovendien besloot de Nederlandse regering voor het eerst advies in te winnen bij de Nederlandse Taalunie, het Nederlands-Vlaamse overheidsorgaan voor taalbeleid. De Taalunie is een bolwerk van de standaardtaal en adviseerde (daarom) tegen. De kwestie is niet of dit een goed advies was; maar het is onredelijk is om de twee verschillend te behandelen.

Iets soortgelijks geldt voor de verhouding tussen het Fries en de andere streektalen. Friese taallobyisten wijzen er wel op dat het Fries taalhistorisch meer afwijkt van het Nederlands dan alle andere streektalen. Dat argument voor een status aparte van het Fries is niet sterk. Doordat het Nederlands en het Fries eeuwenlang in innig contact hebben samengeleefd, zijn de talen erg op elkaar gaan lijken. Volgens sommige maatstaven wijkt het Limburgs minstens evenveel af van de Nederlandse standaardtaal als het Fries. Bovendien leeft het Limburgs in veel opzichten meer onder zijn sprekers dan zijn bevoorrechter Friese broeder. De kwestie is niet of er geld moet worden gestoken in een Friestalige omroep; maar in zo'n geval moet er ˇˇk geld zijn voor een Limburgstalige omroep.

Dan is er tot slot, de Nederlandse Gebarentaal. Alle deskundigen zijn het er over eens dat gebarentalen volwaardige menselijke talen zijn. Meer dan wie dan ook zijn doven bovendien gebaat bij voorzieningen in hun eigen taal, eenvoudigweg omdat het gesproken Nederlands voor hen per definitie minder toegankelijk is dan voor andere groepen. Hoezeer zij zich ook inspannen, doven zullen anders dan Friezen of Limburgers nooit de Nederlandse radio kunnen verstaan. Jaren geleden drong een overheidscommissie al aan op een wettelijke inbedding voor deze bijzondere taal. Sindsdien is er niets gebeurd. Er is wel op gewezen dat gebarentalen volgens de letter niet onder het Handvest vallen, maar we kunnen erkenning natuurlijk ook op andere manieren regelen. De kwestie is niet in welk wettelijk kader de erkenning van de gebarentaal geregeld wordt; maar het is onredelijk om als overheid wel allerlei talen te erkennen en de enige groep die erkenning Úcht nodig heeft, links te laten liggen.

Vijf jaar geleden kondigde de Nederlandse Taalunie aan dat er een plan zou komen voor een samenhangend sociaal taalbeleid, met zorg voor alle sprekers van alle taalminderheden. Van dat plan is sindsdien niets meer vernomen. Nederland was ooit een van de eersten die het Europees Handvest ondertekenden en in werking stelden. Het wordt tijd nu echt iets te doen voor de ware talenrijkdom van ons land.