In de serie interviews met hoogleraren in de Nederlandse taal- en letterkunde is Arie Verhagen aan de beurt. In 1998 werd hij benoemd tot hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit Leiden. Sinds oktober 2000 is Arie Verhagen ook voorzitter van de LVVN. Hij was toen nog maar kort lid van de vereniging.

De task force van de neerlandistiek

Interview met Arie Verhagen

Susanne van der Kleij en Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen eerder in vakTaal, 2001

"Ik schaam me een beetje dat ik er niet eerder lid van was omdat ik het altijd best een nuttige instelling heb gevonden, als middel om de afgestudeerde neerlandici bij elkaar te houden. Zo wordt ze de gelegenheid geboden elkaar te ontmoeten, met elkaar te communiceren. Dit gebeurt onder andere via het blad en doo r de tweejaarlijkse congressen. Verder kan de LVVN, als dat zo uitkomt, de stem van neerlandici als neerlandici laten horen. Niet dat dat altijd nodig is, maar daar is de LVVN toentertijd wel voor opgericht."

Invloed

De belangrijkste motivatie voor de oprichting was te laten zien dat neerlandici ook geschikt waren om andere dingen te doen dan voor de klas staan. Inmiddels komt een groot deel van de neerlandici niet meer in het onderwijs terecht. Van een gebrek aan werkgelegenheid, zoals ten tijde van de oprichting, is geen sprake meer. Wat de rol van de LVVN in deze omslag is geweest, vindt Verhagen een moeilijke kwestie. "Ik heb geen idee hoe succesvol de LVVN is geweest. Ik zou ook niet weten hoe je dat moet onderzoeken. Het doorslaggevende punt is de economische ontwikkeling."

Verhagen vindt dat zowel de LVVN als de Raad voor de Neerlandistiek, opgericht op instigatie van de vorige LVVN-voorzitter Wim Klooster, nog niet erg succesvol zijn geweest als het gaat om invloed op beleid. "Maar het heeft intern heel goed gefunctioneerd. De neerlandici die lid zijn vinden het heel prettig om de mogelijkheid tot onderlinge communicatie te hebben. Ik vind dat sowieso al een reden om de vereniging als een soort landelijke alumnivereniging in stand te houden." Desondanks hoopt hij met het tweejaarlijkse LVVN-congres ‘Zorg om het schoolvak Nederlands’ wat meer naar buiten te treden. Het onderwerp van dit congres vindt Verhagen een van de zaken waar neerlandici voor op moeten komen. Opvallend is dat de LVVN hiermee de neerlandici in het onderwijs centraal stelt, een scherp contrast met de uitgangssituatie. "De inhoud en aard van het onderwijs waren toen geen punt van zorg. Maar de ontwikkelingen in het onderwijs hebben wij natuurlijk niet in de hand."

LVVN-agenda

In een poging het publiek te verbreden valt het congres dit jaarsamen met het congres Het Schoolvak Nederlands, dat altijd grote aantallen mensen trekt. Wat Verhagen betreft is dit het begin van een publiciteitscampagne. "We kunnen daar wel een congresje houden en bij elkaar gaan klagen maar we moeten een groepje formeren dat de zaken aanpakt en de publiciteit systematisch probeert te benaderen. Mede door contacten die je legt met mensen die een voet tussen de deur hebben in de publiciteit, kom je wel in de media terecht. Niet voor niets hebben we bijvoorbeeld ook Liesbeth Koenen erbij gehaald, niet alleen omdat ze een aardig verhaal kan vertellen maar ook natuurlijk omdat ze in de krant kan schrijven."

Verhagen is er niet zeker van welke andere punten er op de LVVN-agenda behoren te staan: "Ik kan me voorstellen dat, in deze multiculturele samenleving, de vereniging een rol kan spelen in taal- en cultuurbeleid. Maar ik ben nog te kort voorzitter, ik heb daar nog te weinig over nagedacht om daar voor de LVVN iets duidelijks in te zien."

Als het gaat om allochtonen met een taalachterstand gelooft Verhagen dat een taak is weggelegd voor de neerlandici. Of de vereniging van neerlandici dan ook concrete stappen moet ondernemen, weet Verhagen nog niet. "Misschien moeten wij iets organiseren. Ik ben altijd een voorzichtig mens. Als ik een nieuw idee hoor, wil ik daar eerst over nadenken voordat het uitgevoerd wordt."

Multicultureel

Over taalachterstand van mensen die het Nederlands niet als moedertaal hebben valt meer te zeggen. Verhagen is zelf van mening dat het allerbelangrijkste is of mensen genoeg gemotiveerd zijn om goed Nederlands te leren of dat ze te sterk vasthouden aan hun eigen cultuur en taal. De grote vraag is hoe een tweede taal het beste geleerd kan worden: "De deskundigen zijn het hier niet over eens. Dus dat moet je in ieder geval in het oog houden, in verband met wat je wel en wat je niet als zeker kan presenteren aan de beleidsmakers en aan de onderwijsgevers." De rol van deskundigen in dit soort kwesties is volgens Verhagen het aanbrengen van nuanceringen in de vaak rechtlijnige ideeën van taalkundige leken.

Vorig jaar is er een multicultureel taalkundig manifest gepresenteerd, opgesteld door Nederlandse taalkundigen en onder andere ondertekend door Verhagen. Een van de bezwaren tegen dit manifest was juist dat het helemaal niet zo genuanceerd was. In dit geval liggen de zaken toch anders, vindt Verhagen. "Het ondertekenen van een manifest is een binaire beslissing, het is wel of niet, ja of nee. Iedereen die wel of niet ondertekend heeft, die daar over heeft nagedacht, heeft wel een paar punten waar hij toch iets anders zou hebben opgeschreven dan de opstellers van het manifest gedaan hebben, alleen lag het manifest er al. Dan slaat de balans op een gegeven moment door. Voor mij was het een belangrijk punt dat het manifest een reactie gaf op een discussie die in NRC Handelsblad op gang is gekomen. Daarin werd naar voren gebracht dat de eigen taal en cultuur van allochtonen een belemmering vormt bij het leren van Nederlands. Ik vond dit echt heel onjuist en ook gevaarlijk omdat het er voor beleidsmakers heel makkelijk uitziet. Er moest een tegengeluid komen."

Ideaal

Verhagen voelt zich niet alleen taalkundige, maar nadrukkelijk ook neerlandicus: "Voor mij is de neerlandistiek of de geïntegreerde studie van taal en cultuur een soort ideaal waar nog hard aan gewerkt moet worden, maar dat ik in ieder geval niet los wil laten. De neerlandistiek is geen entiteit met een zekere homogeniteit, maar er is geen reden om daar de conclusie uit te trekken dat we het dan ook af moeten schaffen."

"Daar wil ik wel iets meer over zeggen, als dat mag. De beoefenaren van de verschillende deeldisciplines van de neerlandistiek hebben allemaal hun contacten heel sterk buiten de neerlandistiek. De taalkundigen maken deel uit van de internationale taalkunde, de collega’s van middeleeuwse letterkunde heel nadrukkelijk van de hele Europese mediëvistiek. Dat zijn hele hechte verbanden en die kan je ook niet loslaten want het zijn terreinen waarbinnen de wetenschappelijke vooruitgang plaatsvindt."

"Voor mijzelf is taal een cultureel product van menselijke interactie. Ik als taalkundige voel dat ik neerlandicus moet zijn. Taal is een conventioneel systeem. De mechanismes die in de vorming van gemeenschappen spelen, spelen ook een rol in de vorming van taal. Je kunt taal dus eigenlijk pas begrijpen als je ook naar andere kenmerken van die gemeenschappen kijkt."

Werkelijkheid

Is het niet een willekeurige keuze om dan bij uitstek te kijken naar de literatuur van zo’n gemeenschap? Ligt een samenwerking tussen taalkundigen met sociologen niet meer voor de hand? Verhagen is daar op zich wel voor, maar de oorzaak dat dat niet structureel gebeurt, is volgens hem terug te vinden in de negentiende eeuw, toen de universiteit werd opgedeeld in faculteiten en opleidingen. Een indeling waarvan men verwachtte dat deze overeen zou komen met de werkelijkheid. "Een van de dingen waar we duidelijk achter zijn gekomen is dat het een grote vergissing is, maar ondertussen zitten we wel met die oude indeling in faculteiten als organisatorische, institutionele eenheden opgescheept." Waarom zouden we, als deze indeling zo’n vergissing is, vasthouden aan de neerlandistiek? "Vanuit de taalkunde gezien vind ik dat de neerlandistiek de mogelijkheid biedt om inzichten te krijgen uit een andere tak van de cultuur. Ikzelf was nooit zo ver gekomen met het begrijpen van de geschiedenis van de causale hulpwerkwoorden in het Nederlands, als ik niet behoorlijk wat had geweten van de achttiende-eeuwse letterkunde en hoe die als pedagogische literatuur in elkaar stak. Ik vind dat taalkundigen een boodschap hebben uit te dragen dat het omgekeerde natuurlijk ook geldt. Wat men aan letterkundige studies doet is toch uiteindelijk tekst bestuderen, alles wat daar over gezegd wordt, is uiteindelijk allemaal gebaseerd op begrip van het taalmateriaal. Er worden op een globaal aggregatieniveau dan wel allerlei uitspraken gedaan over literaire stromingen en wat al meer, maar uiteindelijk is het fundament van dat alles het talige materiaal en daar moeten letterkundigen wat over kunnen zeggen."

Het komt er op neer dat letterkundigen en taalkundigen een beperking wordt opgelegd binnen de neerlandistiek. Dat is dan ook de reden dat je niet alleen binnen de neerlandistiek moet werken, maar dat je gebruik maakt van de verschillende -- overlappende -- netwerken. "Dat moet vooral zo blijven maar dat wil niet zeggen dat de neerlandistiek geen nut zou hebben."

Verantwoordelijkheid

Er zijn in de neerlandistiek een aantal onderdelen die tussen de wal en het schip lijken te vallen, zoals de historische taalkunde, de dialectologie, de etymologie en de formele semantiek. Verhagen ziet het niet als zijn taak iets te doen aan al die gebieden in zijn eigen onderwijs en onderzoek. Over een onderzoeksgebied dat nu in het slop dreigt te raken maar dat in de twintigste eeuw duidelijk een van de dragers van het succes van de taalkunde was, de fonologie, is Verhagen duidelijk: "De interne studie van de klanksystematiek zou ik niet als een onderdeel van de taalkunde willen beschouwen. Voor mij heeft taalkunde altijd op twee kanten betrekking: vorm verbonden aan inhoud, inhoud uitgedrukt door vormonderscheid. Ook logica behoort om die reden niet tot de taalkunde. Een concept is op zich alleen maar een concept, een klank slechts een klank." Toch hoort de fonologie wel thuis in de neerlandistiek. "Een fonoloog die zich richt op het Nederlands kan heel goed in een opleiding Nederlands participeren. En als het gewoon zo is dat fonologie een onderdeel van het vak is waar studenten iets van moeten weten dan heb ik, wat ik er verder ook zelf van vind, de verantwoordelijkheid om er voor te zorgen dat ze daarin worden opgeleid. Helaas worden we krap gehouden wat de middelen betreft. Wij hebben een tijd terug een poging gedaan om voor een paar tienden een fonoloog in huis te krijgen, maar daar heeft de universiteit te weinig geld voor."

Abstractieniveau

Verhagen heeft ook als taalbeheerser gewerkt -- als universitair hoofddocent tekstlinguïstiek bij de afdeling taalbeheersing aan de Universiteit van Utrecht: "De historische rol van de taalbeheersing is geweest dat ze een aantal traditionele onderdelen binnen de neerlandistiek heeft weten te behouden die door andere disciplines, met name de taalkunde, buiten de deur waren gezet. Het gaat dan om praktische onderdelen als stilistiek en argumentatie. Ik was zelf tijdens het schrijven van mijn proefschrift van de theoretische meer in de praktische hoek terecht gekomen, ik vond dat de scheiding tussen theorie en praktijk helemaal niet zo sterk is als ze vaak gemaakt wordt. In Utrecht was mijn rol juist vaak om mensen die praktisch georiënteerd waren erop te wijzen dat wat ze deden ook theoretisch heel interessant was. Maar de theorievorming moet niet van zo’n hoog abstractieniveau zijn dat het eigenlijk filosofie is, zoals dat gebeurt in de Amsterdamse school. Ik vind dat Nederlandse taalbeheersers de plicht hebben hun theorieën terug te koppelen naar het Nederlands."

Hokjesvorming

Het lijkt er iedere keer op neer te komen dat door de toevallige indeling in de neerlandistiek, medewerkers van de universiteit verplicht zijn ook aandacht te besteden aan die indeling. "Ik kan mij heel goed een opleiding Nederlands voorstellen waarin geen individuen vallen aan te wijzen die hun werkzaamheden uitsluitend binnen die opleiding Nederlands verrichten. Dat is geen reden om de opleiding op te heffen. Het is juist interessant en belangrijk dat er een overlappend gebied is, dat je als onderzoeksveld, of in ieder geval als onderwijsdomein kan afbakenen. Je zet die mensen, met al die deskundigheden, al die netwerkjes, bij elkaar, en naast alle andere dingen die ze doen, geven ze in deze task force neerlandistiek. Het probleem zit ’m meer in de neiging om aan hokjesvorming te doen: als je bij Nederlands werkt, dan zal je ook alleen maar bij Nederlands werken. Dat hoeft helemaal niet."