"Wij hoeven niet altijd een standpunt in te nemen"

Algemeen Secretaris Linde van den Bosch over de Taalunie

Marc van Oostendorp

Tot en met eind oktober werkte Linde van den Bosch (1963) bij de Citogroep, die verantwoordelijk is voor bijna alle schooltoetsen en schriftelijke eindexamens in Nederland. Ze was er manager van een unit. "Ik heb die woorden niet zelf bedacht", verontschuldigt ze zich. Toch spreekt Van den Bosch een modern Nederlands. "Ik voel me thuis in de politiek-bestuurlijke omgeving van de Taalunie", zegt ze bijvoorbeeld. En: "We moeten werken aan een stukje taalbeleving."

Van den Bosch studeerde Taal- en Literatuurwetenschap in Tilburg en Onderwijskunde in Utrecht. "Die combinatie is belangrijk", vindt ze. "Iedereen heeft in zijn leven met het onderwijs te maken, en zonder aandacht voor de taal is er geen goed onderwijs mogelijk." Uit die overtuiging werkte ze eerst een aantal jaar bij de Citogroep, daarna, van 1993 tot eind 1997 bij de Taalunie, daarna weer bij Cito, en nu dus weer bij de Taalunie. "Alle goede dingen komen in tweeën", zegt ze laconiek.

Hoewel haar belangstelling vooral uitgaat naar het onderwijs, benadrukt ze dat ze de andere beleidsterreinen zeker niet wil verwaarlozen. "Op het gebied van het Europese taalbeleid, het onderwijs Nederlands aan buitenlandse universiteiten en hogescholen, en de ontwikkeling van het Nederlands in de taal- en spraaktechnologie is de afgelopen jaren veel belangrijk werk verzet."

Marktonderzoek

Met de kritiek op de Taalunie is Van den Bosch het dan ook niet eens. Zo menen sommigen dat de organisatie meer naar buiten moet treden. Van den Bosch wijst erop dat veel activiteiten al gericht zijn op een breder publiek, en dat de website Taalunieversum.org inmiddels enkele duizenden bezoekers per dag trekt. "Bovendien hóéven wij niet altijd in het middelpunt van de belangstelling te staan. Het werk achter de schermen is minstens zo belangrijk. Het success van anderen kan ook ons succes zijn." Wel meent de nieuwe Algemeen Secretaris dat beter kan worden ingespeeld op de behoeften van de taalgebruikers. "De Taalunie subsidieert bijvoorbeeld een website met gratis elektronische edities van klassieke Nederlandstalige literatuur, de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. Ik kan me voorstellen dat we eens een marktonderzoek laten doen onder leraren en andere gebruikers om die website nog effectiever te maken."

Toch verwachten sommigen kennelijk dat de Taalunie vaker een standpunt inneemt, bijvoorbeeld over de basisscholen en middelbare scholen die tweetalig (Nederlands-Engels) onderwijs aanbieden. Wat vindt Van den Bosch daarvan? "Er zijn in Nederland en Vlaanderen enkele duizenden scholen", zegt ze. "Daartegen afgezet is het aantal tweetalige scholen verwaarloosbaar. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn, is het niet de eerste taak van de Taalunie om hierover een mening naar buiten te brengen. Het is belangrijker dat wij de argumenten en de verschillende standpunten verzamelen, zodat de beleidsmakers en de mensen in het onderwijs een beter beeld krijgen van de voors en tegens."

Uithangbord

Nog een vraag waarover de Taalunie regelmatig benaderd wordt: gaat het Nederlands verloren onder druk van het Engels? Ook daarover spreekt de Algemeen Secretaris zich liever niet uit. "Al denk ik wel dat het in zo’n debat goed is om aandacht te blijven vragen voor het nut en het genoegen van meertaligheid."

Op de kritiek dat de Taalunie volgens sommigen te log en te bureaucratisch is, reageert Van den Bosch verbaasd. "Ik denk dat je daar tegenover kunt stellen dat anderen zeer te spreken zijn over de toegankelijkheid van de Taalunie-ambtenaren. Maar sommige onderwerpen liggen nu eenmaal gevoelig – neem de spelling – en moeten daarom met enige omzichtigheid worden behandeld."

Dat de Taalunie in de kranten in de eerste plaats met spellinghervormingen en het Groene Boekje wordt geassocieerd, vindt Van den Bosch ook niet zo erg. "Men zoekt nu eenmaal een uithangbord. Bij het Cito beginnen journalisten altijd over de Citotoets, en zo begint men bij de Taalunie over het Groene Boekje. Bovendien zijn de dingen die misgaan nu eenmaal eerder nieuws dan wat wél goed gaat. De kranten berichten liever over de paar kinderen die zenuwachtig worden van de Citotoets dan de honderdduizenden die hem elk jaar probleemloos afronden. Zo zal men ook wel liever over de ene misser in het Groene Boekje schrijven dan over al het werk dat wel goed gaat. Dat is dan maar zo."