Onlangs publiceerde de gevierde Amerikaanse taalkundige Deborah Tannen haar nieuwste boek, over de manier waarop moeders en dochters met elkaar praten: Doe je dat écht aan? Ze wil haar lezers vooral leren begrip te hebben voor hun gesprekspartner. "Als je mensen helpt te begrijpen wat er aan de hand is, hebben ze geen tips meer nodig."

Reageren op woorden die niet zijn gezegd

Taalkundige Deborah Tannen over misverstanden in gesprekken

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Onze Taal, september 2006)

Een studente van de Amerikaanse taalkundige Deborah Tannen had haar moeder op visite en maakte een salade voor haar. "Ga je die tomaat in vieren snijden?", vroeg de moeder. "Ik zou het in plakjes doen."

Op slag was de gemoedelijke sfeer uit de keuken verdwenen. Kan ik nou niks doen zonder dat ze kritiek heeft?, dacht de dochter, terwijl ze geïrriteerd de tomaat in plakjes begon te hakken. Ook haar moeder ergerde zich: het was toch maar een vraag geweest?

Tannen vertelt deze anekdote in haar nieuwste boek Doe je dat écht aan? Hoe moeders en dochters met elkaar praten. Tannen is hoogleraar taalwetenschap aan de Universiteit van Georgetown in de Verenigde Staten en schreef eerder onder andere de bestseller, Je begrijpt me gewoon niet, over de verschillende manieren waarop mannen en vrouwen praten en de misverstanden die dat oplevert.

Basispatroon

Deborah Tannen
Foto: Susanne van der Kleij

"Het verhaal van mijn studente laat een patroon zien dat ten grondslag ligt aan veel mislukte gesprekken tussen moeders en dochters", zegt Tannen. "De moeder vindt dat ze behulpzaam is of neutraal een advies geeft, maar haar dochter hoort iets vernietigends." Tannen maakt verschil tussen een ‘boodschap’ en een 'metaboodschap'. De boodschap is de letterlijke betekenis van het gesprokene: in dit geval een vraag en een opmerking over het snijden van tomaten. De metaboodschap is de onuitgesproken mededeling die achter die woorden gevoeld wordt. Moeder en dochter horen in dezelfde boodschap een andere metaboodschap. Ze reageren op woorden die niet zijn gezegd."

Waarom zijn de relaties tussen moeders en dochters zo ingewikkeld?

"Omdat ze allebei vrouwen zijn. Voor vrouwen is – anders dan voor mannen – praten een belangrijk onderdeel van iedere relatie. Mannen kunnen de beste vrienden zijn zonder dat ze veel met elkaar praten over persoonlijke dingen."

"Ik hoorde ooit het verhaal van twee mannen die jarenlang bevriend waren met elkaar. Op een dag vertelde de ene man de ander dat hij ging scheiden, terwijl hij nooit had laten merken dat er iets mis was met zijn huwelijk. Voor vrouwen is dat bijna onmogelijk. Als een vrouw haar vriendin opeens zou vertellen dat ze bij haar man wegging, zou die vriendin waarschijnlijk gaan twijfelen aan hun vriendschap."

"Daarbij komt nog dat de band tussen moeder en dochter heel sterk is: je moeder is de belangrijkste persoon in je leven. De dochter lijkt op haar, maar wil zich ook van haar onderscheiden. Veel moeders en dochters spreken elkaar een paar keer per week, en dan soms uren achter elkaar. Daar hebben ze allebei doorgaans veel plezier van, maar in die voortdurende gesprekken kunnen ook allerlei ongewenste routines binnensluipen. De dochter weet al wat de moeder gaat zeggen en raakt daar geïrriteerd door, hoewel de moeder zich nu juist nog zo had voorgenomen om niet over dat gevoelige onderwerp te beginnen."

"Ik interviewde eens een man die zich daar zeer over verbaasde. Als hij zijn vrouw met haar moeder hoorde praten, kon hij precies horen wanneer de irritatie eraan zat te komen. Waarom hadden ze dat zelf dan niet in de gaten, vroeg hij zich af."

Maar zulke dingen komen toch ook voor in andere verhoudingen dan die tussen moeder en dochter?

"Natuurlijk. De verhouding tussen moeders en dochters is ‘de moeder aller relaties, het beste voorbeeld van een relatie waarin veel gepraat wordt. Maar ook in andere betrekkingen waarin hiërarchie een rol speelt, kan het misgaan. Ik hoorde eens het verhaal van een baas die zich zorgen maakte over zijn werknemers. De meesten wilden promotie maken, maar hij zag dat ze dat nooit allemaal tegelijkertijd zouden kunnen – er waren er te veel. Hij dacht aardig te zijn, en eerlijk, door ze dat te vertellen. Maar zijn werknemers interpreteerden zijn openheid als kritiek: alsof hij hen vertelde dat ze niet goed genoeg waren om ooit hogerop te komen. Als je in zo’n machtige positie bent, kun je maar beter niet proberen welgemeend advies te geven."

Buikspreken

Een belangrijk onderwerp in uw wetenschappelijke werk is indirecte communicatie. U houdt zich de laatste jaren bezig met 'buikspreken', de manier waarop mensen met elkaar praten via bijvoorbeeld een huisdier.

"Ja. Een vrouw zegt in aanwezigheid van haar man tegen de hond: ‘Het baasje is vandaag weer laat opgestaan, hè?’ Zo hoeft ze het niet rechtstreeks tegen haar man te zeggen. Ze verstopt zich achter de hond. Ouders doen het ook met kleine kinderen. Ze praten met een kinderstemmetje en laten het kind zogenaamd allerlei dingen tegen hun partner zeggen. In moderne gezinnen draait alles om het kind en misschien denken ze dat het meer indruk maakt als het kind het zegt dan wanneer ze het zelf zeggen. Mensen noemen elkaar ook ‘pappie’ en ‘mammie’. Door taal te gebruiken maken ze hun gezin."

Hebt u zelf ook iets aan uw werk? Verlopen uw eigen conversaties soepeler dan die van andere mensen?

"Worden dokters nooit ziek? Natuurlijk wel; ze kunnen alleen de diagnose makkelijker stellen. Ik kan zien waar het misgaat, maar dat wil niet zeggen dat ik zelf niet in de valkuil stap. Ik weet nog dat ik meer dan twintig jaar geleden ruzie aan het maken was met een man. Op dat moment werd ik gebeld door een kennis die zei: ‘Je bent op de televisie!’ Ik zette de tv aan en zag mezelf daar als deskundige verklaren hoe het soort ruzies kon ontstaan waar ik zelf net in verwikkeld was."

Bent u in de loop van de tijd zelf van opvatting veranderd? Zou u dingen nu anders zeggen als u terugkijkt op uw eerdere boeken?

"De grondgedachte is wel hetzelfde gebleven, maar waarschijnlijk zou ik nu hier en daar de nuances anders leggen. Ik schreef in mijn eerdere boeken dat vrouwen zich op een indirectere manier uitdrukken dan mannen. Dat is maar ten dele waar, soms zijn mannen juist veel minder rechtsreeks."

"Vrouwen zijn bijvoorbeeld heel indirect als ze iets van iemand gedaan willen krijgen. Een vrouw vertelde dat ze bij haar man in de auto zat en hem vroeg of hij nog wilde stoppen om ergens iets te drinken. Ze bedoelde dat ze zelf wilde stoppen, maar haar man vatte alleen de letterlijke betekenis van haar woorden, zei ‘nee’, en reed door. Bijna iedereen aan wie ik dit vertel, herkent het."

"Maar over bepaalde onderwerpen zijn mannen juist veel minder direct. Bijvoorbeeld als het gaat om het aanbieden van excuses; mannen geven vaak op een veel omslachtiger manier toe dat ze een fout hebben gemaakt. Wij vrouwen denken dan dat ze helemaal geen ‘sorry’ willen zeggen, maar dat is niet waar, ze dekken zich alleen maar in."

Kwetsbaar

Waar komt dit verschil vandaan?<

"Mannen menen dat ze zich kwetsbaar maken met een verontschuldiging. Als mannen zien dat een andere man zwakker is dan zij, maken ze er ook meteen gebruik van. Vandaar dat mannen tegenstribbelen als hun vrouw aandringt op een excuus: ‘Oké, ik heb een fout gemaakt, maar jij maakt er meteen een halszaak van. Ik heb het toch ook niet expres gedaan.’ De vrouw wil een excuus om zo de onderlinge band te verstevigen, erkenning te krijgen voor haar gevoel. Maar de man ziet zoiets in termen van onderlinge krachtsverhoudingen."

Is dat ook de reden waarom mannen liever niet om de weg vragen als ze verdwaald zijn? Ik werd onlangs door een vrouw geprezen omdat ik ergens de weg vroeg. Ze zei dat mannen dat nooit deden.

"Die observatie komt uit een van mijn boeken! Voordat ik dat opschreef, had ik het nog nooit ergens gelezen. Nu denkt iedereen evenzeer te weten dat het zo is. Het is een vleiende gedachte dat je de communis opinio zo kunt beïnvloeden."

Schrijft u uw boeken om dit soort invloed uit te oefenen?

"Als promovendus merkte ik tijdens feestjes al dat veel mensen het soort onderwerpen waarmee ik me bezighield heel interessant vonden. Ik dacht: dit is iets wat iedereen aangaat, waarom zou ik mijn kennis niet met anderen delen? Ik schreef een artikel over mijn onderzoek voor een New Yorks tijdschrift, en al snel meldde de redactie van het glossy tijdschrift Vogue zich met de vraag of ik niet iets voor hen wilde schrijven over de verschillen in het taalgebruik van mannen en vrouwen."

"Een andere reden om voor een breder publiek te willen schrijven, is dat ik uit een arbeidersmilieu stam. 'Ik wil iets schrijven dat mijn moeder ook kan lezen', zei ik vroeger, toen mijn moeder nog leefde. Zij had de middelbare school niet afgemaakt. De hele wereld bestaat uit gewone mensen, ik vind dat wetenschappers ook met hen moeten praten."

Geen psycholoog

"Ik schreef mijn eerste boeken ook vanuit de gedachte dat psychologie niet het enige venster op relaties is. Taalgebruik, de manier waarop mensen met taal omgaan, kan ons ook veel leren over menselijke verhoudingen."

"Mensen helpen is niet mijn belangrijkste reden om dit soort boeken te schrijven. Ik ben natuurlijk blij als men troost vindt bij wat ik schrijf, maar ik heb niet zo veel tips te geven. ‘Vraag mij niet om raad,’ zeg ik weleens, ‘ik ben geen psycholoog.’ Je hebt meer aan inzicht: waarom zegt de ander dat? Wat voor verborgen boodschap heeft hij of zij? Als je mensen helpt te begrijpen wat er aan de hand is, hebben ze geen tips meer nodig."

Het kweken van wederzijds begrip is een kernthema in uw werk.

"Ik vind dat er in onze samenleving te veel in termen van strijd wordt gedacht. In 1998 publiceerde ik een boek dat The Argument Culture heette (in het Nederlands verschenen als Omdat ik het zeg). Anders dan mijn andere boeken gaat dit niet over gesprekken thuis of op het werk, maar over het publieke debat."

"Dat boek is mijn antwoord op een trend in de samenleving om overal een tegenstelling te zien. De media willen overal een gevecht, een duel, een oorlog van maken. Ik merkte het na het verschijnen van Je begrijpt me gewoon niet. In dat boek probeer ik begrip te kweken tussen mannen en vrouwen, maar veel tv- en radioprogramma’s plaatsten dat onmiddellijk in het kader van de ‘strijd tussen de seksen’. Dan nodigden ze behalve mij ook een man uit die zo veel mogelijk tegen me moest schreeuwen dat het allemaal vreselijk was wat ik beweerde. Als zo’n man dan zei dat hij het wel met me eens was, waren ze teleurgesteld. Ik heb ook deelgenomen aan fora waar de deelnemers een oortje inkregen waarin de regisseur ze opzweepte om het zo veel mogelijk met elkaar oneens te zijn om het programma te ‘verlevendigen’."

"Ik denk dat het niet nodig is om steeds weer twee extreme meningen tegenover elkaar te zetten. We kunnen ook proberen gezamenlijk het redelijke midden te vinden."

U wees er zojuist nadrukkelijk op dat u geen psycholoog bent. Toch kruipen uw boeken soms tegen de psychologie aan.

"Ik weet niets over psychologie, of in ieder geval niet meer dan iedereen die weleens een boek leest. Taal is een middel waarmee mensen relaties onderhouden en gevoelens uitdrukken. Mijn boeken zijn in de loop van de tijd misschien wel minder taalkundig geworden. In Doe je dat écht aan? geef ik ook een voorbeeld waarin de moeder haar dochter wil helpen door van alles te veranderen in haar huiskamer. Ook dat vat die dochter op als kritiek, volgens het door mij beschreven patroon, maar in dat voorbeeld wordt helemaal niet gepraat."

"Dat is ook wel een reden om dit soort publieksboeken te willen schrijven. Het geeft me meer vrijheid om observaties te doen zonder dat ik me strikt wetenschappelijk voor elke bewering hoef te verantwoorden en zonder dat het altijd rechtstreeks op uitgeschreven verslagen van gesprekken hoeft terug te gaan. Bovendien geeft het vrijheid om met woorden te spelen. In wetenschappelijke artikelen zit ik meer in een keurslijf, in mijn werk voor een breder publiek kan ik mijn liefde voor de taal beter uitleven."

Doe je dat écht aan? Hoe moeders en dochters met elkaar praten verscheen eerder dit jaar bij uitgeverij Bert Bakker (€ 18,95, ISBN 90 351 3012 X).

Deborah Tannen

Deborah Tannen (1945) promoveerde in de taalwetenschap aan de Universiteit van Californië in Berkeley, en werkt sindsdien aan de Universiteit van Georgetown in Washington D.C. Ze is daar ‘University Professor’, de hoogste rang die een geleerde in Verenigde Staten kan krijgen – een hoogleraarschap zonder verplichting om bijvoorbeeld te doceren of te vergaderen. Tannen publiceerde twintig boeken en meer dan honderd wetenschappelijke artikelen en ontving voor haar werk vijf eredoctoraten.

Haar populair-wetenschappelijke boeken zijn in meer dan 29 talen vertaald. Het grootste succes was haar boek You just don't understand uit 1990, over hoe vrouwen en mannen met elkaar praten. Van de Nederlandse vertaling Je begrijpt me gewoon niet werden tot nu toe 100.000 exemplaren verkocht.