Deze maand verschijnt het eerste deel van wat het uitvoerigste etymologische woordenboek van het Nederlands moet worden. Deskundigen uit allerlei vakgebieden werken samen aan deze wetenschappelijke uitgave. Hoofdredacteur Marlies Philippa: "Over aan valt niet zo veel te vertellen."

"Leenwoorden zijn het interessantst"

Marlies Philippa over het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in Onze Taal, november 2003

"Als ik jou erbij vraag, komt mijn etymologisch woordenboek zeker af", zei de lexicograaf Wil Pijnenburg omstreeks 1995 tegen Marlies Philippa. Pijnenburg liep toen al een paar jaar rond met het idee dat er een groot, wetenschappelijk verantwoord Etymologisch woordenboek van het Nederlands moest komen. Hij lijkt gelijk te krijgen met zijn voorspelling: het eerste deel van het naslagwerk, met de letters A tot en met E, zal op 8 november gepresenteerd worden tijdens het congres van Onze Taal.

"Er moeten vier delen komen", vertelt Philippa. "Elke twee jaar willen we op het Onze Taal-congres een nieuw deel ten doop houden. Over zes jaar is het woordenboek klaar." Dat boek zal dan van meer dan veertienduizend woorden zo nauwkeurig mogelijk de wortels en de geschiedenis beschrijven. "In het Etymologisch woordenboek van Van Dale worden meer woorden verklaard," zegt Philippa, "maar wij gaan veel uitgebreider op ieder woord in."

Bermuda

Er is voor het etymologisch woordenboek dan ook gebruikgemaakt van allerlei bronnen en van de nieuwste technieken. Het imposante, boekenkastvullende Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) en het Middelnederlandsch woordenboek verschenen allebei op cd-rom, en ook tal van oude teksten kwamen elektronisch beschikbaar. Philippa: "Het is voor een etymoloog de kunst om een woord zo vroeg mogelijk te dateren. Tegenwoordig kun je met één druk op de knop in al die standaardwerken zoeken. Tien jaar geleden hadden we dit onderzoek nooit kunnen doen."

De onderzoekers gebruiken ook andere bronnen. Om de wederwaardigheden van het woord coffeeshop in het Nederlands na te gaan, werd er een boek over de geschiedenis van het Amsterdamse softdrugsleven op nageslagen. Daaruit bleek dat koffie en thee wel degelijk de belangrijkste handelswaar vormden van de allereerste coffeeshops. Pas na enige tijd gingen ze zich toeleggen op kruidiger alternatieven. De betekenisverandering die het woord daardoor meemaakte, wordt beknopt beschreven.

Bij heel recente woorden werd een enkele keer zelfs teruggegrepen op het geheugen van de woordenboekschrijvers. Philippa: "Als je afgaat op de geschreven bronnen, kun je voor het woord bermuda niet verder teruggaan dan 1968. Een van de schrijfsters wist zich echter te herinneren dat ze het woord in de jaren vijftig, tijdens haar jeugd in Suriname, vaak gehoord had. Het bleek in het Nederlands van de Nederlandse Antillen al sinds 1947 voor te komen." In het voorwoord bij het woordenboek wordt bij dit soort persoonlijke dateringen — dat zijn er overigens niet meer dan een handjevol in het hele woordenboek — verantwoording afgelegd.

Stramien

Wie hebben er aan het woordenboek meegeschreven? Marlies Philippa haalt een lange lijst met medewerkers te voorschijn. "Samen met Frans Debrabandere, een Vlaamse dialectoloog, en Arend Quak, de Nederlandse deskundige op het gebied van het Oudnederlands, vorm ik de hoofdredactie. Daarnaast waren er nog veel andere redacteuren en hebben we hulp gehad van tientallen mensen met allerlei specialisaties, van het Jiddisch tot en met technisch taalgebruik." Ook studenten die de afgelopen jaren bij Philippa college volgden — Philippa is docent taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam — schreven bij wijze van eindopdracht soms een paar woordbeschrijvingen (‘lemma’s’ in het jargon van de woordenboekmaker). Philippa was de laatste jaren de spil van het project: zij zorgde ervoor dat het geld er kwam, zij zorgde voor de klinkende namen in het comité van aanbeveling (van tekstdichter Ivo de Wijs tot voormalig commissaris van de koningin Henk Vonhoff), en haar kamer op de universiteit fungeerde als redactielokaal.

Ieder lemma wordt volgens een strak stramien opgebouwd. Na de vermelding van het woord en een korte betekenisomschrijving volgen steeds een blokje over de herkomst ervan (Is het een inheems woord en aan welke taal is het ontleend? En hoe kwam die taal op haar beurt aan dat woord?), een blokje over de geschiedenis van het woord in andere Germaanse talen, en een blokje over de geschiedenis van het woord in de vroegst bekende stadia van de Indo-Europese taalfamilie.

Elk lemma eindigt met commentaar op bijvoorbeeld de betekenisontwikkeling van het woord of andere wetenswaardigheden. Wie het lemma oorspronkelijk ook geschreven had, steeds is het door de hoofdredacteuren en een aantal specialisten uitvoerig becommentarieerd, net zo lang tot iedereen tevreden was.

Dom, doof, leep en slim

Wat is het verschil met andere etymologische woordenboeken? Philippa: "Het etymologisch woordenboek van Van Dale behandelt meer woorden, maar behalve dat het op elk woord slechts kort ingaat, heeft het ook geen wetenschappelijke pretentie. De andere woordenboeken zijn op twee manieren verouderd. In de eerste plaats zijn ze niet gebaseerd op de moderne woordenschat van het begin van de eenentwintigste eeuw, en in de tweede plaats hebben ze geen gebruik kunnen maken van de nieuwste wetenschappelijke inzichten."

Zo zijn taalgeleerden er steeds meer achter gekomen dat veel heel oude Germaanse woorden niet per se hun herkomst vinden in het Indo-Europees, de oertaal waar de meeste Europese talen uit zijn voortgekomen. De Nederlandse woorden dom, doof, leep en slim zijn bijvoorbeeld waarschijnlijk niet afkomstig uit dat oude Indo-Europees, maar uit een taal die in onze streken gesproken werd toen de Indo-Europeanen hier duizenden jaren geleden kwamen binnenvallen. Dom en doof waren in die oude taal, ook wel ‘substraattaal’ genoemd, waarschijnlijk aan elkaar verwant, net als leep en slim. Volgens sommige schattingen bestaat zelfs nog steeds vijftien procent van onze alledaagse woordenschat (samenstellingen en afleidingen niet meegerekend) uit substraatwoorden. Het nieuwe etymologische woordenboek is het eerste dat uitvoerig gebruikmaakt van deze zogenoemde substraattheorie.

Commode

Ook op een andere manier is Philippa’s woordenboek heel modern: geïnteresseerden kunnen niet alleen een papieren versie kopen, maar zich via internet ook nog eens abonneren op een elektronische versie (op www.etymologie.nl, van 8 november tot 1 januari 2004 gratis toegankelijk). "De elektronische versie zal steeds worden bijgewerkt", belooft Philippa. "Bovendien kan ze op een heel gemakkelijke manier worden doorzocht."

Philippa heeft inmiddels alle lemma’s uit het eerste deel al vele malen herlezen. Zijn er ook woorden bij met een heel saaie etymologie? "Voorzetsels zijn vaak niet zo interessant", zegt ze. "Over aan valt niet zo veel te vertellen: wat vorm en betekenis betreft is dit woord in de loop der tijden nauwelijks veranderd. Inheemse woorden zijn vaak wat saai — leenwoorden zijn veel interessanter. Zo’n woord als commode, dat in geen enkele taal hetzelfde betekent als in het Nederlands, dat is toch heerlijk om uit te zoeken?"

Marlies Philippa

Marlies Philippa (1944) studeerde Nederlands, Zweeds, Oudgermaans, Arabisch en Fries aan de universiteiten van Utrecht, Gotenburg, Amsterdam en Alexandrië en promoveerde in 1987 op een proefschrift over opvallende taalkundige parallellen tussen dialecten rond de Noordzee. Behalve als onderzoeker en universitair docent was ze ook zeer actief in de popularisering van haar vak: ze schreef jarenlang over etymologie in de tijdschriften Onze Taal en Over Taal en publiceerde daarnaast enkele boeken, onder andere Woorden hebben geschiedenis (1987), Koffie, kaffer en katoen: Arabische woorden in het Nederlands (1989), Runen: een helder alfabet uit duistere tijden (1989) en Geld, getallen en geschiedenis: een taalverhaal over munten en nummers (2000). Ook werkte Philippa mee aan de radioprogramma’s De Taalshow, NOS Taal en Wat een taal!; verder schrijft ze zo lang de kalender bestaat elk jaar de ‘etymologiedag’ van de Onze Taal Taalkalender.