Iedere schrijver gebruikt de taal, maar bijna niemand kiest haar als onderwerp van een roman. K. Schippers deed dat wel. In zijn roman Zilah vechten de reclamewereld en de ambtenarij om het bezit van het Nederlands. Een interview over een boek dat al een "prachtige ode aan het Nederlands" is genoemd.

Taal is van niemand, en dus van iedereen

K. Schippers’ pleidooi voor het Nederlands

Raymond Noë en Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in Onze Taal, februari 2003

In het nieuwste boek van K. Schippers bedenkt titelheldin Zilah een naam voor een nieuw biermerk: Dom Blondje. Als ze die naam gaat vastleggen bij het merkenbureau, deponeert ze voor de grap meteen de woordgroep de Nederlandse taal. Voor twaalf gulden vijftig krijgt ze daarmee daadwerkelijk het Nederlands in haar bezit. Dat is tegen de zin van een groep ambtenaren van het Ministerie van Bijzondere Zaken, want die waren namelijk net bezig onze taal in de uitverkoop te doen: het Engels moet de officiële taal van ons land worden, en het Nederlands de tweede taal. In ruil daarvoor moet het Nederlands in de Verenigde Staten dan óók als tweede taal worden ingevoerd. Maar als de Nederlandse taal al in handen is van een particulier kan deze operatie natuurlijk niet doorgaan.

Bedel-Engels

Zilah is een vrolijk en speels boek, maar de onderhuidse problematiek is serieus. Het bevat ook een aantal verwijzingen naar allerlei actuele ontwikkelingen rond het Nederlands. Schippers: "Ik begon in 1997 aan dit boek te werken. In die tijd was er ook al veel discussie over het gebruik van het Engels, bijvoorbeeld in het onderwijs — je kunt op de universiteit nu zelfs al hele opleidingen in het Engels doen. Bovendien was er toen van alles te doen over bedrijven die allerlei gewone woorden voor zichzelf vastlegden: De bank, Het Net. Dat fascineerde me: ‘Van wie is de taal?’ Die vraag heeft de hele tijd door mijn hoofd gespeeld terwijl ik aan dit boek werkte."

Aan uw boek lijkt een serieuze zorg over de Nederlandse taal ten grondslag te liggen.

"Ja, over de verkwanseling ervan. Leenwoorden zijn prima; het Nederlands is beweeglijk tenslotte. Maar je moet het niet afdanken of aan de kant zetten. En die neiging heeft men in de politiek wel. Dat ergert me. Men bezoedelt de taal. Dat merk je ook aan het politieke taalgebruik. Dat mist precisie en scherpte. Zaagsel. En ik ben ervan overtuigd dat ze het Nederlands echt zouden verkopen — of in ieder geval door het Engels zouden vervangen — als dat maar genoeg geld opbracht."

Zilah zoekt in de grondwet op van wie het Nederlands is.

"Hebt u de grondwet weleens gelezen? Ik zal hem er even bij halen. Er staat echt helemaal niets over het Nederlands in. Dat is toch vreemd? Er wordt van alles in geregeld — wat er precies moet gebeuren als het staatshoofd overlijdt en er geen vervanging is en zo — maar over de taal wordt helemaal niks gezegd. De personages uit mijn boek komen tot de conclusie dat er in de grondwet zou moeten staan dat de taal van niemand, en dus van iedereen is; dat iedereen ermee moet kunnen doen wat hij wil. Dat bedrijven niet het alleenrecht op de taal mogen hebben en dat de overheid haar niet van ons mag afpakken."

Had u niet beter een pamflet kunnen schrijven?

"Nee, ik ben geen pamfletschrijver. Ik probeer deze elementen (taal, overheid, reclamewereld) te nemen en kijk dan of het me lukt er een verhaal van te maken waar bovendien nog andere elementen in zitten — Zilah is ook een liefdesgeschiedenis. Je stopt al die ideeën erin en zet ze onder druk, als steenkool onder de grond. Bovendien breng je het onderwerp met een roman in een ander domein. Je bereikt mensen die nooit een pamflet zouden lezen; mensen die nu misschien over deze dingen gaan nadenken."

Maar uw boek is ook speels.

"Ik vind het leuk om speelse elementen in het verhaal te brengen. In het boek staan bijvoorbeeld gedichtjes die tegelijkertijd Nederlands en Engels zijn:

arm in sweater
opera is modern
man is relaxed

In het boek noem ik dat ‘bedel-Engels’. De ambtenaren gebruiken het om het publiek eraan te laten wennen dat we overgaan van het Nederlands op het Engels. Tegelijkertijd vind ik het ook leuk om dat soort gedichtjes, die soms al veel ouder zijn, te verwerken. Ik heb hele lijsten van woorden die tegelijk Nederlands en Engels zijn. In het begin pakte ik het woordenboek erbij, maar op een bepaald moment kon ik daar niets meer in vinden. Tot mijn jongste dochter op het idee kwam om een Engelse spellingchecker over een Nederlandse tekst heen te halen."

Het lijkt een beetje op het Opperlands van Battus.

"Ja, dat soort spelletjes komt er ook in voor. Het is een fascinerend boek, Opperlans!, maar ook melancholiek. Dat wiskundige, dat alles klopt … De taal heeft er haar functie helemaal in verloren, er wordt niets meer in meegedeeld."

Palet

Zilah gaat ook over wat het betekent om de taal te beheersen.

"Ja, Zilah krijgt de macht over de taal en daardoor over de werkelijkheid. Ze kan laten gebeuren wat ze wil. Als zij zegt dat een bierviltje rood is, terwijl het blauw is, dan wordt het inderdaad rood. Door die macht wordt ze ook gevoelig voor het effect van formuleringen. Ze merkt dat ‘Zilah belt even later aan’ iets anders betekent dan ‘Even later belt Zilah aan.’ Dat formuleren, dat is natuurlijk precies wat een schrijver ook doet, maar tot voor kort had ik daar zelf niet zo bij stilgestaan."

Zou u een andere schrijver zijn als u in het Engels moest schrijven?

"O ja, zeker. De taal is je palet en bepaalt de tinten waarin je schildert. Gerard Reve heeft in de jaren vijftig weleens geprobeerd in het Engels te schrijven, in zijn boek The Acrobat. Dat was wel een mooi boek, maar geen geslaagd boek. Reve heeft daar later over opgemerkt dat je in een vreemde taal toch het sociale niveau van de woorden mist. Je weet wel wat ze betekenen, maar niet of ze door een professor worden gebruikt of door een bouwvakker."

In vergelijking met de politiek en de ambtenarij komt de reclamewereld er in Zilah genadig af.

"Die zijn leuker, schavuiteriger. Leest u weleens reclame? Er wordt ook werkelijk leuke reclame gemaakt. Ik heb er zelf nog een poosje in gewerkt. Dat is een leuk vak, maar niet om lang te doen. Je kunt er dingen bedenken die echt gebeuren. Je bedenkt een biermerk, Dom Blondje, en even later drinkt iedereen het. Wat vindt u trouwens van die naam Dom Blondje, als biermerk — zou het wat zijn?"

Hoe komt u aan de naam Zilah?

"Dat wordt uitgelegd in het boek. Voordat Zilah geboren was, bladerde haar moeder in een telegrammenboek, een boek met allerlei vijfletterige lettercodes om efficiënt zakelijke boodschappen te kunnen telegraferen. Ergens achterin stond zilah, maar nog zonder betekenis. Die betekenis heeft die moeder toen gegeven door haar kind zo te noemen. Dat boek bestaat echt, ik heb het jaren geleden van mijn broer gekregen. Die weet dat ik gek ben op dat soort dingen." Schippers haalt een boek uit 1918 te voorschijn, Bentley’s Complete Phrase Code. Het staat vol vijfletterige codes, een soort sms-taal die indertijd de telegrafische communicatie heeft versoepeld (botip ‘Get owners to instruct captain’, kumyh ‘Newspapers announce’). De letters w, y en z zijn opengelaten, zodat elk bedrijf daar zijn eigen codes kon invullen. In het exemplaar van Schippers is dat bij de letter w ook gebeurd (wycog ‘We make your firm offer’), maar zilah is dus nog open. "Pas toen het boek af was, zag ik dat die naam begint met een z en eindigt met een a-klank — dat is toch heel aardig voor een boek over taal. Dat krijg je dan cadeau."

Nu het boek verschenen is, blijkt overigens dat ook de schrijver Schippers, net als Zilah, de werkelijkheid kan beïnvloeden: "Ik heb al aanstaande ouders gesproken die hun kind Zilah willen noemen als het een meisje wordt."

Uit Zilah

"Een dag later praten we met Ab. Hij zou een Amerikaan kunnen zijn, ook hij vindt nooit iets gek.

‘Twee gemeenschappelijke talen,’ zegt hij, ‘niet aan gedacht. Zo enter je met onze taal hun economie. Neem je in dat malle Verenigde Europa een aparte plaats in. Alleen: het Nederlands niet cadeau doen.’

‘Gaat het te ver?’ vraag ik. Een vleug jaloezie over Renees vondst zit in m’n stem.

‘Voorzichtig beginnen. Je kunt het beter eerst aan New York lenen. Of verhuur het.’

‘Dan valt het niet zo op,’ zegt Renee.

‘Animeer daar een Nederlandse culturele week, schrijvers, schilders, maakt niet uit. En geef voor die week het Nederlands aan de Amerikanen, compleet met Jan-Kees op het Konijneneiland.’"

Uit: K. Schippers, Zilah, blz. 55.