Volgend jaar treden tien nieuwe landen toe tot de Europese Unie. De Brit Neil Kinnock is er als Europees commissaris verantwoordelijk voor dat de tolken en vertalers van de Europese Commissie met de nieuwe talen kunnen werken. Hoe zal het gaan in een Europa van twintig officiële talen? Lopen de kosten niet uit de hand? En hoe zorgen we dat minderheden ook kunnen deelnemen aan het debat in Europa?

"Ze hadden het Latijn nooit moeten laten gaan"

Europees commissaris Neil Kinnock over de talige uitbreiding van Europa

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in Onze Taal, september 2003; een vertaling in het Esperanto staat op de website Libera folio.

"Ik heb een tip voor dictators", zegt de Britse socialist Neil Kinnock, Europees commissaris in Brussel. "Neem het volk nooit het recht af de eigen taal te gebruiken. Ze zullen veel verdragen, maar dat niet."

Kinnock is verantwoordelijk voor het werk van de tolk- en vertaaldiensten van de Europese Unie, en die diensten zullen de komende tijd grote veranderingen ondergaan. Volgend jaar wordt de EU sterk uitgebreid: er zullen naar alle waarschijnlijkheid tien landen toetreden, waarmee het aantal officiële talen stijgt van elf naar twintig. Kinnock zegt dat hij wil blijven vasthouden aan de officiële taalpolitiek van de Europese Unie, die voorschrijft dat alle officiële talen van de aangesloten landen ook in het officiële Europa gebruikt kunnen worden.

De uitbreiding van de Europese Unie is ongekend grootschalig. Met de huidige elf talen zijn er 110 verschillende vertalingen mogelijk — van elk van de elf talen naar elk van de tien andere talen. Met twintig talen stijgt dat aantal naar 380 (twintig keer negentien). Er zijn dus op korte termijn meer dan drie keer zo veel vertalers nodig, die bijvoorbeeld van het Tsjechisch naar het Fins kunnen vertalen, of van het Grieks naar het Estisch.

Belasting op langdradigheid

Kinnock wil graag vertellen hoe optimistisch hij is over de uitbreiding. "We staan klaar voor de start", zegt hij. "We zijn ook al begin jaren negentig mensen gaan opleiden, bijvoorbeeld op universiteiten in kandidaat-lidstaten. In 2007 zal de tolkendienst van de Europese Unie met ongeveer 350 tolken zijn uitgebreid: dat zijn er ongeveer veertig per nieuwe taal. In mei 2004 is de vertaaldienst al klaar, en veel belangrijke Europese documenten worden nu al in de nieuwe talen omgezet."

Zo’n operatie is volgens sommigen te duur, maar Kinnock is het daar niet mee eens. "Die financiële druk valt wel mee. Iedere Europese burger betaalt per jaar ongeveer twee euro belasting voor de tolk- en vertaaldiensten van de Europese instellingen", rekent hij voor. "Bovendien wordt er alles aan gedaan om het werk zo efficiënt mogelijk uit te voeren. We willen bijvoorbeeld diensten die om vertalingen vragen, per vertaalde pagina laten betalen. Er komt dan een belasting op langdradigheid: mensen worden aangemoedigd hun teksten eerst zelf te redigeren voor ze ze ter vertaling aanbieden. Nu werken onze vertalers nog te vaak als verkapte redacteurs."

Taal als pak

Volgens Kinnock hebben de oprichters van de Europese Gemeenschap indertijd een verstandige keuze gemaakt door ervoor te kiezen alle landstalen tot officiële werktalen te maken. Maar we moeten vooral de Luxemburgers dankbaar zijn, omdat zij besloten dat hun taal, het Luxemburgs, een dergelijke status niet hoefde te krijgen, omdat zij zich wel in het Frans en het Duits konden redden. "Als zij die keuze toen niet hadden gemaakt, was het heel moeilijk geweest om te voorkomen dat bij de toetreding van Groot-Brittannië en Ierland de sprekers van respectievelijk het Welsh en het Iers ook op hun strepen waren gaan staan. Of neem het Catalaans, met zes miljoen sprekers in Spanje en Frankrijk toch een omvangrijke taal. Als al die minderheidstalen ook waren erkend, was het pas écht moeilijk geworden de Europese taalpolitiek op peil te houden."

Maar waarom hebben sprekers van minderheidstalen niet dezelfde rechten als sprekers van officiële talen? "We moeten pragmatisch zijn. Catalaanse kinderen leren ook allemaal van jongs af aan Spaans spreken. Kinderen met een minderheidstaal als eerste taal kunnen zich uitstekend uitdrukken in de landstaal. Talen kun je zien als pakken: je hebt een pak voor op je werk, een ander pak om Kerstmis in te vieren, en weer een ander stel kleren om in te tuinieren."

Nederlands in gevaar?

Als dat waar is voor grote minderheidstalen, is dat toch ook waar voor kleinere officiële talen als het Nederlands? Hadden de Nederlanders indertijd niet net zo pragmatisch moeten zijn als de Luxemburgers, en hun taal moeten afzweren? "Nee, het Nederlands was in de jaren vijftig nog de taal van een grote handelsnatie, die in verscheidene delen van de wereld gesproken werd." Toch zijn veel Nederlandstaligen nu bezorgd over de status van hun taal. Zij zijn bang dat het Nederlands langzaam maar zeker zal verdwijnen. "Het Nederlands is niet in gevaar. Een taal kan alleen in gevaar komen als ze zich te veel isoleert, zich afkeert van alle vreemde invloeden. De Nederlanders hebben zich nooit van de rest van de wereld afgekeerd. Ik kan me nog herinneren hoe verbaasd ik was toen ik in 1957, als veertienjarige jongeling, voor het eerst naar Nederland kwam en tienjarige kinderen mij in vloeiend Engels de weg wezen."

Als taal met plunje te vergelijken is, wat heeft Kinnock dan zelf in de kast hangen? "Dat is in de eerste plaats een Brits pak. Maar met een Welshe broek, en een Franse stropdas." De politicus is trots op zijn afkomst. Hij komt uit Wales — "mijn moeder kreeg nog straf als ze op school betrapt werd op het spreken van Welsh" — maar ergert zich aan de nationalistische toon die sommige politici in zijn geboorteland de laatste tijd aanslaan als ze zich verzetten tegen een te grote toevloed aan immigranten. "Ik ben tegen elk nationalisme. Je hoeft geen kwezel te zijn om van je land te houden. Het verdwijnen van het Welsh is niet het gevolg van Engels imperialisme. In de negentiende eeuw leerden Ierse nieuwkomers nog Welsh. Het was vooral het idee van de mensen zelf dat ze Engels moesten leren om vooruit te komen in de wereld, dat het Welsh veel schade heeft berokkend. De laatste jaren gaat het trouwens beter dan ooit. De taal wordt onderwezen op school en gebruikt op tv."

Het zijn volgens Kinnock ook nooit de talen die agressief of imperialistisch zijn. Het zijn altijd de sprekers: "Talen zijn net als honden. Je kunt een en dezelfde hond opvoeden tot een blindengeleidehond of tot een vechtjas."

Geworteld

Of er nu sprake is van taalkundig imperialisme of niet, veel mensen zijn bang dat Wales het voorland is van grote delen van Europa en dat Europese instellingen langzaam maar zeker zullen overgaan op het Engels als enige werkelijke voertaal, ook al blijven ze in naam veeltalig. Sommige europarlementariërs zien dit zelfs als een gewenste ontwikkeling (zie kader ‘Taal en democratie’).

Neil Kinnock houdt zich op de vlakte: "Hoe meer talen we in Europa krijgen, des te nuttiger wordt het om een paar ‘kerntalen’ te hebben. Nu al is meer dan de helft van de eerste versies van officiële stukken in het Engels. Dat is niet zo georganiseerd, er zit niet een beleid achter die ontwikkeling, maar het is een gevolg van hoe de dingen nu eenmaal gaan. We moeten proberen een vorm te vinden waarbij we de voordelen van het werken met bijvoorbeeld drie werktalen combineren met de voordelen van het werken met alle officiële talen." In het verleden is Kinnock er overigens weleens van beschuldigd dat hij het Engels te veel zou bevoordelen (zie kader ‘Neil Kinnock’).

Sommigen zien een oplossing in het gebruik van bedachte talen als het Esperanto, die als voordeel hebben dat ze ‘van niemand’ zijn en dus ook niemand bevoordelen. De Belgische europarlementariër Dirk Sterckx van de Europese Liberale en Democratische Partij stelt bijvoorbeeld dat het zinnig zou zijn om een objectief onderzoek te doen naar de mogelijkheden die zo’n taal biedt. Kinnock ziet niks in deze suggestie: "Het Latijn was ooit een goede oplossing. Ze hadden die taal nooit moeten laten gaan! Maar nu dit eenmaal gebeurd is, kan de Europese Commissie niet van bovenaf een taal aanwijzen om verder te gebruiken. De talen van de Europese Unie moeten geworteld zijn in de Europese samenleving, en dat zijn dit soort talen niet."

Implantaten

Veel meer vertrouwen heeft Kinnock in de techniek. "In de acht jaar dat ik commissaris ben, heb ik SYSTRAN [het eigen vertaalsysteem van de Europese Unie, dat onder andere vertalingen van het Frans naar het Engels maakt, en omgekeerd — MvO] beter zien worden. Natuurlijk zijn de teksten lang niet perfect, maar ze geven wel een heel goede indruk waarover de oorspronkelijke tekst handelt. Ik denk dat SYSTRAN over vijf jaar in staat is zelfstandig heel goede vertalingen te maken. Dat wil zeggen: als de aangeleverde teksten goed genoeg zijn, en er niet al te veel redactiewerk nodig is. Daarvoor zullen altijd mensen nodig blijven."

Ook voor de Europese taalkundige minderheid die misschien wel het meest van alle benadeeld wordt door het huidige beleid om alleen officiële talen toe te staan: de dovengemeenschap, ligt volgens Kinnock een technologische oplossing in het verschiet: "Als leider van de Labour Party heb ik de gebarentaaltolk op onze congressen ingevoerd. Maar gebarentalen zullen misschien niet lang meer nodig zijn: het is wonderbaarlijk wat men nu al kan bereiken met bijvoorbeeld implantaten. We zullen dove kinderen over niet al te lange tijd kunnen helpen om op alle manieren deel te nemen aan de maatschappij."

In het algemeen is de Europees commissaris optimistisch over de jeugd: "Kinderen leren zo gemakkelijk vreemde talen. Ik kom ook nog weleens in het westen van Londen en zie dan hoe kinderen daar moeiteloos Punjabi afwisselen met Engels. Dat zijn de Europese burgers van de toekomst. Mijn eigen zoon woont hier in Brussel en is getrouwd met een Deenstalige en mijn kleinkinderen zijn moeiteloos drietalig."

De citaten van europarlementariërs zijn verzameld door Reindert Brongers.

Taal en democratie

Ook in het Europees Parlement zijn de talige consequenties van de uitbreiding van Europa het onderwerp van discussie. Sommigen willen af van de huidige politiek. Kathalijne Buitenweg van de fractie van GroenLinks pleit er bijvoorbeeld voor om op termijn het Engels als voertaal in te voeren, "maar dan wel met het recht op een vertaling voor iedereen". Buitenweg vindt het "principieel juist" dat alle debatten worden vertaald, maar het is volgens haar "goed voor het debat als je elkaar direct kunt aanspreken, in plaats van op de tolken te moeten wachten. De debatten moeten levendiger worden. Documenten moeten nu soms al twee maanden voordat ze in het Europees Parlement ter sprake komen, worden vertaald. De amendementen moeten vervolgens ook nog allemaal worden vertaald en pas dan komt de eindtekst naar buiten." Een ander argument is de taalkundige democratie: "Eén werktaal betekent zo min mogelijk rangschikking: slechts één taal wordt bevoordeeld."

Maria Martens van de CDA-fractie is het niet met Buitenweg eens. Zij verwoordt (vooralsnog) het standpunt van de meerderheid van het Europees Parlement: "Ik denk dat het in het belang van een goed functionerende democratie is dat iedereen zijn eigen taal kan blijven spreken en in zijn eigen taal officiële teksten kan lezen. Het gaat in de Europese Unie om wetgeving: nuances maken daarbij een groot verschil. Velen hebben bovendien Frans of Duits als tweede taal en spreken nauwelijks Engels. Er heerst een psychologische weerzin tegen het Engels als voertaal omdat Groot-Brittannië sceptisch over de Europese Unie is. Velen gunnen dat land het taalvoordeel niet."

Neil Kinnock

Neil Kinnock is geboren op 28 maart 1942 in het plaatsje Tredegar in Wales. In de jaren zeventig maakte hij carrière in de Britse Labour Party, die hij van 1983 tot 1992 leidde. Hoewel veel van zijn partijgenoten verwachtten dat hij de nieuwe premier van Groot-Brittannië zou worden, bleek hij uiteindelijk niet opgewassen tegen het electorale succes van zijn tegenspeelster Margaret Thatcher. Wel wordt hij alom beschouwd als degene die veel van de hervormingen in zijn partij heeft doorgevoerd die het latere succes van Tony Blair mogelijk maakten.

In 1995 wordt Kinnock Europees commissaris. Zijn belangrijkste portefeuille is Verkeer, maar ook de tolken en vertalers van de Europese Commissie vallen onder zijn verantwoordelijkheid. Sinds 1999 is hij ook vice-voorzitter van de commissie.

IIn 2001 zorgde Kinnock voor een rel door voor te stellen bepaalde documenten niet meer te vertalen om zo de kosten te drukken. Omdat de meeste documenten in het Engels gesteld zijn, zagen sommigen dit als een opzet om de rol van die taal verder te versterken. Journalist Marc Roche van Le Monde noemde het bijvoorbeeld een "doortrapt Brits plan om de EU in een soort Engelstalig gebied te transformeren", en voorzitter Prodi moest eraan te pas komen om de gemoederen te bedaren.