Is het Zeeuws minder waard dan het Limburgs?

Twee jonge Zeeuwen over de erkenning van het Zeeuws

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Onze Taal, december 201)

Toen Marco Evenhuis als als vijfjarig jongetje op school in Oost-Souburg kwam, werd hij uitgelachen om zijn Hollandse accent. Met zijn ouders was hij uit Hilversum naar Zeeland verhuisd, en hij zei zoals hij gewend was "Wai hebbe arebaijen in de tuin". Zo spraken zijn klasgenootjes niet.

"Toen ben ik geïnteresseerd geraakt in dat 'rare brabbeltaaltje' dat ik om me heen hoorde", zegt Evenhuis nu. "Ik ontdekte ook dat er grote verschillen waren tussen de kinderen in mijn klas. Sommigen hadden alleen een Zeeuws accent, en riepen 'ai!' als ze zich pijn deden. Anderen spraken nog echt dialect."

Inmiddels is Evenhuis negentwintig en een van de actiefste jonge Zeeuwen bij de promotie van het Zeeuws. Hij schrijft mee aan een rubriek over streektaal voor de Provinciale Zeeuwse Courant en hij is een van de oprichters van het mooi uitgegeven Zeeuwstalige tijdschrift Noe, dat hij bovendien zelf voor een deel volschrijft. Maar er zijn meer jonge Zeeuwen die zich inzetten voor de erkenning van hun streektaal; de in maart van dit jaar aangestelde Zeeuwse 'streektaalconsulent', Marjolein de Visser is dertig. Waarom zetten jonge mensen om zich in voor hun streektaal?

Ligakoeken

"Als je van huis uit geen Zeeuws spreekt, ga je misschien eerder over dit soort dingen nadenken," zegt Evenhuis. "Ik was op de middelbare school de enige die in zijn opstellen wel eens citaten in het Zeeuws verwerkte. Als ik iemand iets liet zeggen, dan liet ik zo iemand gewoon dialect spreken."

Na de middelbare school deed Evenhuis een commerciële studie aan de heao. "Daar moesten we als student bijvoorbeeld een onderzoekje doen naar Ligakoeken: wie laten hun kinderen :Liga eten, waarom doen ze dat, welke soorten Liga liggen het best in de markt bij welke doelgroep. Ik kwam toen op het idee om zoiets ook te gaan doen voor het Walchers dialect. Ik ging op mijn fiets de streek door om mensen te vragen of ze nog dialect spraken, of ze dat dan ook nog met de bakker of de dokter deden, en of ze wel eens iets in het dialect lazen."

De Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek publiceerde een stukje over Evenhuis' onderzoekje in haar tijdschrift Nehalennia en zo raakte Evenhuis in de Zeeuwse dialectwereld terecht. Hij werd redacteur van het supplement bij het grote Woordenboek der Zeeuwse Dialecten en begon zijn medewerking aan de Provinciale Zeeuwse Courant.

Noe

Evenhuis: "In het begin vond ik alles prachtig. Als het maar in het Zeeuws was, genoot ik er al van." Na verloop van tijd werd dat enthousiasme wat minder – de meeste geïnteresseerden in de streektaal behoorden tot een oudere generatie en hadden vooral belangstelling voor nostalgische liedjes en verhalen. Om te laten zien wat je met het Zeeuws nog meer kan, begon Evenhuis in 1997 het tijdschrift Noe.

In Noe staan fotoreportages, beschouwingen, foto's, gedichten, vertalingen van teksten van popliedjes en meer. Volgens streektaalconsulente Marjolein de Visser is het blad een goed voorbeeld van wat je met het dialect kunt doen: "Traditionele dialectverenigingen richten zich vaak vooral op de taal zelf. Zij bestuderen woordjes en de geschiedenis van een taal. Dat is zeker nuttig, maar ik denk dat het veel jongeren niet zo aanspreekt. Noe laat zien wat je met het Zeeuws allemaal nog meer kan doen."

Anders dan Marco Evenhuis komt Marjolein de Visser wél uit een Zeeuwstalig gezin. Ze groeide op in Arnemuiden: "Op de basisschool sprak iedereen Arnemuidens. Daar dacht je niet over na, dat deed je gewoon. Kinderen die Nederlands spraken vonden we aanstellers. Maar op de middelbare school werd dat precies omgekeerd. Daar deed iedereen zijn best om Nederlands te spreken. Leerlingen die dialect bleven praten, vonden we boeren." De Visser studeerde vervolgens Engelse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit van Leiden. Ook tijdens haar studententijd sprak ze zoveel mogelijk Nederlands. Na haar afstuderen kwam de belangstelling voor de streektaal weer terug: "Het is een manier om je verbondenheid met de streek uit te drukken. Het dialect is een deel van jezelf."

Lacherig

Eerder dit jaar heeft de gedeputeerde De Kok van Provincie Zeeland een aanvraag ingediend bij Gijs de Vries, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken, om te komen tot erkenning van het Zeeuws. Hoe komt het dat Zeeland pas relatief laat een dergelijk verzoek heeft opgesteld? De aanvraagprocedure begon in de provincie pas te lopen toen de redactie van Noe in 1997 aan De Kok een brief aanbood waarin ze wees op de mogelijkheid om erkenning aan te vragen. In 1997 waren de Nedersaksische dialecten en het Limburgs al door de Nederlandse overheid erkend.

Volgens Evenhuis heeft de streektaal in Zeeland nooit voldoende in de aandacht gestaan. "Door sommige mensen op het provinciehuis wordt er nog steeds lacherig over gedaan. Ik heb het idee dat de hele erkenningsprocedure nu vooral een prestigeobject is voor de provincie. Ze hadden veel meer kunnen doen, ook zonder erkenning – maar de subsidie voor Noe is bijvoorbeeld ingetrokken. Ik heb soms het idee dat men met de streektaal eventjes wil scoren, maar het verder niet erg serieus neemt."

Bløf

Marjolein de Visser is sinds 1 juli als streektaalconsulent in dienst van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland, die door de provincie wordt betaald. Wat doet zo'n streektaalconsulent? "Ik probeer op dit moment de verschillende groepen die in Zeeland met het dialect bezig zijn bij elkaar te krijgen om te zien hoe we samen de druk op de Haagse politiek kunnen opvoeren om de erkenning erdoor te krijgen."

"Verder ben ik met verschillende projecten bezig, bijvoorbeeld om jongeren te bereiken. In Zeeuws-Vlaanderen is vorig jaar een project afgesloten van de stichting School en Dialect, waarbij kinderen op basisscholen vertrouwd werden gemaakt met de streektaal. Dat project willen we graag uitbreiden. We zouden het bijvoorbeeld kunnen combineren met ict-onderwijs; kinderen krijgen op de computer alledaagse situaties te zien. Ze kunnen op onderdelen van de afbeelding klikken om een verhaaltje te horen in het Zeeuws. Ook andere activiteiten zou ik graag willen stimuleren. We hebben in Zeeland een in heel Nederland bekende band, Bløf. Ik zou het leuk vinden als ik hen ertoe kon bewegen ook eens een liedje in het Zeeuws te zingen. En onlangs verscheen in Twente een vertaling van Jip en Janneke in de streektaal. Het zou mooi zijn als we in Zeeland ook zoiets van de grond kunnen krijgen. Kinderen horen de streektaal dan weer als hun ouders of grootouders het voorlezen."

Nieuws

De regionale pers heeft volgens Evenhuis niet genoeg belangstelling voor de streektalen: "In de Provinciale Zeeuwse Courant hebben we een wekelijkse rubriek over streektaal, maar daarin mogen we niet teveel aandacht besteden aan actualiteiten. Aan de vragen over de erkenning van het Zeeuws, of aan de aanstelling van een streektaalconsulent, is in de krant nauwelijks geschreven." Ook De Visser vindt dat er wel wat meer aandacht besteed zou kunnen worden aan de streektaal: "Op de regionale televisie zijn er wel een paar programma's die over het dialect gaan en waarin het dialect gebruikt wordt, maar volgens mij zou het wel wat meer kunnen. Waarom zou er bij het regionale nieuws niet ook wat meer Zeeuws gesproken kunnen worden?"

Het is belangrijk dat de Zeeuwen zelf hun taal serieus nemen, vinden de twee jonge Zeeuwen, want het is maar de vraag of de taal de officiële erkenning krijgt. Staatssecretaris De Vries heeft over deze kwestie advies gevraagd aan de Nederlandse Taalunie, de Vlaams-Nederlandse overheidsinstelling over het taalbeleid met betrekking tot het (standaard-)Nederlands. Het ziet ernaar uit dat dit advies negatief zal zijn en het is waarschijnlijk dat de staatssecretarisdit advies zal volgen.

Wilde mossels

De Visser: "Het zou voor het Zeeuws goed zijn als we die erkenning krijgen. Van mijn collega-streektaalfunctionarissen in Limburg en in het oosten van het land begrijp ik dat de streektalen daar veel steun hebben gekregen door de erkenning. Het zou oneerlijk zijn als het Zeeuws niet diezelfde kans kreeg. En het zou voor het gevoel dat veel Zeeuwen over hun taal hebben heel slecht zijn als ze in de krant de kop zouden lezen 'Zeeuws niet erkend'. Is het Zeeuws minder waard dan het Limburgs of het Nedersaksisch?"

Ook Evenhuis hoopt dat de erkenning er komt. Het rapport waarin om die erkenning wordt gevraagd is grotendeels door hem geschreven ("maar daar gaat het niet om"). Evenhuis: "Je ziet wel dat het dialect steeds meer aan functie verliest. Aan de andere kant moeten we het belang van die erkenning ook niet overdrijven. Het is belangrijker om het creatieve, hedendaagse manier om te gaan met de taal. Zo'n film als Wilde mossels, die helemaal in het Zeeuws gesproken werd en waarin je gewone, moderne jongeren zag, was in heel Nederland populair. Ik geloof niet dat er in Vlissingen veel films zijn geweest die zo lang hebben gedraaid met volle zalen. Dat is dan misschien nog wel belangrijker steuntje in de rug voor de taal dan zo'n officiële erkenning."