Het point of no return voor het Engels
Abram de Swaan en het wereldtalenstelsel

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Onze Taal, juli 1999)

We beleven spannende tijden, maar weinigen bekommeren zich erom. De talenproblemen in de Europese Unie speelden bij de afgelopen Europese verkiezingen geen rol. Een enkele keer debiteerden kandidaten wat algemeenheden over het belang van veeltaligheid en tegelijkertijd de wens om zo pragmatisch mogelijk te zijn en het aantal talen niet uit de hand te laten lopen, zonder een antwoord te hebben op de tegenstrijdigheid van die twee wensen. Maar ook taalkundigen en taalpedagogen denken nauwelijks na over de veranderingen die we elke dag overal om ons heen zien. Waar gaat het heen? En is de situatie die op ons afkomst nu wel of niet gewenst? Valt er nog iets aan te veranderen? Die vragen worden maar zelden besproken.

Het werk van de Amsterdamse socioloog Abram de Swaan hoort tot de zeldzame uitzonderingen. De Swaan sprak zich de afgelopen jaren een aantal maal in het openbaar uit over wat hij het `wereldtalenstelsel' noemt: de manier waarop talen in het internationale verkeer functioneren. Zijn gezichtspunten zijn naar eigen zeggen ``een beetje impopulair'' in kringen van Europese taalbeleidsmakers: ``In die kringen heerst de gedachte dat uit de gelijkwaardigheid van talen volgt dat al die talen gelijke rechten hebben. Ik wil die gelijkwaardigheid wel onderschrijven, maar volgens mij hoeven niet alle talen daarmee ook een gelijke positie te hebben. In het internationale verkeer is maar één taal nodig, en dat is toevallig het Engels geworden.''

Hoe is die taal aan die positie gekomen?

``Het Engels is de taal van de macht die zich voordoet als de taal van het amusement. Dat is een onweerstaanbare combinatie. In de eerste plaats was er het succes van de Engelsen als kolonialisten: het Britse rijk was net iets groter en net iets beter georganiseerd dan de andere koloniale machten. Maar van belang was daarna vooral het succes van de Amerikaanse economie én van de Amerikaanse amusementsindustrie van na de Tweede Wereldoorlog.

Momenteel is het Engels zo sterk geworden dat er een stampede, een wereldwijde stormloop op ontstaat. Hoe meer mensen een taal geleerd hebben, des te aantrekkelijker wordt die taal voor nieuwe leerlingen. Uit dat oogpunt is het Engels de alleraantrekkelijkste taal ter wereld. Veel mensen willen het alleen maar leren omdat ze verwachten dat het de wereldtaal wordt.''

Volgens De Swaan ontstaan er problemen wanneer de unieke positie van het Engels niet onderkend wordt. ``In Zuid-Afrika heeft men na bijvoorbeeld na de afschaffing van de apartheid elf talen tot officiële landstalen uitgeroepen: het Engels, het Afrikaans, het Xhosa, het SeSotho en nog zeven andere talen. Dat is absurd. Veel inheemse talen kunnen helemaal niet als officiële taal gebruikt worden: de enige geschreven teksten komen uit de bijbel. Taalkundigen verdedigen tegenwoordig een zo groot mogelijke taalvariatie, maar daarmee wek je valse hoop. Je helpt de Zuid-Afrikanen het best door ze zo snel mogelijk Engels te leren. Dat is de taal waarmee ze in de moderne tijd vooruit komen. Ik verwacht eigenlijk dat ook het Afrikaans op den duur verdwijnt. Er zijn te weinig mensen die van die taal houden.''

Waarom zou je die redenering niet ook toepassen op het Nederlands in Europa?

``Omdat het Nederlands het nog net kan halen. Wij zijn rijk en wij hebben alle tijd gehad om onze taal aan te passen aan de periode van modernisering en democratisering. Het Nederlands is een taal waaraan we verknocht zijn en die we voor bijna alle domeinen van het leven kunnen gebruiken.''

Maar als we onze kinderen vanaf vandaag Engels leren, gaat er niets verloren.

``Jawel, het contact tussen onze kinderen en ons. Dat zou ik verschrikkelijk vinden.''

Dat geldt voor de mensen in Zuid-Afrika toch ook?

``Ik sla hun talen niet lager aan dan het Nederlands, maar ik betwijfel of de promotie van hun eigen taal helpt om die mensen te betrekken bij datgene waarbij ze zo hartstochtelijk betrokken willen worden: de democratie en de moderne, industriële wereld. De vraag is in hun geval dan ook wat er treuriger is: je tradities opgeven, of opgroeien in een taal die je niet toestaat deel te nemen aan het moderne leven. Wij Nederlandstaligen verkeren in de gelukkige positie dat we wat dit betreft niet hoeven te kiezen. Ook onze kinderen zullen nog altijd Nederlands blijven spreken. Overigens kunnen die Afrikaanse talen natuurlijk nog prima bestaan als thuistaal, zoals bij ons bijvoorbeeld het Jiddisch en het Sranan. Die talen worden door hun sprekers vooral gebruikt om zich te onderscheiden van anderen. Dat is prachtig, maar je moet er niet aan denken dat je naar een Jiddisch- of Sranan-talige universiteit zou moeten.''

Wat vindt u dan van de pogingen om het Nedersaksisch en het Limburgs erkend te krijgen?

``In mijn hart vind ik het flauwekul. Dat soort pogingen krijgen vaak heel weinig steun van de plaatselijke bevolking. Ze worden vaak alleen gedragen door een vleugel van de regionale intelligentsia, die zich bedient van een retoriek die kennelijk de juiste snaar treft bij hoge culturele ambtenaren. Op de lange termijn denk ik niet dat deze pogingen standhouden en dat die streektalen zullen worden opgegeten door het Nederlands.''

Zoals alle andere talen in Europa uiteindelijk zullen worden opgegeten door het Engels?

``Ik denk dat het Europa van het Europees Parlement en de Europese Commissie en dergelijke politieke organen in het begin van de periode de kans gemist heeft om drietalig te worden. Als men meteen had gekozen voor Frans, Duits en Engels, had dat model misschien een kans gehad. Maar men koos er in plaats daarvan voor alle landstalen tot officiële talen te maken. Op dit moment zijn dat er elf en dat is teveel. In de praktijk worden in de wandelgangen alleen Engels en Frans gebruikt.

Europa bestaat uit heel veel verschillende volkeren. Dat is een zo wezenlijk kenmerk dat die diversiteit op het ceremoniële niveau van staatshoofden moet worden uitgedrukt door een veelheid van landstalen. Alleen op de lagere, uitvoerende en alledaagse, niveaus is een dergelijke hoeveelheid talen niet praktisch. Daar komen we denk ik uiteindelijk uit op één Europese taal: het Engels. Negentig procent van de Europese scholieren leert die taal nu al. Die kinderen willen die taal zelf leren en hun ouders willen dat ook. Het enige wat je zou kunnen doen is bijvoorbeeld Nederlandse kinderen nog passief Frans en Duits te leren: zodat ze het kunnen lezen en beluisteren zonder dat ze het kunnen schrijven en spreken.

Sommige taalkundigen en pedagogen vinden dat we onze kinderen zoveel mogelijk vreemde talen moeten leren. Ik vind dat onzin. Waarom zou een Frans kind moeite moeten doen voor het Fins of Nederlands? Wat de taalkundigen en de pedagogen ook beweren, het leren van talen is en blijft lastig. Ik ben al vijftig jaar bezig Engels te leren en ik publiceer al dertig jaar in het Engels. Ik denk dat ik die taal ook beheers, maar het Nederlands gaat me nog steeds gemakkelijker af.''

Het belangrijkste argument tegen de hegemonie van het Engels is volgens mij dat deze ongelijkheid veroorzaakt tussen de Engelsen, de Amerikanen en een paar andere moedertaalsprekers aan de ene kant, en de rest van de wereld aan de andere.

``Ja, dat is een ongelooflijk onrechtvaardig voordeel voor die moedertaalsprekers. Bij de selectie van academici weegt bijvoorbeeld het aantal internationale publicaties heel zwaar. Daarmee worden in de praktijk Engelstalige publicaties bedoeld, die voor een belangrijk deel door Engelsen en Amerikanen geredigeerd worden. Voor de beoordeling van je artikelen ben je dus afhankelijk van mensen uit de Angelsaksische cultuur.

De vraag is hoe je het instrument van het Engels kunt overnemen zonder je met huid en haar over te leveren aan de Angelsaksische culturele normen en standaarden. We zouden dat kunnen voorkomen door zoveel mogelijk mensen uit andere culturen Engels te laten leren tot op het allerhoogste niveau. Ik pleit voor de instelling van een Europese Taalacademie, waar de Europese talen bestudeerd kunnen worden maar waar vooral Fransen, Finnen, Hongaren en allerlei andere Europeanen kunnen worden opgeleid in een zo sterk mogelijke beheersing van het Engels. Ik hoop ook dat er een continentaal-Europese standaard van het Engels komt, die niet specifiek Brits of Amerikaans is.''

Een Engels Esperanto?

``Het Esperanto had de rol die het Engels nu heeft ook kunnen aannemen als het ooit een stormloop had kunnen aantrekken. De argumenten tegen het Esperanto zijn dus pragmatisch. Nu kon je aan het begin van deze eeuw dezelfde argumenten inbrengen tegen het idee van een herleefd Hebreeuws, terwijl die taal nu in de Israëlische maatschappij leeft, dus misschien vergis ik me. Maar voorlopig ziet het ernaar uit dat we een point of no return bereikt hebben: zelfs als Amerika vandaag ineen zou storten, zou de positie van het Engels daardoor niet meer worden aangetast.''