Vorig jaar verscheen de CD `tjielp tjielp' waarop Tom America de gedichten van Jan Hanlo zong op muziek die heel dicht tegen de natuurlijke klank van het Nederlands lag. De CD werd een groot succes. Momenteel werkt America aan een nieuw project, Nootspraak, waarin hij werkt met de klanken van het Tilburgs, het Amsterdams en het Brussels. Volgende maand treedt hij samen met de dichter Tonnus Oosterhoff op tijdens het Rotterdamse festival Poetry International.

Tom America en de klank van aardappeleters

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in het meinummer 1998 van Onze Taal.

Het begon met het woord elusive. Jarenlang had Tom America platen gemaakt in het Engels, de taal waarin de meeste popmuziek nu eenmaal wordt gezongen, maar dat hij na al die jaren nog steeds moest opzoeken in een woordenboekje wat hij eigenlijk aan het zingen was, vond hij opeens belachelijk. Hij stopte er onmiddellijk mee, halverwege de plaatopnamen voor de langspeelplaat, die dan ook half in het Engels en half in het Nederlands uitkwam. De naam suggereerde al dat America het begin van een ontwikkeling doormaakte: Ontwik.

Sindsdien heeft hij inderdaad niet stilgezeten.``Het volgende project was een toespraak van Elco Brinkman, die toen minister was'' zegt hij nu. ``Ik had op een dag eind jaren tachtig een stuk in de Volkskrant gelezen over de onbegrijpelijkheid van de taal van ambtenaren en politici. Uit balorigheid heb ik toen zo'n toespraak: gewoon door goed naar de melodieën van die man te luisteren, en daar een arrangement bij te maken. Zo'n politieke toespraak is daar bij uitstek geschikt voor, omdat hij eigenlijk puur uit vorm bestaat zonder inhoud.''

Aangemoedigd door het succes van het Brinkman-project begon America aan een taalgebruiker van een heel andere orde: de dichter Jan Hanlo. America had zichzelf ondertussen een ambitieus doel gesteld: een muziekvorm maken die de klanken van het Nederlands recht zou doen. ``Ik houd veel van Franse, Amerikaanse of Braziliaanse muziek, maar de ritmische en melodische patronen in die muziekvormen walsen de nuances van onze taal plaat.'' De Hanlo-CD `tjiielp tjielp', die vorig jaar uitkwam en waarop America 12 gedichten van de dichter verklankte werd een groot succes. Nog steeds wordt de plaat regelmatig gedraaid; het titellied werd vorig jaar een tijdlang door Van Kooten en De Bie gebruikt als herkenningsmelodie.

America is nog steeds enthousiast over Hanlo. ``Die man wist het debiele van het alledaagse onder woorden te brengen. En hij gebruikte daarbij volstrekt gewone alledaagse taal, die hij alleen een beetje verdraaide: `Kouwetenen dokter/nee warme/nee kouwetenendokter.' Het is bijna niks, en toch werkt het altijd als ik het op een podium doe. Of neem het gedicht 'Ik noem je'. De derde regel van dat gedicht begint met de woorden ik noem je. Dan komt er een dubbele punt, en daarna alleen maar het woord: mooi. Zo klein en zo eenvoudig; meer was er niet nodig. Die man was een aquarellist met woorden.''

De muzikant ontleent zijn metaforen vaker aan de beeldende kunst. Zijn werk aan het grote project `Nootspraak' vergelijkt hij met de studies die Vincent van Gogh maakte van de boeren in Nuenen. ``Hij hoefde het niet ver te zoeken, hij nam de mensen die hij om zich heen zag als model. Dat wilde ik ook doen en daarom ben ik in Tilburg, mijn woonplaats, begonnen. Dat is toch de taal die ik elke dag om mij heen hoor.''

America nam in volkswijken gesprekjes op met vier generaties Tilburgers; van die gesprekjes maakte hij samples, kleine fragmentjes die hij op een synthesizer kan afspelen. Zo heeft hij `De vier jaargetijden' een paar keer opgenomen met een strijkkwartet: de kinderen spreken over de lente en de bejaarden over de winter. In hun eigen taal: ``De oude mensen praten bijvoorbeeld over de armoe die ze gekend hebben. Eén vrouw vertelt dat ze vroeger overal lopend naartoe gingen. `Met de biltaks' noemt ze dat, met de billentaxi. Dat is helemaal geen gangbare uitdrukking in Tilburg, andere mensen hadden er nog nooit van gehoord. En toch gebruikte die vrouw haar alsof er niets vreemds mee was.''

Maar America laat het niet bij het Tilburgs. Hij wil soortgelijke projecten maken over het Amsterdams en het Brussels Nederlands. ``We zullen zien welk dialect het leukste wordt,'' zegt hij. ``Maar dat is geen competitie hoor. In ieder geval heb ik zo in één keer het hele taalgebied te pakken.'' In ieder geval blijft de muziek van America heel dicht op de natuurlijke klanken van het Nederlands zitten: geen pomuziek, geen chanson, geen tango, geen klassieke muziek, maar een intieme Nederlandse klank.

Ook geschreven taal blijft Tom America op muziek zetten. Op verzoek van het Rotterdamse Poëziefestival Poetry International bereidt hij voor volgende maand een optreden voor samen met Tonnus Oosterhoff. Hoewel hij hem niet kende voordat hij aan het project begon, is hij nu enthousiast over deze dichter als over Hanlo. ``Neem nu de titel van zijn laatste dichtbundel `(Robuuste tongwerken,) een stralend plenum'. Ik heb van alleen die titel al een apart stuk van gemaakt. Dat kostte me geen enkele moeite, zo'n brokje taal is vanzelf al muziek.''

Waar Tom America ook komt, overal hoort hij taal die het waard is om op muziek gezet te worden. Als hij maar oorspronkelijk en stekelig is. ``De taal van de schoolboekjes en Van Dale is toch meer het peleton,'' zegt hij. ``Ik ben dan meer geïnteresseerd in de taal zoals hij echt gesproken wordt, of zoals hij wordt opgeschreven door goede dichters. De taal die ik echt mooi vind is stekelig, en moeilijk te vangen.'' Elusive noemen de Engelsen dat.