Interne metronoom laat onhoorbare accenten horen

Marc van Oostendorp

Verschenen in NRC Handelsblad, 15 juni 2006

Als mensen luisteren naar taal, horen ze ongeveer honderd keer per minuut een klemtoon — ook al is die niet meetbaar in het geluidssignaal. Dat blijkt uit het proefschrift waarop de Groningse taalkundige Maartje Schreuder op 15 juni promoveert. Uit eerder onderzoek naar de manier waarop mensen naar muziek luisteren was die voorkeur voor honderd slagen per minuut ook al naar voren gekomen. Kennelijk gebruiken we voor taal en muziek dezelfde interne metronoom.

Schreuder maakte opnames van mensen die zowel snel als langzaam articuleerden. Wie bijvoorbeeld het woord 'Zuid-Afrikaans' zorgvuldig uitspreekt, legt een (zware) hoofdklemtoon op de laatste lettergreep '-kaans' en (lichtere) bijklemtonen op 'Zuid' en 'A-'. Wie hetzelfde woord heel snel zegt, laat de hoofdklemtoon intact, maar trekt de eerste drie lettergrepen samen zonder meetbare klemtoon. Toch melden luisteraars dan nog steeds dat ze een accent horen, en wel op de allereerste lettergreep van het woord.

Dat effect kan mogelijk worden toegeschreven aan een in de menselijke geest ingebouwde neiging om structuur te horen in geluid. Wie naar een eentonig tikkende klok luistert — tik-tik-tik —, hoort daarin onwillekeurig afwisseling — tik-tak-tik-tak. Zelfs lijkt het daarbij alsof de tik luider is dan de tak, al is ook daar geen fysieke aanwijzing voor.

De parallellie tussen taal en ander geluid gaat verder. De drie eerste lettergrepen van 'Zuid-Afrikaans' zijn wanneer het woord snel genoeg wordt uitgesproken, alle even lang. In de muziektheorie heet zo'n ritmische figuur een 'triool'. Musicologen hebben enkele jaren geleden al vastgesteld dat iets soortgelijks gebeurt bij het uitvoeren van muziek. Schreuder: "In het tweede deel van de vijfde symfonie van Beethoven beginnen de strijkers met een zogenoemd gepuncteerd ritme dat lastig te spelen is. Slordige musici blijken dan geneigd in plaats daarvan een regelmatiger triolenritme te spelen." Overigens geldt ook hier dat luisteraars onregelmatigheden in de uitvoering niet snel als zodanig registreren. Ze blijven het ritme horen dat hun innerlijke metronoom dicteert. Kleine afwijkingen worden door de hersenen wel opgemerkt, maar eerder geÔnterpreteerd als muzikale frasering, en dat wordt waarschijnlijk op een andere plaats in de hersenen verwerkt.

Niet alleen ritmisch hebben taal en muziek eigenschappen gemeen, ook in de zinsmelodie zijn er overeenkomsten. Zo is sombere muziek vaak gezet in mineur en vrolijke muziek in majeur. Schreuder liet leerkrachten van een basisschool, die over het algemeen ervaren voorlezers zijn, dialogen voordragen uit Winnie de Poe. Vervolgens zette ze de zinsmelodieŽn van die onderwijzers met de computer om in pianopartituren. In de wat somberder passages komen opvallend vaak sprongen voor die overeenkomen met mineuraccoorden. De vrolijker passages klonken vaker in majeur. Schreuder: "We zouden dit onderzoek nog moeten verbreden om hierover absoluut zeker te zijn, maar onze bevindingen wijzen toch op een verband."

De overeenkomsten tussen muziek en spraak kunnen misschien verklaard worden uit het feit dat ze allebei door de mens voortgebracht geluid zijn. Maar mogelijk liggen de overeenkomsten dieper: zowel taal als muziek zijn manieren waarop de geest de tijd ordent. Kennelijk doet hij dat steeds op een vergelijkbare manier.