Vooral in Amsterdam hoor je hoe langer hoe vaker een sj-klank in plaats van een s. En een s in plaats van een z. Hoe komt dat? En moeten we dat erg vinden?

Nederlandsj Neksjt

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Onze Taal, oktober 2008)

Mensen die Nrc.next lezen, kunnen de s niet uitspreken. Die conclusie zou je op het eerste gehoor kunnen trekken uit de website Who's next van die krant. In de jaren 2006 en 2007 trokken twee verslaggevers er elke dag met een camera op uit om het nieuws uit de krant te bespreken met een prominente Nederlander. Die reportages zijn op de website gearchiveerd. De publicist Paul Scheffer, de artiest Ellen ten Damme en de columnist Aaf Brandt Corstius: allemaal leveren ze uiterst deskundig commentaar op het wereldnieuws. Hun redeneringen hebben een kop en een staart, ze formuleren in fraaie volzinnen, maar ze praten over de krant als 'en er sjee neksjt'.

Wat is er aan de hand? Is er sprake van een mysterieus virus dat leidt tot massaal gelispel onder de Nederlandse intelligentsia? Het is eenvoudig aan te tonen dat dit niet het geval is. Het is ook helemaal niet zo dat deze sprekers de s-klank echt niet uit kunnen spreken, of dat ze te lui zijn om dat te doen. Op het tweede gehoor blijkt dat ze die klank zelfs vaak maken — namelijk in woorden als zo, zwart en zeven, die ze uitspreken als 'so', 'swart' en 'seven'.

Cent en zend

Hieruit blijkt trouwens ook dat de sprekers van dit Nrc.next-Nederlands in hun uitspraak wel degelijk verschil maken tussen de twee klanken die we schrijven als s en z. Ze doen dat alleen op een ogenschijnlijk wat verwarrende manier: de z is verschoven naar een s, en de s op zijn beurt naar een sj.

Daarmee lijken deze sprekers van het moderne Nederlands in de verte wat op Duitsers. Het Duits heeft, afgezien van wat recente ontleningen aan het Engels, geen woorden die beginnen met een s-klank: Seele ('ziel'), Sie ('u') en setzen ('zitten') klinken als 'zeeluh', 'zie' en 'zetsen', en woorden zoals stark ('sterk'), spät ('laat') en schön ('mooi') hebben een sj aan het begin. Sommige dialecten in Oost-Nederland doen het op dezelfde manier. Zoals Duitsers dus een z en een sj onderscheiden, zo maken moderne Amsterdammers een verschil tussen s en sj.

Op de keper beschouwd wordt er in het Nederlands al honderden jaren gerommeld met de s en de z. In de vroege middeleeuwen kende het Nederlands het verschil waarschijnlijk helemaal niet. Er was een klank die men waarschijnlijk naar gelang het uitkwam meer s-achtig of meer z-achtig uitsprak. Pas nadat er woorden werden geleend uit andere talen waarin het verschil wél werd gemaakt, kwamen de twee klanken ook in het Nederlands uit elkaar te liggen. Nog steeds zijn er maar weinig woordparen zoals cent en zend die in de uitspraak alleen van elkaar verschillen doordat de ene een s-klank heeft en de ander een z.

Stembandtrilling

Daar komt nog bij dat het verschil tussen de s en de z lastig te maken is én lastig om te horen. Om de s te maken houd je het puntje van je tong omhoog bij de richel van de tanden. De lucht die uit je longen stroomt, komt daardoor ineens in een vernauwing terecht en begint te wervelen. Dat gewervel geeft een ruisachtig geluid. De z maak je op dezelfde manier, maar je laat daarbij tegelijk ook je stembanden trillen. Het is nu lastig om die twee spierbewegingen met elkaar te combineren, en bovendien hoor je door het geruis die stembandtrilling niet zo goed. De spreker moet dus relatief veel moeite doen voor iets wat de spreker slecht kan horen.

Veel sprekers van het Nederlands — ook in gebieden waarin het verschil tussen s en z nog wél gemaakt wordt — hebben er iets op gevonden. Zij maken het onderscheid op een andere manier, namelijk door de s net iets langer aan te houden dan de z. Dat scheelt slechts enkele tientallen milliseconden, maar dat is kennelijk voldoende om door de luisteraar te worden opgepikt.

Omdat een verschil in tijdsduur volstaat, kan de stembandtrilling achterwege blijven. Nu is een sj vanzelf al iets langer dan een s. En zo komen we uit op het Nederlandsj Neksjt: de letters s en z worden uitgesproken als respectievelijk een sj en s.

Moeten we hier nu om treuren? Wie zich graag ergert, mag zijn gang gaan, maar er zijn weinig rationele redenen om ons zorgen te maken. Een verschil tussen twee klanken dat in het Nederlands nooit een belangrijke rol heeft gespeeld, wordt voortaan op een iets andere manier gemaakt. Het wordt daardoor ook nog beter hoorbaar. Het is anders dan wat vroeger als keurig werd beschouwd — maar is het daarom ook slechter?