Zoeken en schrijven op internet

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in Nederlandse Taalkunde 7.1, 2002

Bespreking van: Eric Tiggeler en Rob Doeve. Webwijzer. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2000. ISBN 905790724.

Theo Stielstra. Zoeken en vinden op internet. Sdu Uitgevers, Den Haag, 2001. ISBN 901209001.

Het blijft een merkwaardig fenomeen: boekjes over internet. Waarom zou je moeten leren schrijven voor websites of leren zoeken in websites uit een boekje? Er zijn verschillende antwoorden mogelijk op die vraag. Je zou kunnen denken dat sommige soorten informatie makkelijker via het papier kunnen worden overgedragen dan via het beeldscherm. Je zou kunnen denken dat sommige informatie het waard is om de vluchtigheid van het net te boven te gaan en een plaatsje in de boekenkast waard te zijn. Je zou kunnen denken dat het nu eenmaal moeilijker is geld te verdienen met een tekst op het net dan met een tekst op papier. Waarschijnlijk is het allemaal een beetje waar.

Toch heeft zo'n uitgave op papier ook nadelen. Dat geldt van de twee besproken boekjes het sterkst voor Zoelen en vinden op internet. Al zijn de ontwikkelingen de laatste tijd nogal vertraagd, nog steeds gaat alles op het internet razendsnel. Vooral in de wereld van de zoekmachines was op het moment dat dit boekje verscheen al het een en ander veranderd. Op het moment dat deze recensie verschijnt, is er waarschijnlijk nóg meer veranderd; zoveel zelfs dat de waarde van dit boekje naar mijn inschatting tamelijk gering is. De favoriete zoekmachines zijn al geen favorieten meer, de manier waarop zoekmachines werken wordt steeds verbeterd.

Zoeken en vinden op internet is een deeltje in de zogenoemde FAQ-reeks (frequently asked questions, veelgestelde vragen) van de Sdu en beoogt kennelijk in compacte vorm antwoord te geven op vragen als: Welke soorten zoekmachine zijn er? Hoe werken zoekmachines? Kunnen zoekmachines alles vinden? Waar kan ik het beste beginnen? Ik zoek wat anders dan webpagina's, hoe werkt dat? Hoe groot is het web? Hoe betrouwbaar is het web? Het boekje is vlot maar zakelijk geschreven door Volkskrant-journalist Theo Stielstra.

Het boek Webwijzer heeft wat meer pretenties. De vormgeving en titel doen hun best om van dit boekje een internetevenknie te maken van de populaire Schrijfwijzer van Jan Renkema. Het boek verscheen in de zomer van 2000, op het hoogtepunt van de internethype, waar het leek alsof elk bedrijf wel uitgebreid op internet aanwezig móést zijn om serieus genomen te worden.

De Webwijzer is vooral gericht op zakelijke, informatieve websites en dat lijkt me ook te billijken. Mensen die anderssoortige websites (persoonlijke pagina's, amusement, enzovoorts) willen maken hebben geen adviezen nodig. Het boek bestaat uit zeven hoofdstukken (na een inleiding komen aan bod 'Welk doel heeft uw site?', 'Voor wie schrijft u?', 'De structuur van de site', 'Webpagina's schrijven', 'Soorten webpagina's: indeling en taalgebruik', 'Webstijl') en een begrippenlijst.

Toch valt de Webwijzer een beetje tegen en dat komt doordat er zo weinig bekend is over hoe je nu eigenlijk een goede webpagina schrijft, en vooral over hoe zulk schrijven nu eigenlijk verschilt van schrijven voor papier. De adviezen in de Webwijzer kunnen dan ook grofweg in tweeën worden ingedeeld: (1) algemene schrijfadviezen (vermijd passieve zinnen) zoals deze ook in de Schrijfwijzer staan of zouden kunnen staan, en (2) slagen in de lucht waarvan het niet duidelijk is waar de auteurs zich precies op baseren ('De eerste alinea is kort: hij telt niet meer dan drie of vier zinnen. Een beginalinea van rond de honderd woorden is op papier niet ongebruikelijk, maar op het scherm is dat veel te veel.') Naar mijn idee wordt er te weinig ruimte te laten voor de gedachte dat het web nog steeds een heel nieuw medium is waar schrijvers nog grotendeels zelf moeten uitvinden wat werkt en wat niet. Teveel wordt de suggestie gewekt dat uit een ruime praktijk kan worden geput om nu al zinvolle adviezen te kunnen geven. Als het al ooit waar zal blijken te zijn dat schrijven voor het beeldscherm inderdaad uiteindelijk essentieel anders is dan schrijven voor papier.