Belangeloos zieltjes winnen voor de computer

Marc van Oostendorp

Recensie voor Emnet van Samsom Bedrijfsinformatie

Het Nederlandse bedrijfsleven en de Nederlandse overheid hebben de afgelopen twee jaar enkele honderden miljoenen gestoken in de afwikkeling van hun zakelijke correspondentie. In die som reken ik de gewone arbeidskosten, de kosten voor papier en toner, en de afschrijvingen voor de computerapparatuur en de printers niet eens mee. Opeens was het een paar jaar geleden kennelijk nodig om over te stappen van WordPerfect 5.1 naar Word voor Windows in een recente versie. Wie uitrekent hoeveel geld deze massale overstap gekost heeft, met alle installatieproblemen, conversiekosten, omscholingscursussen en platgelegde netwerken die ermee gepaard zijn gegaan, schrikt. Miljoenen guldens heeft men uitgegeven om met een muis te kunnen klikken in plaats van op een functietoets te moeten drukken.

Wat is er in al die mensen geslopen? Bevatten alle zakelijke brieven ineens inline multimedia-elementen die met het oude vertrouwde WP niet aankon? Was men ontevreden met de oude situatie? Is klikken met een muis sneller, handiger of makkelijker dan drukken op Alt-F3? Niets van dat alles. Omdat ik de naam heb wel iets van computers te weten, vraagt een betrokkene mij wel eens om advies. Meestal zeg ik dan dat zo'n bedrijf beter wat conservatief kan zijn, maar vervolgens luistert niemand daar naar, met als argument dat Word `nu eenmaal beter samenwerkt met Windows.' Ik geloof daar niets van. Ik heb nog nooit gehoord dat WP 5.1 opeens slechter zou werken als het wordt gedraaid onder Windows 95. Uiteindelijk laat bijna iedereen zich er desondanks toch toe verleiden om duizenden guldens uit te geven aan een hoop onwennigheid, verwarring en frustratie.

Het valt niet mee om nuchter te blijven over de digitale revolutie. Wie de ontwikkelingen probeert te volgen, voelt zich voortdurend heen en weer geslingerd worden tussen hopeloos optimisme en redeloos pessimisme. Volgens sommige mensen wordt alles alleen maar beter, sneller, mooier, groter, internationaler, volgens andere mensen wordt alles alleen maar duurder, trager, onpersoonlijker en slechter.

Gelukkig zijn er mensen die hun verstand wel bewaren en de ontwikkelingen op een wat zakelijker manier bekijken. Wat mij betreft is de journalist Herbert Blankesteijn zo iemand. Hij is medewerker van onder andere NRC Handelsblad, Kijk, het tv-programma Het Klokhuis en het radioprogramma Radio Online en in zijn recentste boek Mythen van het Computertijdperk verzamelt hij een aantal stukken over de misverstanden die er rond computers bestaan. Het gaat daarbij om mythen zoals dat computers steeds makkelijker in het gebruik worden (naarmate een apparaat meer kan, wordt het juist ingewikkelder), dat alle media in de toekomst alleen maar interactief zullen zijn (mensen willen soms juist ook een verhaal over zich heen laten komen zonder steeds een keuze te hoeven maken welke wending het verhaal nu weer neemt) en dat er geld te verdienen is op Internet (als dat zo is, waarom merken we daar dan zo weinig van?)

Volgens Blankesteijn komen deze misverstanden in de wereld `doordat er zo weinig mensen zijn met verstand met computers, en zo veel die belang hebben bij het vertellen van mooie praatjes. De laatste zijn niet alleen verkopers en marketing managers. Het zijn ook de al te enthousiaste computerliefhebbers die geheel belangeloos zieltjes proberen te winnen. En het zijn de politici die daadkracht willen uitstralen.'

Dit citaat laat al meteen een van de aantrekkelijkste kanten van dit boek zien -- naast de nuchterheid en de zakelijke blik: het is goed en duidelijk geschreven. Er mogen dan veel mensen zijn met mooie praatjes, er zijn er maar bar weinig die ze ook mooi kunnen opschrijven. De stijl van het gemiddelde boek over computers is nog steeds erbarmelijk. Maar niet bij Blankesteijn. Het hoofdstukje tegen de mythe dat één multifunctioneel apparaat op het bureaublad handig is, begint zo: 'Weet iemand nog wat een radio is? Voor diegenen die dat niet weten: een radio was vroeger een geïntegreerde tuner-versterkercombinatie, ofwel een receiver, met één of twee ingebouwde luidsprekers.' Er valt veel te lachen in Mythen van het computertijdperk.

Blankesteijn is van huis uit wetenschapsjournalist en ook dat heeft aardige gevolgen. Als hij wil weten of iets waar is of niet, neemt hij de proef op de som? 'Van een beeldscherm kun je geen roman lezen'? Blankesteijn downloadt Max Havelaar van Internet en leest hem op zijn beeldscherm. 'Kinderen zijn zoveel handiger op computers dan volwassenen'? Blankesteijn neemt het computergedrag van zijn eigen kinderen onder de loep en ontdekt heel wat onhandigheid. 'Computers worden steeds sneller'? Blankesteijn vergelijkt bij wijze van spreken met een stopwatch in de hand de snelheid waarmee hij enkele jaren geleden en waarmee hij nu een tekst kon tikken en merkt weinig verschil.

Gelukkig slaat hij toch nergens door naar andere uitersten. Hij ziet de bezwaren en de nadelen wel van grafische interfaces en de producten van Microsoft, maar zonder door te slaan in een blinde mythomane haat tegen de `satan' Gates, en zonder zich te vergalopperen aan enthousiasme voor laten we zeggen Unix, of andere systemen, die voor de liefhebber ongetwijfeld hun charme hebben maar voor de gemiddelde kantoorbediende toch altijd te hoog gegrepen zullen zijn.

Zijn er dan helemaal geen nadelen aan dit boek? Ik zou er nauwelijks een kunnen noemen. Wel herkende ik sommige stukken van eerdere publicatie in de krant, en het was misschien goed geweest als dit er duidelijk bij was vermeld, ook al omdat sommige van die stukken van enkele jaren geleden stammen en sommige inhoudelijke informatie die Blankesteijn geeft alweer verouderd was toen het boek verscheen.

Maar al met al overheerst de vreugde over dit boek; vreugde die voor een belangrijk deel gevoed wordt door het enthousiasme van de auteur voor de nieuwe media. Juist het feit dat dit enthousiasme de kritische zin van Herbert Blankesteijn niet vertroebelt, maak Mythen van het Computertijdperk een verademing om te lezen. Als iedereen die in een bedrijf of een overheidsinstelling beslissingen neemt, eens goedd zou nadenken over de mythologie die de computer omgeeft, zou dat die bedrijven en instellingen veel geld besparen. En hun werknemers een hoop cursustijd om te leren van hun functietoetsen af te blijven.

Herbert Blankesteijn Mythen van het Computertijdperk. Meulenhoff, 1997. ISBN 90 290 5539 1.