Het Nederlands op het Net

Marc van Oostendorp

Dit artikel verscheen in 1997 in Emnet.

Ik heb een ideaal: dat alles over de Nederlandse taal en literatuur op een dag op het Internet staat. Ik hou van onze taal en ik hou van onze literatuur. Ik zou willen dat ik alles wat ik erover weten wil via het Net kan vinden. Dat ik maar mijn computer hoef aan te zetten en contact te zoeken met het netwerk om te weten wat er bijzonder is aan de zin Werk ze. Om te kunnen horen hoe het West-Stellingwerfs ook weer klinkt. Om de verzamelde werken van Vondel te kunnen doorzoeken op het woord 'liefde', en daarna op te zoeken waar dit woord eigenlijk vandaan komt. Om een aantal recensies te kunnen lezen van de nieuwe roman van Renate Dorrestein, plus op zijn minst een voorproefje van die roman zelf. Om die roman vervolgens te kunnen bestellen. Om te kunnen opzoeken wat de Nederlandse vertaling is van het Duitse woord bedenkenlos.

Gelukkig zijn er mensen die mijn ideaal delen. Gelukkig is er de afgelopen jaren door sommige van die mensen enthousiast een begin gemaakt aan de verwezenlijking van dat ideaal. Merkwaardig genoeg zijn dat wel vrijwel altijd particulieren en bedrijven. De overheid en de door de overheid gefinancierde onderwijsinstellingen hebben het totnogtoe laten afweten.

Infrastructuur

De overheid is erg zuinig met haar informatie. Zowel het Nederlandse als het Vlaamseministerie van onderwijs heeft een oude brochure over de 'nieuwe' spellingsregelingen omgezet in webpagina's. Dat is alles. De Nederlandse Taalunie is de overkoepelende overheidsinstelling van Nederland en Vlaanderen die alle taalpolitieke zaken voorbereid. De Taalunie is dus onder andere verantwoordelijk voor het nieuwe Groene Boekje, en ondersteunt tegenwoordig onder andere projecten die een 'elektronische infrastructuur' van het Nederlands moeten bouwen: databanken en andere instrumenten die het gemakkelijker moeten maken om computers te maken die Nederlands kunnen verstaan, lezen, schrijven en spreken. Ondanks dit alles, en ondanks herhaalde aankondigingen, heeft de Taalunie nog altijd geen eigen weblocatie.

Informatie over de Nederlandse en de Vlaamse taalpolitiek is er dus vooralsnog nauwelijks te vinden op het Internet. Ook voor informatie over de nieuwe spelling kunt u overigens veel beter ergens anders zoeken dan op de eerder genoemde ministeriële weblocaties. Er zijn tal van particulieren die een veel uitgebreider en inzichtelijker informatiepunt over de wijzigingen in de nieuwe spelling hebben opgezet. Een Nederlandse (de Volkskrant) en een Vlaamse (De Standaard) krant bieden allebei een dossier met artikelen over de spellingsperikelen.

Spreekuur

Particulier initatief is overal het sleutelwoord. Als we het van de reguliere, gesubsidieerde instellingen moesten hebben, was er vrijwel niets te beleven op Internet.voor de liefhebber van de Nederlandse taal. De instellingen van wie je het meest zou verwachten, de vakgroepen Nederlands aan de universiteiten, zwijgen in alle talen. In Leiden laat men een paar dingen zien -- de meeste documenten stammen overigens uit 1995, toen er kennelijk kortstondig enig enthousiasme voor het nieuwe medium was -- en in Groningen, in Utrecht en in Antwerpen zijn een paar enthousiaste individuen. Een kleine groep neerlandici werkt bovendien sinds een paar jaar aan een bescheiden elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek, Neder-L.

De best geoutilleerde vakgroep Nederlands is waarschijnlijk die in Wenen, die een zeer fraaie verzameling pagina's aanbiedt. Bij alle andere groepen mogen we blij zijn als we kunnen lezen wat twee semesters geleden de spreekuren van de docenten waren.

Rommelig en gezellig

Dan doet het middelbaar onderwijs het beter. Her en der hebben enthousiaste leraren Nederlands op hun eigen webpagina's, of op die van hun school, informatie aangebracht waar leerlingen en andere geïnteresseerden iets aan hebben: de onvermijdelijke uittreksels van boeken, maar ook tips over de beste manier om een stuk te schrijven. Een paar jaar geleden begonnen een aantal enthousiaste leraren van een Haagse Daltonschool zo een Digitale School op Internet. De school heeft ook een 'vaklokaal' Nederlands, die rommelig en gezellig is, zoals het hoort. Het klaslokaal wordt beheerd door twee leraren, die al het benodigde werk in hun vrije tijd doen -- ook een vorm van particulier initiatief.

Veel strakker en professioneler georganiseerd zijn uiteraard de weblocaties van grote -- zij het particuliere -- taaladviseurs. Woordenboekuitgever Van Dale biedt sinds bijna een jaar onder andere de mogelijkheid online te zoeken in het woordenboek Hedendaags Nederlands en biedt daarnaast regelmatig spelletjes en taaltips. Het Genootschap Onze Taal -- een vereniging van taalliefhebbers die ook onder andere een tijdschrift uitgeeft -- biedt taalnieuwtjes, artikelen uit het blad en een forum voor discussie. Bovendien is er een databank van de Taaladviesdienst, een professionele dienst die telefonisch, per brief, fax en per e-mail vragen over taal beantwoordt.

Lezen

Wat voor taal geldt, geldt ook voor de literatuur. In Nederland opereert een Stichting Lezen, een gesubsidieerde stichting die de jeugd aan het lezen moet krijgen. Het web zou daar een mooi middel voor zijn, en sinds kort heeft deze stichting dan ook een eigen weblocatie. Helaas is deze locatie wel professioneel vormgegeven, maar inhoudelijk weinig interessant. De voornaamste attractie wordt gevormd door een lijst met koppelingen -- maar die lijst bevat maar weinig dingen die we niet al kunnen vinden op de lijst De Nederlandse Letteren die de Amsterdamse antikwaar Piet Wesselman al een paar jaar lang bijhoudt.

De lijst van Wesselman is overigens te vinden op het Schrijversnet. Dit is misschien wel de fraaiste van de hier genoemde weblocaties. Het is een initiatief van de uitgevers van BulkBoek, de goedkope uitgaven van Nederlandse boeken (op krantenpapier) voor Nederlandse scholieren. Schrijversnet is fraai, maar niet te overdadig, vormgegeven, en heeft een eigen kleine redactie die wekelijks zorgt voor literair nieuws en enkele vaste rubrieken. Naar eigen zeggen heeft de literaire site ongeveer tienduizend bezoekers per maand.

Ook de andere, kleinere, projecten over Nederlandse literatuur op het Internet zjin het gevolg van particulier initiatief. Zo zijn er literaire tijdschriften zoals Writer's Block, de Brakke Hond en Het; zo is er een kleine uitgever van elektronische literaire publikaties (Album); en zo is er een groot archief van klassieke Nederlandse literatuur van Karel ende Elegast tot en met Menno ter Braak, genaamd naar de vermeende Haarlemse uitvinder van de boekdrukkunst: Laurens Jz. Coster.

Dollartekens

Vijfduizend talen zijn er op de wereld. Volgens de Amerikaanse taalkundige Geoffrey Nunberg worden er daarvan ongeveer zestig gebruikt in de nieuwsgroepen op Internet: van het Tsjechisch tot en met het Swahili, en van het Hongaars tot en met het Esperanto. Ook het Nederlands behoort sinds jaar en dag bij de virtuele eredivisie van het taalgebruik. In onze taal verschijnen elke dag enkele honderden, zo niet duizenden, berichten op Internet.

Ook aan webpagina's in onze taal ontbreekt het niet. Ettelijke miljoenen pagina's moeten er al zijn: van grote en kleinere bedrijven, van particulieren, van non-profit organisaties, en zelfs van de overheid. Maar vooralsnog beperken de meeste van deze pagina's zich tot informatie in het Nederlands. Naar informatie over onze taal, of over onze literatuur, moeten we nog met een lantaarn zoeken.

Terwijl vrijwel niemand nog ooit aan het Internet verdient, schijnen de meeste mensen dollartekens te zien als ze aan HTML-tags denken. Natuurlijk moet er geld op de plank komen. Maar ik geloof dat we ons tegelijkertijd ook moeten inspannen om de wereld te kunnen laten delen van wat we te bieden hebben: onze taal en onze cultuur.

Ik heb een ideaal en ik probeer aan de verwezenlijking ervan te werken: ik coördineer het Project Laurens Jz. Coster, ik ben webmaster bij het Genootschap Onze Taal en webredacteur bij de elektronische nieuwsbrief voor de neerlandistiek Neder-L. Voor Onze Taal maak ik onder andere een lijst met plaatsen op het Internet waar informatie over het Nederlands kan worden gevonden. Die lijst groeit iedere week. Ik heb een ideaal en het komt steeds dichter bij.