Bill Gates als briljante geest

Marc van Oostendorp

(Dit artikel verscheen in Emnet, november 1998.

Je zou maar je leven lang het onderwerp zijn van hoon en spot. Je zou maar miljoenen vijanden hebben, wie het schuim op de lippen komt als ze je foto in de krant zien. Je zou maar duizenden pagina's vol georganiseerde haat vinden op Internet als je je eigen naam intikt in een zoekmachine. De producten die je verkoopt zouden maar jarenlang minachtend besproken worden door Hans Paijmans, columnist van Emnet.

Al die dingen zijn Bill Gates overkomen. Of hij dat vervelend vindt weet ik niet. De man schijnt enkele tientallen miljarden guldens kapitaal te hebben vergaard en misschien maakt dat wat goed. Voor buitenstaanders is al die haat in ieder geval een interessant fenomeen. Want het is op de keper beschouwd onduidelijk wat Gates nu precies misdaan heeft. Volgens sommigen is de software die zijn bedrijf verkoopt van inferieure kwaliteit. Zelfs als dat waar is kun je je afvragen of het voldoende verklaring is voor het feit dat de man op Internet meer openlijke vijanden heeft dan erkende slechteriken als Saddam Hussein of Marc Dutroux. Er wordt zoveel rommel gemaakt op de wereld.

Dit soort vragen moeten de Amerikaanse historicus Randall Stross ertoe hebben gedreven het boek The Microsoft Way te schrijven. Op het titelblad heeft dit boek de ondertitel The real story of how the company outsmarts the competition, maar op het omslag heeft de uitgever de woorden the company vervangen door de naam van de man die het bedrijf oprichtte: Bill Gates.

Aan het opmerkelijke succes van Microsoft zijn al relatief veel studies gewijd. The Microsoft Way is dan ook zeker niet het eerste boek dat over Gates en de zijnen verschijnt. Op een van de eerste bladzijden waarschuwt Stross zijn lezers dat hij aanzienlijk positiever over het bedrijf is dan veel zijn collega's. Sterker nog, hij geeft al in het eerste hoofdstuk van zijn boek een tamelijk uitgebreide analyse van de weerstand die Gates en zijn bedrijf nu al ongeveer twintig jaar oproepen.

Volgens Stross is deze weerstand uiteindelijk voor een belangrijk deel terug te voeren op het anti-intellectualisme dat het Amerikaanse bedrijfsleven altijd heeft gekenmerkt. Hij geeft interessante voorbeelden van Amerikaanse zakenlieden die zich sinds Henry Ford negatief hebben uitgelaten over al te slimme werknemers. `Ordinary folks', dat soort mensen moet je hebben, geen genieën maar `just a bunch of ordinary Americans'. Ook zichzelf zagen de succesvolle zakenmensen het liefst als tamelijk middelmatige burgers, die alleen maar een goed zakelijk idee hadden gehad, en hard gewerkt om hun idealen te verwerkelijken.

Gates heeft dit idee doorbroken. In het wervingsbeleid van met name programmeurs heeft hij altijd een sterke nadruk gelegd op intelligentie en geestelijke flexibiliteit. In `ordinary folks' was hij nooit geïnteresseerd, alleen de allerslimsten maakten een kans op een baan bij het bedrijf. Bovendien heeft hij nooit een geheim gemaakt van zijn ambitie om zelf de slimste van de allerslimsten te zijn. Als Microsoft het van de competitie gewonnen heeft, ligt dat in de visie van Gates en van Stross er vooral aan dat men nergens zo slim is als bij Microsoft.

Op die manier verstoort Gates volgens Stross de American dream. Als je alleen maar een multimiljonair kunt worden door verschrikkelijk slim te zijn, is deze droom niet langer weggelegd voor elk willekeurige krantenjongen. Dat andere mensen succesvoller zijn doordat ze meer geluk hebben, of doordat ze harder werken, kunnen de meeste mensen misschien nog wel accepteren. Maar dat ze verslagen worden door iemand die slimmer is, is onacceptabel.

Ik vind deze analyse zo gek nog niet. Mensen die slimmer zijn dan wij, zijn altijd een beetje griezelig. Met al die slimheid kunnen ze allicht achter onze rug om een hoop macht verzamelen, en ons gaan manipuleren. Dat zijn dingen die inderdaad allemaal wel over Gates beweerd worden door zijn tegenstanders, zoals Larry Ellison van Oracle.

Een probleem is wel dat dit hele verhaal van het enorm hoge IQ van Gates' medewerkers niet veel meer dan een mythe lijkt. Of in ieder geval hoop ik dat het zo is. Een opvallend karakter van alle producten van Microsoft is namelijk dat ze op de keper beschouwd weinig origineel en weinig innovatief zijn. Microsofts software is niet slechter dan dat van de concurrenten, maar het is ook zeker niet beter, en het lijkt mij bijzonder moeilijk om echt interessante vernieuwende ideeën op te noemen die door Microsoft geïntroduceerd zijn. Als Gates in de loop der jaren enkele tienduizenden briljante geesten om zich heen verzameld heeft, is het een beetje treurig dat zij met elkaar nooit iets beters hebben weten te bedenken dan Windows 98 en Microsoft Word. Dat staat niet in de weg dat ook een mythe over intelligentie de Amerikaanse droom aardig kan verstoren.

In het algemeen krijgt de lezer de indruk dat Stross zich iets te sterk heeft laten vereenzelvigd met het soort verhalen dat Gates graag over zichzelf hoort. Zo hield Gates in 1990 een keer lezing waarin hij de toekomst schetste: iedereen zou via zijn computer gekoppeld zijn aan een groot informatienetwerk. 'Dat was nog voor de uitvinding van het World Wide Web!' schrijft Stross bewonderend, zonder te beseffen dat in die tijd iederéén in de computerwereld dat soort verhalen hield, en dat het web slechts een van de manieren was waarop praktische geesten dat idee in die tijd uit werkten. En dat Gates in eerste instantie weinig in het web zag.

Stross schrijft dat hij de eerste auteur was die van Microsoft volledige toegang heeft gekregen tot de archieven. Bovendien heeft hij een groot aantal topmannen, waaronder Gates zelf, geïnterviewd. Helaas heeft hij zich kennelijk zo laten meeslepen door de `anti-antintellectuele' sfeer op het bedrijf -- eindelijk eens een succesvolle Amerikaan die zich niet laat voorstaan op zijn gewoonheid -- dat hij de rest voor zoete koek geslikt heeft.

In veel opzichten levert dat een verhaal op dat te eenzijdig is. Zo is de beschrijving van de eerder genoemde Larry Ellison bijzonder venijnig. Er deugt niets van deze man, die in 1995 en 1996, toen Stross aan zijn boek werkte, een felle campagne tegen Microsoft opzette. Zo heeft hij kennelijk in een interview beweerd dat hij op de universiteit heel hoge punten haalde, terwijl hij volgens zijn zus in een ander interview maar een matige leerling was. Dergelijke opmerkingen zijn in een boek over Microsoft natuurlijk nauwelijks ter zake.

Ook de toon van het hoofdstuk waarin Stross de manier beschrijft waarop Microsoft met het programma Money de strijd aanbond tegen Intuit op het gebied van software voor personal financing, is nogal schril. Niet ten opzichte van Intuit, dat de strijd won, maar wel ten opzichte van alle andere concurrenten die ooit van Microsoft verloren, en daarbij volgens Stross nooit zulke geweldig goede verliezers waren als Bill Gates dat in dit geval was.

Zoals gezegd is het boek voor het eerst in 1996 verschenen. Enkele recente ontwikkelingen -- zoals de strijd tussen Internet Explorer en Netscape Navigator -- worden er daardoor niet in behandeld. Ook neem ik aan dat Stross zijn zienswijze over sommige behandelde onderwerpen nu wat zou hebben bijgesteld. Zo worden de enorme prestaties van Gates op het gebied van de promotie van het revolutionaire medium `cd-rom' breed uitgemeten op een manier waarop niemand dat nu nog zou durven doen.

Een boek als dit is waarschijnlijk koren op de molen van elke rechtgeaarde Gateshater: alweer een auteur omgekocht. Ik houd het er vooralsnog op dat Stross zich misschien te veel heeft laten meeslepen door het enthousiasme dat hij tegenkwam. Het wachten is nog op een boek dat het geheim van Redmond, waar de campus van Microsoft gevestigd is, op een objectieve manier ontraadselt.

Randall E. Stross, The Microsoft Way; The real story of how the company outsmarts the competition. Addison-Wesley. Onlangs verscheen een pocketuitgave bij Warner Bros.