Internet: waar gaat het naar toe

Marc van Oostendorp

Dit artikel is in druk verschenen in: Nathalie Akkermans, red. Automatisering Gids Almanak '97, Den Haag, ten Hagen & Stam. pp. 15-18..

Heeft het Internet -- het wereldwijde computernetwerk dat al weer een paar jaar grote aandacht van krant, radio en televisie geniet -- nog toekomst? Volgens sommige deskundigen zal het snel afgelopen zijn. Het Net zal bezwijken onder zijn eigen succes. De technologische basis en infrastructuur van het netwerk dateren voor een belangrijk gedeelte uit de jaren zeventig en zijn allesbehalve berekend op de enorme toevloed aan gebruikers van de afgelopen paar jaar. De verbindingen zullen daarom gaandeweg steeds trager gaan verlopen tot het netwerk op een kwade dag geheel zal dichtslibben.

Voorlopig lijkt dit pessimisme allerminst gerechtvaardigd. Het Internet wordt voortdurend vertimmerd en lijkt in alle opzichten flexibel genoeg om ook in de komende paar jaar nog op allerlei nieuwe ontwikkelingen te kunnen inspelen. Sterker nog, veel alternatieven die enkele jaren geleden nog voorhanden leken, zoals de commerci'le netwerken van onder andere Compuserve, America Online en Microsoft Network zijn in de loop van de laatste twee jaar geheel of gedeeltelijk overgestapt op de Internet-technologie, in plaats dat ze een volwaardig alternatief daarvoor zijn gaan bieden, zoals oorspronkelijk de bedoeling was. Ook het fenomeen van het bulletin board system lijkt langzaam maar zeker te worden opgeslokt door het Internet.

Zelfs de meeste innovaties op het gebied van internationaal netwerken, spelen zich af rond het Internet. Dat geldt voor de hardware -- experimenten met netwerken via de kabel als medium voor computernetwerken zijn vrijwel zonder uitzondering gericht op Internet-technologie -- maar het geldt zeker ook voor de software. Vrijwel alle nieuwe programmeertalen en -technieken hebben op zijn minst een component die ze geschikt maakt voor gebruik op het Internet.

Het bekendste voorbeeld op dit vlak is waarschijnlijk de programmeertaal Java. Oorspronkelijk werd deze door enkele programmeurs van Sun ontwikkeld om te dienen als een compact besturingssysteem voor huishoudelijke apparaten zoals wasmachines. Als men het daarbij gelaten had, was de taal hooguit een kleine doelgroep van specialisten bekend geworden. In 1995 kondigde Sun de taal echter aan als ht middel om de tot op dat moment tamelijk statische Web-pagina's dynamisch en interactief te maken. Tegelijkertijd kwam de firma met een eigen Web-bladerprogramma, HotJava, dat niet alleen kleine Java-programma's (zogenaamde applets) kon draaien, maar dat bovendien zelf van A tot Z in de taal geschreven was.

Binnen korte tijd werd Java een van de meest besproken ontwikkelingen van het Internet. Populaire bladerprogramma's als Netscape Navigator en Microsoft Internet Explorer voegden de mogelijkheid om Java-programmaatjes te draaien toe. Een aantal fabrikanten zag al snel nog veel grotere mogelijkheden: computers met een minimale hoeveelheid schijfruimte die al hun programma's en documenten van het Internet zouden halen. Dit soort computer werd al snel NC gedoopt, network computer. De voordelen van de NC zouden zijn dat het apparaat op zich weinig hoefde te kosten, dat programma's altijd in hun meest recente versie ter beschikking zouden staan van iedere gebruiker omdat ze immers bij elk gebruik van het net zouden worden gehaald. Het besturingssysteem van de NC is geschreven in Java.

Op deze manier zou de hegemonie van Microsoft met zijn alomtegenwoordige Windows worden aangetast en een aantal verklaarde vijanden van het miljoenenbedrijf, zoals Oracle en Sun, verenigden zich dan ook al snel rond het idee van de NC.

Er zijn wel enkele bezwaren tegen de NC in te brengen die waarschijnlijk zullen maken dat deze machine de PC niet zo snel zullen verdringen. Zo is een doorlopende verbinding met het Internet in ieder geval voor particulieren vooralsnog veel te kostbaar -- al was het maar vanwege de telefoonrekening. Hoe het de NC verder ook zal vergaan, de taal waarop deze machine gebaseerd is, lijkt zich in de loop der jaren verzekerd te hebben van een relateif stabiele positie in de wereld van toepassingsontwikkeling voor het Web.

Ook aan Java kleven overigens nog wel enkele problemen. Hoewel de taal bedoeld is om zo veilig mogelijk te zijn -- in principe is het niet mogelijk om virussen in de taal te schrijven, of bijvoorbeeld spionneerprogramma's die ongemerkt de inhoud van een harde schijf lezen en deze via e-mail of anderszins opsturen naar een genteresseerde derde partij, zoals een software-fabrikant. In de praktijk zijn de meeste implementaties van Java echter niet in alle opzichten waterdicht gebleken. De meeste van dit soort problemen lijken echter vooral toe te schrijven aan kinderziektes; foutjes in de implementatie en niet in het achterliggende idee. Samen met de iets eenvoudigere -- door de firma Netscape ontwikkelde -- afgeleide programmeertaal JavaScript en enkele verwante technieken zoals ActiveX van Microsoft, belooft Java een van de steunpilaren van interessante toepassingen van grote netwerken te worden. Het begin is daarbij gemaakt op het Internet.

Hoe we het ook bekijken, het huidige Internet is een proeftuin voor een toekomstige elektronische snelweg waarop de mogelijkheden nog enkele malen groter zullen zijn dan nu al het geval is. Anders dan in het verleden werd beweerd lijkt het er echter op dat die snelweg wel degelijk uit het Internet zal voortgroeien, en niet een geheel eigen structuur zal vormen. De eerste stappen op de elektronische snelweg worden vandaag op het Internet gezet. Voor pessimimisme bestaat geen aanleiding.